Als de egotripperij het wint

Achter de schermen Wat is het toch met politici dat ze filmmakers laten meekijken in de 'war room'?

Anthony Weiner had aan Twitter en wat testosteron genoeg om zijn politieke carrière kapot te maken. In 2011 trad hij af als Congreslid, na sinds 1999 zeven keer te zijn gekozen. Maar het meest bizarre moest nog komen. Weiner wist dat hij herhaaldelijk foto's van zijn geslacht de wereld in had geslingerd en dat veel foto's nog niet openbaar waren. Hij wist ook dat hij nog seksberichtjes verstuurde toen hij filmmakers Josh Kriegman en Elyse Steinberg in 2013 toestemming gaf om zijn campagne voor het burgemeesterschap van New York te volgen. Met alle risico's van dien.

Dat roept de vraag op: waarom laat iemand filmmakers achter de schermen van een campagne meekijken? Wat valt ermee te winnen?

Het meest nobele antwoord kwam eind 1997 van Karin Adelmund, toen partijvoorzitter en leider van de verkiezingscampagne van Wim Kok. Filmmaker Niek Koppen wilde een documentaire maken over de campagne. De voorlichters en leden van het campagneteam wilden niet, maar Adelmund vond het een mooie manier om verantwoording af te leggen aan de kiezers.

Meestal is de motivatie vager. En ook Adelmund zag ongetwijfeld dat Kok grote kans maakte de verkiezingen te winnen, waardoor de film een verslag van een zegetocht zou worden en alle medewerkers helden. Hoe dan ook, Koppen had zich voor wat het veelgeprezen 'De keuken van Kok' zou worden, laten inspireren door wat - betwistbaar - de beste 'achter-de-schermen'-film over een politieke campagne uit de geschiedenis is: 'The War Room', van Chris Hegedus en D.A. Pennebaker uit 1993, over de campagne die een relatief onbekende gouverneur uit Arkansas, Bill Clinton, tot president zou maken.

In een interview met Filmmaker Magazine uit 2013 vertelden de makers dat ze op een Democratische Conventie op zoek waren gegaan naar een onderwerp en toevallig James Carville hadden gefilmd. Toen een onbekende man, maar op camera een magnetische persoonlijkheid. Later bleek Carville, vanwege zijn woedeaanvallen bijgenaamd de Ragin' Cajun, de leiding te hebben over Clintons campagne. Ze kregen toestemming, maar moesten wel op eieren lopen. "Het was nooit de bedoeling geweest dat er pers was in 'the war room', het zenuwcentrum van de campagne. We moesten voorzichtig zijn, want de meeste mensen wilden ons daar niet hebben."

Waarom dus toch filmmakers laten meekijken? Waarschijnlijk is het een combinatie van bravoure en egostrelerij. De aard van hun werk veronderstelt een enorm geloof en vertrouwen in de kandidaat en de boodschap. De grens met zelfoverschatting is dan dun. Bovendien werken de meeste campagnemedewerkers achter de schermen, slechts meters verwijderd van het licht van de camera's. De verleiding om ook een keer door die camera's gezien te worden, moet groot zijn.

Een ding moet niet worden vergeten. Ook in de aankondiging van een vertoning van 'Weiner' morgen in het Amsterdamse debatcentrum De Balie staat het weer fout: 'De regisseur maakt dankbaar gebruik van de onbeperkte toegang die hij heeft tot Weiner zelf, zijn familie en zijn campagneteam'. Dat klopt niet. Ze hadden geen onbeperkte toegang. Ook Niek Koppen niet. En ook Pennebaker en Heggedus niet. In 'Weiner' wordt de filmmakers soms gevraagd de kamer te verlaten. En als een van de regisseurs vraagt naar Weiners emoties is de reactie: zeg, jullie waren toch fly-on-the-wall journalisten?

Hoe onthullend ze soms ook zijn, de achter-de-schermendocumentaires worden door de campagnes zelf gezien als een verlengstuk van de pr. Hoe naïef dat ook klinkt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden