Als de drang om door te werken onweerstaanbaar is

Nu we overal bereikbaar zijn, ook voor ons werk, ligt werkverslaving op de loer. Vijf procent van de Nederlanders lijdt eraan. Toch is workaholisme niet per se slecht.

Tijdens een etentje nog even dat werkmailtje versturen via je iPhone. Gedachten die afdwalen naar een aankomende deadline wanneer je met je partner vakantieplannen maakt. Werkverslaving? Daarvoor hoef je geen zestig uur per week te maken, volgens klinisch psycholoog Corine van Wijhe. Ze promoveert aan de Universiteit Utrecht (UU) op de motivatie achter werkverslaving. Tegenwoordig is het normaal om op een feestje nog even je mail te checken of naar een collega te bellen, zegt ze. „Dat zien we niet als overwerk; de scheidslijn tussen werk en privé vervaagt.”

Geen reden tot ongerustheid, zolang je niet ongewild op die impulsen reageert. Want dan wordt het dwangmatig; volgens Van Wijhe een teken van werkverslaving. „Dwangmatige werkers kunnen hun werk niet loslaten, zijn er thuis mentaal nog volop mee bezig. Ze voelen zich schuldig als ze niet werken en doen meer dan van hen wordt verwacht.”

Zelf hebben deze harde werkers meestal niet door dat hun verhouding tot arbeid ongezonde trekken krijgt. Hun omgeving des te beter. Van Wijhe: „Ze wennen aan hun eigen gedrag. Partners thuis merken dat de relatie verandert, omdat workaholics afwezig zijn. Dat kan fysiek zijn en mentaal.”

„Alles moet beter, en het liefst perfect.”Toon Taris, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de UU, voorspelt hiermee de aanvaringen met collega’s die de werkverslaafde te wachten s taan. „Hij vindt dat zijn collega’s best een tandje hoger kunnen en verwacht dat ook van zichzelf. Maar als jij als collega al veertig uur draait, heb je daar misschien geen zin in.” Deze perfectionisten schaart Taris onder de klassieke werkverslaafden. Hun werk staat centraal, en ze besteden er veel tijd aan. „Het type dat in de jaren zeventig zorgde voor de negatieve ondertoon van het woord ’werkverslaving’. De dwangmatige werker die zich al snel schuldig voelt.”

Wat Taris betreft, heb je met een werkverslaving niet per se een probleem. Als je tenminste behoort tot de andere groep workaholics die hij onderscheidt. „Zij werken hard, maar zijn bevlogen en hebben er lol in. Ze doen dingen die ze zelf leuk en belangrijk vinden.” Deze innerlijke motivatie ontbeert de klassieke variant volgens hem. „Zij doen hun werk omdat anderen dit belangrijk vinden, omdat het zo hoort. Deze mensen zijn primair bezig met problemen oplossen en gaan voor de externe beloning. Geld of waardering.” Ze tobben ook meer met hun gezondheid, zegt hij. Stress en burn-out liggen op de loer. „De bevlogenen functioneren juist beter en hebben meer oog voor balans. Ze zeggen makkelijk: het is mooi geweest, ik ga even wat anders doen.”

Ook Van Wijhe onderkent deze twee soorten werkverslaving en de ’bufferende werking van plezier’ op de gezondheid. „Bevlogen workaholics halen energie uit hun werk, terwijl de klassieken risico lopen op emotionele uitputting. Wanneer je niet herstelt van je werk, hou je een hoog werktempo niet vol.” De vraag is volgens haar in hoeverre de positieve effecten van bevlogenheid opwegen tegen de negatieve van hard werken. Taris signaleerde in onderzoek dat klassieke werkverslaafden door onder meer vermoeidheid niet beter presteren dan collega’s, zelfs niet als ze meer uren maken. De bevlogenen daarentegen zijn door hun productiviteit waardevol voor een bedrijf. „Ze zetten zich met veel plezier in en gaan langer door. Daarom zijn werkgevers niet altijd blij als wij werkverslaving komen onderzoeken, uit angst dat we hun meest productieve krachten komen genezen.”

Zo’n 5 procent van de Nederlanders lijdt aan de klassieke vorm van werkverslaving. Het percentage bevlogen harde werkers schat Taris op 15 procent. Hoe vermijd je het label ’klassieke workaholic’? „Als je een onweerstaanbare drang voelt om te werken”, licht Van Wijhe toe, „vraag jezelf dan af wat die kracht stimuleert. Onderzoek je motivatie. Heb je niet genoeg gedaan, moet het werk af? Hoe realistisch is dit? Je kunt altijd zeggen dat het genoeg was voor vandaag. Sommige gewoontes moet je bewust doorbreken, voordat je iets kunt veranderen. Laat je telefoon eens thuis zodat de berichtenpiepjes je niet triggeren om te handelen.”

Taris is sceptischer over het afleren van gewoontes. Hij deed onderzoek onder burn-outpatiënten en zag dat er vaak sprake was van een werkverslaving. Een jaar na genezing staken de ziekteverschijnselen regelmatig weer de kop op. „Het lijkt erop dat werkverslaving te maken heeft met iemands persoonlijkheidsstructuur. Neurotische en perfectionistische mensen verander je niet zomaar. Ze moeten hun probleem onderkennen en daaraan willen werken.”

Van Wijhe ontwikkelde in samenwerking met adviesbureau Schouten en Nelissen een online training om werk en privé in goede balans te krijgen. „Het is lastig om uit te vinden waarom je doet wat je doet. Maar als je jouw motivatie voor hard werken boven water hebt, kun je kijken of die gedachten wel kloppen. En wat te denken van andere doelen? Misschien vind je spiritualiteit wel boeiend of het helpen van anderen.”

Verandering begint bij jezelf. Toch is er volgens Van Wijhe en Taris ook een rol voor werkgevers weggelegd. „Natuurlijk zijn bevlogen harde werkers lucratief voor de zaak. Bevlogenheid is besmettelijk. Zo’n werknemer kan collega’s op sleeptouw nemen, hen laten zien dat het best leuk is wat ze doen. Ze laten denken dat ze toch wel boffen met hun baan.” Maar een gezonde bedrijfscultuur is op lange termijn beter. Van Wijhe: „Bazen kunnen bijdragen aan een goede balans tussen werk en privé, en overwerken ontmoedigen. Een workaholic aan de top is in ieder geval geen goed voorbeeld.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden