Als de crisis voorbij is, staat de vrouw veel sterker

Nu de voorspellingen over de economische crisis in snel tempo somberder worden, wordt steeds vaker een vergelijking getrokken met eerdere periodes van werkloosheid, zoals in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Maar daarbij gaat het bijna nooit over de verschillende posities van mannen en vrouwen. Bij een economische crisis vliegen vrouwen er als eersten uit, is de gangbare reactie. Het klapstoeleffect wordt het ook wel genoemd: als het economisch goed gaat worden vrouwen van stal gehaald, en als het slecht gaat worden ze ingeklapt en weggezet.

Maar nu is het anders. In de jaren tachtig konden vrouwen veel makkelijker werkloos worden doordat ze als herintreedsters minder jaren ervaring hadden dan mannen en ze vaker werkten op een flexibel contract. Dat maakte hen kwetsbaar bij ontslagen.

Maar vrouwen zijn nu hoger opgeleid dan in de jaren tachtig, beschikken over meer ervaring en hebben een sterkere positie op de arbeidsmarkt. Er zijn nog wel iets meer vrouwen als flexwerkers aan de slag dan mannen maar de verschillen zijn veel kleiner geworden.

De echte klapstoelen in deze crisis zijn allochtone werknemers. Hoewel er ook verschillen zijn tussen de diverse groepen, kan wel worden gesteld dat zij veel vaker dan autochtonen in een flexibele arbeidsrelatie werken: 18% van alle niet-westerse allochtone werknemers heeft een flexibel arbeidscontract.

Bovendien zijn de slachtoffers van de economische crisis tot nu toe vooral gevallen in typische mannensectoren: de industrie en transportsector – en naar verwachting zal dit in de bouw binnenkort ook gebeuren. Een op de drie mannen werkt in die sectoren. Nu er ook banen worden geschrapt bij de banken, een sector waar bijna de helft van de werknemers vrouw is, zullen vrouwen de dans ook niet meer helemaal kunnen ontspringen. Toch zal dat op het totaal bezien meevallen: financiële instellingen zijn goed voor slechts 4 procent van alle banen in Nederland. Veel meer vrouwen hoeven niet direct voor hun baan te vrezen. Een derde van hen werkt in typische vrouwensectoren als zorg en onderwijs en daar is de werkgelegenheid niet afhankelijk van veranderingen in de economische situatie.

Bij stellen die allebei een baan hebben, is de kans dat de man zijn baan verliest dus veel groter dan dat dat bij de vrouw gebeurt. Als de man een lang arbeidsverleden heeft, heeft hij een tijdlang recht op een WW-uitkering. Na de WW-periode kan de werkloze nog een bijstandsuitkering krijgen, mits er geen andere inkomsten in het huishouden zijn en er geen eigen vermogen is (vaak in de vorm van een eigen huis). Dit zal niet vaak het geval zijn.

Dat verlies aan inkomen van de man heeft grote gevolgen. Bijna altijd brengt de man het hoogste inkomen in – meestal werkt hij 5 en zij 2 of 3 dagen. Vooral in huishoudens met kinderen en een hypotheek, kunnen dan financiële problemen ontstaan. In de economische crisis van de jaren tachtig is gebleken dat de werkloosheid van mannen hun echtgenotes heeft gestimuleerd om door te blijven werken na de geboorte van hun kinderen (tot dan toe stopten vrouwen bijna altijd met werken als ze moeder werden). Ook nu zou de werkloosheid van de man vrouwen kunnen prikkelen om meer uren te gaan werken (of om weer de arbeidsmarkt op te gaan). Vrouwen zouden daarmee vaker een kostwinnersrol kunnen krijgen dan nu. Dit sluit ook aan op het streven van het kabinet om vrouwen te stimuleren om in grotere deeltijdbanen te gaan werken. De kredietcrisis kan naast een hoop ellende dus ook kansen voor vrouwen bieden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden