Als de ketel maar vol is

Als een boer bij het vergisten van zijn mest allerlei organisch afval bijmengt, heeft iedereen daar voordeel van. Maar de strakke regelgeving werkt gesjoemel in de hand. Dat geldt niet voor de boer op de foto. (FOTO HERMAN ENGBERS, HH) Beeld
Als een boer bij het vergisten van zijn mest allerlei organisch afval bijmengt, heeft iedereen daar voordeel van. Maar de strakke regelgeving werkt gesjoemel in de hand. Dat geldt niet voor de boer op de foto. (FOTO HERMAN ENGBERS, HH)

Het kan zo’n duurzame manier van werken zijn: een boer vergist zijn mest en organisch afval, produceert zo biogas en mag wat er in de tank overblijft uitstrooien op het land. Maar dan moet er geen ijzerslib en keukenafval tussen zitten.

Hij kan er enthousiast over spreken. Bert van Asselt publiceerde twee jaar geleden de ’Stand van Zaken’ op het gebied van de co-vergisting, en was toen, maar ook nu nog, razend enthousiast over de mogelijkheden. En terecht.

De onderzoeker van SenterNovem, het agentschap van het ministerie van economische zaken dat investeringen in duurzame energie stimuleert, schetst hoe het co-vergistingsproces zou moeten gaan. „Vergisting is in feite een natuurlijk afbraakproces”, legt hij uit. „Als een boer de mest combineert met toegestane organische bijproducten, kan hij geld verdienen met het biogas dat hij levert. Daarnaast is hij van zijn overschot aan mest af, heeft hij minder afval dat hij anders tegen hoge kosten moet laten verwerken en transporteren, én hij mag het zogenoemde digestaat dat achterblijft als bodemverbeteraar op zijn land strooien.” Dat is nog eens een win-win-win-win situatie.

Niet alleen de boer heeft profijt van de vergisters. In 2020 moet Nederland 14 procent van zijn energiebehoefte invullen met duurzame energiebronnen als wind- en bio-energie. En daarom wordt er subsidie uitgedeeld aan de zogenoemde decentrale vergisting van organische reststromen, zeg maar de installaties op het erf van de boer.

Het aantal vergisters is de afgelopen jaren daarom sterk gestegen. Nederland blijft nog steeds sterk achter bij landen als Duitsland dat zo’n vijfduizend vergisters in bedrijf heeft, maar toch is het aantal vaderlandse bio-installaties gegroeid van negen in 2005, naar 65 in 2007 tot 180 in 2010. En die ontwikkeling zet door.

Tot zover een succesverhaal, lijkt het. Maar de berichten over de energie leverende boeren zijn niet allemaal juichend. De techniek van de biovergisting mag volgens Bert van Asselt prachtig zijn, de praktijk is weerbarstiger. Het is namelijk lastig om een co-vergistingsinstallatie rendabel te exploiteren, meldde Boerderij, het vakblad voor akkerbouwers en veehouders, eind vorig jaar. Tweederde van de bedrijven die mest en co-producten omzetten in biogas, legt daar geld op toe.

Een groot deel van de problemen met de exploitatie van vergisters, lijkt te worden veroorzaakt door de regelgeving. De agrarisch ondernemers mogen bij hun mest slechts stoffen toevoegen die zijn opgenomen in de ’positieve lijst’ die de overheid heeft opgesteld. Die lijst is kort, en vaak wat te streng. Dat een boer geen chemisch afval mag vergisten, is overduidelijk. Maar waarom wél aardappelen, wél bakvet, maar aardappelen ín bakvet niet, is moeilijker uit te leggen.

De vraag naar producten die wél op de beperkte positieve lijst staan, is enorm, zegt Klaas Buma. Hij is controleur van de Algemene Inspectiedienst (AID) in Zwolle en specialist op het gebied van de vergisters. „De bijproducten worden daarom op grote schaal geïmporteerd, met scheepsladingen tegelijk. Ik denk dat meer dan de helft van de bijproducten uit het buitenland komt.” En dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn van decentrale vergisting: lees vergisting dicht bij de bron.

Probleem van die import, gaat Buma verder, is dat de herkomst van de afvalstroom moeilijk te controleren is. „We zien bijvoorbeeld grote hoeveelheden ’plantaardige’ glycerine uit Duitsland deze kant op komen. Dat ’plantaardige’ klinkt aardig, maar zegt niets. Glycerine is een bijproduct van biodiesel, maar er bestaat biodiesel uit koolzaad, maar ook uit dierlijke producten. Zie het maar eens uit te zoeken.”

In het buitenland heeft Buma geen opsporingsbevoegdheid, en als hij al een rechtshulpverzoek wil indienen, krijgt hij nul op het rekest, omdat de wetgeving in Duitsland veel ruimer is. Ze snappen niet waar ze zich in Nederland druk om maken.

Een groot onderzoek van de AID en de inspectie van het ministerie van vrom, schetste vorig jaar een somber beeld over de vergistingsbranche in Nederland die toch vooral milieuvriendelijk zou moeten zijn. Kortgezegd nemen de spelers in de ’groene’ vergistingssector het niet zo nauw met de eisen die aan de bijproducten worden gesteld. Als de ketel maar vol zit.

De helft van de bedrijven heeft gebruik gemaakt van verboden bijproducten. Vooral de samengestelde mixen kunnen niet nader worden gespecificeerd, schrijft de AID. Daarnaast trof de AID aan de hand van de vrachtbrieven van vervoerders bij vergisting verboden vinassekali (bijproduct van de suikerindustrie) aan, cacaodoppenmeel, stedelijk afval (keukenafval), waterzuiveringsslib, citroenzuur, glycerinewater, dierlijk vet en ijzerslib. Niet onderzocht is, merkt de AID fijntjes op, wat de mogelijke gevolgen zijn voor de volksgezondheid. Want de stoffen komen na vergisting wel op het land tussen de gewassen te liggen.

De AID schreef nóg een rapport, maar hield dat intern omdat daarin een analyse is opgenomen van de fraudemogelijkheden. Je moet de kat niet op het spek binden. Daarin staat te lezen dat de vergisters op twee manieren ’misbruikt’ worden. De afvalhandelaren mengen verboden afval met toegestane stoffen en verdienen zo op twee manieren geld. Ze besparen de kosten voor de verwerking van het afval en krijgen voor de verontreinigde mix zelfs betaald. Hetzelfde geldt voor de energie leverende boeren. Die laatsten voegen volgens de vertrouwelijke notitie ook nog eens verboden stoffen toe die het vergistingsproces positief beïnvloeden, waardoor er meer biogas ontstaat.

Volgens Buma van de AID is er geen aanleiding te denken dat het gesjoemel het afgelopen jaar is afgenomen. Het tegendeel is eerder waar, omdat de vergistingsinstallaties alleen maar groter worden. De ministeries van landbouw en vrom worstelen met de vraag hoe de branche kan worden opgeschoond, want de komende jaren moet een sterke toename van het aantal vergisters wel bijdragen aan de 14 procent energie uit duurzame bronnen.

In opdracht van deze departementen hebben onderzoeksbureau Alterra en het Landbouw Economisch Instituut (LEI ) deze zomer alternatieven onderzocht voor de huidige regelgeving. De medewerkers hebben in dit onderzoek vooral naar de buren gekeken, omdat Duitsland en België verder zijn, pragmatischer opereren en strenger controleren.

Het rapport ligt nu op het bureau van minister Verburg (landbouw). Zij heeft in het stuk kunnen lezen dat er veel verschillen zijn in regelgeving tussen Nederland en de andere EU-landen. Die zorgen voor hogere kosten voor de vergistingsinstallaties. In het buitenland kunnen producten vaak makkelijker worden vergist, en zijn de inkomsten van de installaties hoger. Daardoor kunnen zij weer meer betalen voor producten, en daardoor ontstaat weer een krapte op de Nederlandse markt, wat prijsopdrijvend werkt.

Om een einde te maken aan die ongelijkheid, zouden de starre toelatingsnormen in Nederland moeten worden losgelaten. Verder moet het ministerie zich niet te zeer vastpinnen op specifieke producten, kan Verburg lezen. Er is ruimte voor meer variatie, als het gemiddelde van de totale inhoud van de vergister maar streng wordt bewaakt. Als deze een van tevoren vastgestelde veiligheidswaarde niet overstijgt, kan er met de afzonderlijke componenten van inhoud niet veel mis zijn.

De onderzoekers beschrijven dat in Duitsland controleurs zeer regelmatig monsters nemen van de stof die na de vergisting overblijft. Wijkt deze af van de norm, dan volgt er nader onderzoek. Blijkt van opzet sprake, dan wordt de productie stilgelegd. Deze herfst komt de minister van landbouw met een voorstel. Volgens ingewijden voelt zij sterk voor de Duitse controle op het erf. Buma van de AID trouwens ook.

(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden