Als de koers van de Ringgit flink is gezakt

Sinds enkele decennia vinden we het gewoon dat Philips een tv-fabriek bouwt in Taiwan. Ook zijn we er al aardig aan gewend dat bijvoorbeeld ABN Amro geld uitleent aan een Taiwanees computerconcern. De schaal waarop onze bedrijven in het buitenland opereren is de laatste tien jaar toegenomen, maar schrikbarend zijn die groeicijfers niet. Wat wel opvallend toeneemt is de stroom geld van beleggers naar Azië en andere werelddelen.

INEKE NOORDHOFF

Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) investeert steeds meer van ons pensioengeld in bijvoorbeeld Taiwan door op de beurs aandelen van een elektronicabedrijf te kopen. Als Philips de Taiwanezen niet meer ziet zitten, kan het de fabriek sluiten of proberen te verkopen. Dat kost doorgaans minstens een jaar. ABN Amro kan zijn lening wellicht sneller opeisen, maar enige tijd zal er mee gemoeid zijn. Wanneer het ABP de Taiwanezen niet meer vertrouwt, worden de aandelen morgen, nog voor u wakker bent, verkocht. Via de beurs aan een andere anonieme belegger. Geld krijg je gemakkelijker in beweging dan een hoop staal of stenen: het kan in een flits.

De enorme toename van de geldstromen geeft menigeen echter een onbehaaglijk gevoel. “Het flitskapitaal is de motor achter de destructie. Het heeft geen naam, geen gezicht, het onttrekt zich aan iedere maatschappelijke norm, aan het sociale contract. Dit kapitaal hebben we niet meer onder controle.” Zo verwierp Wouter van Dieren, lid van de Club van Rome, in Letter & Geest (27.5.95) de snelle geldstromen.

Maar de voordelen van vrije geldstromen zijn aanzienlijk. Volgens de Wereldbank, een wereldorganisatie voor de ontwikkeling van arme landen, heeft het toestromende kapitaal honderden miljoenen Aziaten die armoede leden, aan een inkomen geholpen. De vooral op sociale misstanden gerichte Wereldbank heeft vrij verkeer van kapitaal omarmd als een manier om de welvaart over de wereldbol te brengen. De organisatie richt zich tegenwoordig niet meer op het bevloeien van rijstvelden, maar probeert arme landen te helpen kapitaal op een ordentelijke manier te lokken.

Chef-econoom van de Wereldbank, de Indiër Amar Bhattarya, vindt zelfs dat overheden in arme landen de opbouw van financiële en daarvan afgeleide markten voor opties en termijncontracten moeten bevorderen. Bijvoorbeeld door belastingverlaging te geven aan ondernemers die hun risico's goed afdekken met opties of termijncontracten. Want hoe verder ontwikkeld die financiële markten zijn, des te beter kunnen buitenlanders die willen investeren hun risico's beperken en des te gretiger zullen ze zijn om te komen. En het Internationale Monetaire Fonds (IMF), een soort centrale bank op wereldniveau, is bezig om vrijheid van kapitaalverkeer tot primair doel van de organisatie te maken wegens de heilzame werking.

Terwijl Van Dieren vreest voor de destructieve kracht van het flitskapitaal, raken Wereldbank en IMF steeds enthousiaster over vrije geldstromen. Als Philips of een Indonesische firma een fabriek bouwen in Indonesië, krijgen eerst de bouwvakkers en later het productiepersoneel een beter inkomen. Ze kopen meer spullen en jagen zo de binnenlandse vraag op, wat weer nieuwe investeringen uitlokt. Zo stijgt de welvaart in een land. En al schort het vaak nog aan de verdeling van dat inkomen, er komt steeds meer te verdelen.

Nog maar vijf jaar geleden was het geld van organisaties als IMF, Wereldbank en andere ontwikkelingshulp van overheden de belangrijkste buitenlandse geldbron in Azië. Tegenwoordig wordt er via het bedrijfsleven negen keer zoveel geld geïnvesteerd in deze landen als via ontwikkelingshulp. Ontwikkeling van deze landen via de markt werkt hier dus sneller dan de via instituten gestuurde hulpstromen.

“Het is niet waar dat groei en ontwikkeling de motoren van de maatschappij zijn”, vindt Van Dieren. Vanuit een rijk land is zo'n pleidooi tegen economische groei misschien nog te volgen: meer welvaart betekent meer vervuiling en andere ellende. Maar mensen die in armoede leven, blijken toch vooral dankzij economische ontwikkeling te kunnen ontsnappen aan dat gebrekkige levensonderhoud.

Geldstromen van buitenaf helpen die ontwikkeling te versnellen. De afgeleide financiële markten die daaromheen zijn ontstaan, vervullen daarbij een belangrijke functie.

Het idee van leken dat afgeleide financiële markten 'handelen in niets' is onterecht.

Met het verdwijnen van belemmeringen voor geld- en goederenstromen over de aarde zijn de risico's toegenomen. De afgeleide financiële markten dienen om verzekeringen af te sluiten. Partijen leggen daar nu al in opties of termijncontracten vast tegen welke prijs ze straks zakendoen als ze vreemde valuta nodig hebben, aandelen willen kopen of geld willen lenen. Een beleggingsfonds dat geld van Nederlanders in Maleisië belegt in een veelbelovend telecom-bedrijf, moet te zijner tijd zijn Nederlandse klanten weer guldens terugbetalen. Dan moeten die ringgits weer worden omgewisseld naar guldens. Hoe goed de telecom-firma het ook deed, als de koers van de ringgit flink is gezakt, zoals onlangs gebeurde, krijgt het fonds veel minder guldens terug. Tenzij dat koersrisico was verzekerd met opties of termijncontracten.

De afgeleide financiële markten rondom de echte geldstromen groeien in het kwadraat mee met die uitdijende kapitaalstromen. De onderliggende waarde van de daar verhandelde contracten ligt nu al op 60.000 miljard dollar per jaar. Dat is net zoveel als er in Europa, de VS en Japan aan aandelen, obligaties en bankschulden uitstaat. En de omvang van deze afgeleide markten (zowel op beurzen als achter de toonbank van banken verkochte maatproducten) neemt razendsnel toe. Gelukkig maar, want hier kunnen bedrijven en beleggingsfondsen die hun geld willen investeren in andere landen zich verzekeren. Het is beter die 'kwade kansen' te verkopen op een markt dan ze af te wentelen op de gebruikers van dat kapitaal, zoals bijvoorbeeld in Azië is gebeurd. Een Indonesische fabrikant, die zijn groei financierde met buitenlands vermogen, moet nu, na de ineenstorting van de Aziatische markt, ineens acht keer zoveel roepia's verdienen om de schuldeisers te kunnen betalen. Was er een termijnmarkt voor roepia's geweest, dan had hij zich tegen die risico's kunnen verzekeren. Uiteraard had dat geld gekost, maar die premie hoort bij de geglobaliseerde economie als een WA-verzekering bij een auto.

Het definiëren en verhandelen van risico's is vrij nieuw en nog volop in ontwikkeling. Hoe meer verschillende soorten opties en termijncontracten er komen, des te meer onheil kan worden afgedekt. Maar het brengt ook de verdenking van speculatie met zich mee.

Nobelprijswinnaar Merton Miller: “Ik vroeg laatst aan een vriend van me, die werkt bij een luchtvaartmaatschappij, hoe hij het risico van kerosineprijsverhoging indekte. Hij zei: 'Dat mag ik niet van de directie. Als ik voorstel olietermijncontracten te kopen, zeggen ze: wij speculeren niet.' Maar juist als ze hun risico's niet afdekken, dan speculeren ze.” Zo stelt Miller de zaak op scherp. Want wie gokt er nou? De luchtvaartmaatschappij die op de termijnmarkt handelt of degene die dat juist niet doet?

Niet alleen keurige bedrijven en beleggers gebruiken die markten om zich in te dekken (hedgen). Ook handelen er mensen met als enige doel snel rijk te worden - en dat steekt Van Dieren. Voor geldwolven zijn de optie- en termijnmarkten aantrekkelijker dan gewone effectenmarkten, omdat beleggers er alleen winst- en verlieskansen kunnen kopen, dus zonder het dure aandeel of pakket valuta zelf aan te schaffen. Dit speculeren wekt de indruk alsof een verzekeringsmaatschappij ook als casino wordt gebruikt.

Een verbod op speculeren is moeilijk in te stellen omdat niet eenduidig is vast te stellen wie speculeert en wie niet. Maar het is ook niet in alle opzichten wenselijk om speculanten te weren. Ze zorgen voor meer handel en omzet op de markten. Daardoor kunnen gebruikers die zich echt willen indekken beter terecht: er is immers vaker een partij die hun risico wil overnemen.

Opties en termijncontracten zijn ingewikkelde producten, net als verzekeringspolissen. Omdat ze vrij nieuw zijn, ontbeert een hele generatie (die hoofdzakelijk de dienst uitmaakt) er de noodzakelijke wiskundige en technologische kennis over. De enkeling die zich erin verdiept en goede zaken doet, wekt afgunst met zijn handel in niets. Juist daarom kunnen beurzen goede diensten bewijzen. Daar wordt gehandeld in openheid: koersen worden gepubliceerd, iedereen heeft gelijke mogelijkheden om te kopen of verkopen. Die doorzichtigheid van de handel kan iets van het onbehagen over de speculanten wegnemen. Daarbij heeft die openlijke beurshandel als voordeel dat er standaardproducten komen waardoor het indekken goedkoper wordt.

Zo heeft Mexico vorig jaar een ernstige koersdaling van de peso meegemaakt zonder dat de buitenlandse investeerders massaal in paniek raakten en hun biezen pakten, zoals enkele jaren daarvoor wel gebeurde. Investeerders en beleggers konden nu op valuta-termijnmarkt in Chicago terecht waar sinds kort peso-termijncontracten worden verhandeld. Daardoor waren ze niet langer afhankelijk van bankiers om de op dat moment erg vervelende koersrisico's kwijt te raken. Op die manier voorkomen de financiële beurzen dat de geglobaliseerde beleggers en bedrijven worden overgeleverd aan de luimen van bankiers.

De wereld rondom die kapitaalstromen is de snelle wereld waar geld de enige drijfveer is. Zijn de kapitaalstromen daarom een verarming van de samenleving? In Amerika wordt vermoeid gereageerd op deze typisch Europese weerzin tegen geld als drijvende kracht. De markt is een neutraal mechanisme dat vraag en aanbod bij elkaar brengt. Geld genereert geen menselijke waarden, maar het staat ze evenmin in de weg, luidt het Amerikaanse devies.

Miller praat daarom liever over 'persoonlijke verantwoordelijkheid' van burgers dan over menselijke waarden. “Ik denk dat persoonlijke verantwoordelijkheid voor mensen heel belangrijk is. Dat betekent dus ook dat de overheid niet als een kleuterjuf over ons waakt en bijvoorbeeld automatisch alles opkoopt 'omdat het nou eenmaal gemaakt is'. Daar krijg je wijnplassen, melkzeeën en boterbergen van.”

Zoals de overheid kan overdrijven in haar regelzucht kunnen geld najagende speculanten evenzeer doorschieten. Warren Buffett keek naar zijn eigen portemonnee toen hij de zilverprijs opjoeg door 20 procent van de wereldvoorraad te kopen. Aan de werknemers die fotorolletjes maken en nu worden ontslagen omdat zilver zo duur is geworden, heeft hij waarschijnlijk niet gedacht. Die werknemers kunnen alleen maar hopen dat Buffett door de markt wordt gestraft, bijvoorbeeld doordat er straks niemand meer is die zijn zilver nodig heeft, en hij zijn papieren winst niet kan omzetten in echt geld.

Maar soms bewijzen de speculanten de samenleving een dienst door de koers van een munt omlaag te speculeren als de overheid de waarde van de munt kunstmatig hooghoudt. Net zoals niet duidelijk te zien is of iemand gokt op de derivatenmarkt of zich er juist indekt tegen risico's, vervaagt bij speculanten ook het onderscheid tussen goed en slecht. Misschien is dat wat Van Dieren bedoelt als hij klaagt dat het flitskapitaal 'geen naam en geen gezicht' heeft.

Wie bang is voor speculatieve geldstromen moet zich realiseren waar al dat geld vandaan komt. Het leeuwendeel van de globaliserende kapitaalstromen zijn onze pensioengelden, de inleg op verzekeringspolissen en de beleggingsfondsen waar we ons vrije spaargeld naartoe brengen. Al meer dan de helft van het geld dat Nederlandse pensioenfondsen in aandelen beleggen, zit in het buitenland, omdat daar hoger rendement behaald kan worden. Het bedrag waarmee speculatieve beleggingsfondsen, de zogenaamde hedgefondsen werken, is veel geringer (vijf procent van het totaal via fondsen belegde vermogen).

De angst van Van Dieren dat we de kapitaalstromen niet meer onder controle hebben, is daarom overtrokken. Over 95 procent van het geld dat rondcirkelt, rapporteren de fondsen keurig waar het is in de publieke jaarrekeningen. Natuurlijk, speculanten springen snel in en uit markten. En zo kunnen ze, ondanks de beperkte omvang van hun middelen, toch wel eens kortstondig de koersen in beweging brengen. Maar zij kunnen alleen een munt onderuit speculeren, met alle ellende voor de bevolking van dien, als de fundamenten al rot waren. Ook zij staan niet in de 'echte commandotorens van de macht', zoals Van Dieren vreest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden