Interview

'Als de dood er is, ben jij er niet'

Beeld anp

Denker des Vaderlands René Gude is stervende. Wim Brands sprak met hem over wat er werkelijk toe doet. Een voorpublicatie uit 'Sterven is doodeenvoudig. Iedereen kan het.'

René, hoe gaat het met je?
"Nou, ik leef in reservetijd. In april 2011 kreeg ik te horen dat ik nog 10 procent kans had om twee jaar te overleven. En dat is toch mooi al weer drie jaar geleden. Wel zijn de behandelingen nu niet meer bedoeld om mij te genezen, maar om het zaakje te rekken. Dat lukt tot nu toe goed. Er zijn wel twee rare dingen aan. Het eerste is dat ik me tussen die behandelingen door vrij goed voel, dus dat er dan niet zoveel met mij aan de hand is, behalve dat ik zwaar ziek ben.

"Het andere is dat ik al in 2012 in de rubriek 'Het laatste woord' van de NRC mijn laatste woord heb gedaan, en dat ik eigenlijk nog nooit zoveel gekletst heb als sindsdien. Ik ben Denker des Vaderlands geworden en word overal uitgenodigd. Als jij mij vraagt hoe het met mij gaat, dan moet ik zeggen dat ik doodziek ben en dat ik mij tegelijkertijd heel redelijk voel en heel veel doe. Dat wringt. Zouden de mensen niet langzamerhand van mij verwachten dat ik ergens sneu in een hoekje ga liggen?"

Als de mensen dat mochten denken, dan verbied ik hen dat meteen. Je hebt het over de rubriek 'Het laatste woord'. Herinner je je nog wat je toen gezegd hebt?
"Ik ben toen ingegaan op het idee dat mensen twee aandriften hebben. De aandrift om erbij te horen en de aandrift om een beetje bijzonder te zijn. Die staan op gespannen voet met elkaar. Als je erbij wilt horen moet je je individualiteit opgeven, maar om bijzonder te zijn, of ergens eer mee in te leggen, moet je die individualiteit natuurlijk juist aanzetten. Mensen die ziek worden, hebben ook allerlei aandriften. Lance Armstrong raadt mensen bijvoorbeeld aan om net te doen alsof het allemaal niet uitmaakt, om gewoon door te gaan, te vechten, en er niet mee op te houden. Dat komt voort uit ontkenning. Het vervelende is dat je daarmee een hele rare indruk op je omgeving maakt, want die mensen weten allemaal dat je doodziek bent terwijl jij doet alsof dat niet zo is. Dat lijkt mij niet zo'n handige reactie. En de andere extreme reactie is dat je meteen de handdoek in de ring gooit en helemaal niks meer doet, je terugtrekt uit het sociale leven.

Heb je die aanvechtingen gehad?
"Allebei, ja."

En welke was het sterkst?
"Ik ben eerder geneigd om te doen alsof er niets aan de hand is dan om op de bank te gaan liggen huilen. Het is ontzettend lastig om je er steeds van bewust te zijn dat er iets aan het aflopen is. Daar hebben we in het dagelijks leven geen categorieën voor. We leven alsof onze tijd oneindig is. Dat ben ik dus ook weer grotendeels gaan doen, met dit verschil dat ik af en toe, met name met mijn vrouw Babs, het onderwerp echt op tafel gelegd heb en er uitvoerig over ben gaan kletsen."

Wat betekent dat, leven alsof onze tijd oneindig is? Hoe leef je dan?
"Eigenlijk houdt dat in dat je net zo kneuterig blijft als je altijd bent geweest. Je zou zeggen dat iemand die doodziek is zich nergens meer zorgen om hoeft te maken. Maar dat ben ik gewoon blijven doen. Ik kan nog steeds inzitten over onbenullige dingen, zoals onderhoud aan het huis. Ik begin ook aan allerlei projecten - boekjes maken - terwijl ik niet zeker weet of ik ze afkrijg."

Waarom ben je je blijven ergeren aan die kleine dingen?
"Wie te horen krijgt dat hij doodgaat, zou zijn leven schoon moeten vegen van pietluttigheden, zou je denken. Dat geneuzel is voor de levenden. De stervenden hoeven zich daar niet meer druk om te maken. Maar het interessante is dat er dan geen leven overblijft. Het leven zit nu eenmaal zo in elkaar: je ondervindt frictie van dagelijkse kleine fluttigheden en daar maak je je verschrikkelijk druk om. Dus ik ben onbeperkt door blijven tobben, terwijl dit een ideaal moment zou zijn om dat allemaal uit handen te laten vallen."

Je bent ook Denker des Vaderlands geworden. Is het niet vreemd dat je agenda nu voller is dan van wie dan ook?
"Ik heb nog nooit zo hard gewerkt als sinds ik arbeidsongeschikt ben verklaard."

Zie je daar niet soms de absurditeit van in?
"Als ik nu één ding belangrijk vind, dan is het dat ik contact houd met andere mensen. Ik ga niet jankend op de bank liggen of doen alsof er niets aan de hand is. Zulk gedrag vervreemdt mij van mijn geliefden, mijn collega's en alle andere mensen met wie ik verkeer. En juist dat samenzijn met anderen heb ik altijd gedaan. Daarbuiten is niets, niets waar ik mijn hoop op kan stellen."

Welke filosofen boden troost toen jij die onheilstijding kreeg?
"Op de sceptici, met name op Pyrrho van Elis. Pyrronisme is een minder bekend woord voor scepsis. De sceptici waren nergens dogmatisch in; ze wilden alle mogelijkheden openhouden en nooit een definitief oordeel vellen. Bovendien waren alle sceptici dokters en dat is geen toeval. Een medische conditie is nooit zeker, ook niet als er iets ernstigs aan de hand is. Nooit krijg je een concrete mededeling, bijvoorbeeld 'over drie weken, op dinsdag, om kwart over drie, dan is het afgelopen'. 'U bent ernstig ziek en we weten niet hoe het verder gaat verlopen' krijg je te horen, en een of andere kansrekening.

"Eigenlijk zijn de vaste punten die bij je gezonde leven hoorden verdwenen. En vaste punten in je ziekte worden je niet gegeven. De sceptici waarschuwen je om niet toe te geven aan je neiging om die punten dan maar zelf te gaan maken. Je moet leren leven met onzekerheid. Dat is de enige manier waarop je open kunt blijven staan, zowel voor eventuele nieuwe informatie over je toestand als voor de geliefden in je omgeving."

Wat voor vaste punten gaan mensen dan fabriceren?
"'Het is afgelopen', bijvoorbeeld. Dat is een hele sterke. Terwijl dat nog helemaal niet zo is, want je leeft gewoon door. Of: 'waarom moest dit míj overkomen?' Het is verleidelijk om een oorzakelijk verhaal te bedenken. Dan krijgt je ziekte een betekenis. Dit had jou niet mogen overkomen. Terwijl dat natuurlijk gelul is, want je wordt ziek en dat kan iedereen overkomen, jou dus ook. Het verhaal dat je jezelf vertelt is een rationalisering van je conditie, en die zorgt ervoor dat je emotioneel niet meer goed opereert. En dan komen we van Pyrrho van Elis op Seneca, een stoïcijn.

"De sceptici zeiden: leg je niet vast op verkeerde oordelen, maar blijf openstaan. De stoïci wijzen erop dat je je emoties hun gang moet laten gaan en er geen domme, rationele ideeën overheen moet smeren. Het leuke van emoties is dat ze ineens oplaaien - je wordt heel erg ongelukkig, heel erg bang of heel erg boos - maar op dat omhoog loeien volgt een natuurlijke afvlakking.

"Emoties hebben de eigenschap heel sterk te zijn en dan vanzelf weer weg te ebben, tenzij je jezelf rationeel een verhaal vertelt waardoor je in die emotie blijft hangen. Stoïcijns zijn betekent niet dat je je emoties neerknuppelt, integendeel, stoïcijns zijn betekent dat je je emoties op hun beloop laat. Die horen ook bij ziek zijn. Laat die emoties vrolijk gaan, en wees er beducht op dat je niet met domme rationaliseringen aan de slag gaat, dat je jezelf geen rare verhalen vertelt."

René, maar wat doe je als het drie uur 's nachts is en aardedonker, en het regent en je wordt bekropen door een enorme doodsangst, door een groot zwart gat waarin je kijkt en dat tegen je roept 'ja, maar binnenkort!' Wat dan?
"Je moet juist oppassen met dit soort verhalen. Als je je een enorm sterke voorstelling maakt van de dood, hoe het zou zijn als jij er niet meer bent, dan ben je met iets bezig dat zich nog niet heeft voorgedaan en dat je nog nooit zelf hebt beleefd. Dat is onempirisch. Je tovert jezelf voorstellingen voor, en die roepen emoties op. Je maakt met een irreëel beeld je emoties wakker. Het beste is om geen ideeën over de dood te hebben. Als de dood er is, ben jij er niet en kun je er dus ook niets over weten. Misschien bof ik een beetje, maar ik ben écht niet bang voor de dood. Sterven is doodeenvoudig. Iedereen kan het."

Sterven is doodeenvoudig. Iedereen kan het. Wim Brands in gesprek met René Gude. 60 blz., ISVW uitgevers 2014, € 8,50

René Gude

René Gude is Denker des Vaderlands, oud-directeur van de Internationale School voor WijsbegeerteI en oud-hoofdredacteur van Filosofie Magazine. Over hem schreef Wilma de Rek het boek 'Stand-up filosoof, de antwoorden van René Gude'. Wim Brands maakt het tv-programma 'VPRO Boeken', verzorgt uitzendingen voor Human en is dichter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden