Als de beschaving instort

De Italiaan Davide Longo schetst een beklemmend beeld van een cultuur die vervalt tot primitieve barbarij

Aan het begin van Marco Tullio Giordana's familie-epos 'La meglio gioventù' (2003) krijgt Nicola tijdens zijn laatste examen een apocalyptische toekomstvisie op zijn vaderland voorgeschoteld. Een gezaghebbende professor beschrijft het Italië van midden jaren zestig als een land op het punt van totale vernietiging. "Vertrek, vlucht, nu het nog kan", is zijn devies. "Ga studeren in Londen of Parijs, maar blijf niet in Italië..."

De rand van de afgrond voelde voor Italianen al vaker dichtbij. De van oudsher zeer fragiele Italiaanse democratie werd geteisterd door fascisme, door 'loden jaren' van rood en zwart terrorisme, door politieke corruptie en maffia-aanslagen, door verlammende politieke polarisatie. In den beginne zag Dante al met lede ogen aan hoe binnen de stadsmuren burgers elkaar bijna letterlijk verslonden.

Ook Davide Longo's 'De verticale man' stort een verontrustende toekomstvisie over het Belpaese uit. In andere hedendaagse romans kwamen we al taferelen tegen die verwezen naar Italië's naderende einde. Niccolò Ammaniti laat zowel 'Het laatste oudjaar van de mensheid' (1996) als 'Laat het feest beginnen' (2009) eindigen met een allesvernietigende ontploffing. Maar deze apocalyptische fresco's van een doorgedraaide massamediamaatschappij zijn vooral lachwekkende karikaturen. In Davide Longo's boek overheersen een toon en een atmosfeer die veeleer doen denken aan Cormac McCarthy's horrorepos 'The Road' (2006) waarin een vader en zijn zoon proberen te overleven in een Amerikaans postapocalyptisch landschap.

Longo's verhaal begint in medias res, zonder enige informatie over hoe het zover is gekomen, en het speelt zich af in een land dat weliswaar alle kenmerken heeft van Italië, maar waarvan slechts een enkele keer expliciet een plaats- of streeknaam wordt vermeld. Alsof ook die tekenen van beschaving letterlijk zijn weggevaagd door de recente gebeurtenissen. Het land is verworden tot een woestenij waarin overlevenden zich opnieuw moeten leren oriënteren. Vooral in dit aangrijpende eerste deel van de roman ervaren we van dichtbij hoe een beschaving uit elkaar valt wanneer het gebrek aan alle levensbehoeften steeds nijpender wordt, wanneer communicatie steeds moeizamer verloopt en de beschermende staat en zijn instellingen verdwijnen.

Wat rest zijn onregelmatige en vage nieuwsbulletins, geruchten over een nationale garde die vijandig tegenover de eigen bevolking staat en over geheimzinnige vliegtuigen die de overlevenden 's nachts besproeien met mysterieuze kalmeringsmiddelen die schadelijke bijwerkingen zouden hebben.

Longo schetst een desolaat landschap waarin ook enkele zorgwekkende problemen van het hedendaagse Italië doorschemeren. In het bijzonder de wens van velen om Italië te ontvluchten en elders een beter bestaan op te bouwen, het probleem van de integratie van, en omgang met de vele immigranten en de enorme ontevredenheid onder jongeren. In zijn apocalyptische toekomstvisie op de tijd kort na 2025 komen al deze elementen terug. Door de mysterieuze ramp die zich heeft voltrokken voordat het verhaal begint, lijkt alleen Italië getroffen. Inwoners proberen massaal te vluchten naar een beter leven in Frankrijk, Zwitserland of Oostenrijk, maar al snel worden de landsgrenzen angstvallig dichtgehouden en wordt er zelfs geschoten op mensen die nog in de buurt durven komen.

Bij de achterblijvers heerst een panische angst voor 'externen', immigranten van allerlei etnische achtergronden die het land onveilig maken en die steeds vaker door eigenrichting worden terechtgesteld. Tegelijkertijd woedt er een bloedige burgeroorlog waarbij de afschrikwekkendste benden bestaan uit grote groepen dood en verderf zaaiende jongens van tussen de vijftien en dertig jaar.

Net als Ammaniti's 'Laat het feest beginnen' heeft ook Longo's roman een schrijver als hoofdpersoon. Maar terwijl Fabrizio Ciba een parodie is van de 'geïntegreerde' schrijver-intellectueel, een vis in het water van een doorgedraaide massamediacultuur, valt Longo's hoofdpersoon Leonardo in een heel andere categorie. Ooit was hij een populair auteur en succesvol literatuurprofessor, in de nieuw ontstane wereld is hij verworden tot een tragische, kwetsbare figuur: ongeschikt om te overleven, al zijn kennis is volstrekt nutteloos.

Aanvankelijk probeert hij te midden van de puinhopen nog vast te houden aan zijn vertrouwde routines. In zijn optimisme en naïviteit ziet hij agressieve plunderaars aan voor kampeerders, waarop iemand hem hard uit de droom helpt: "Dat soort gelul kan echt niet meer, Leonardo, zie je dan niet hoe de zaken ervoor staan?" Hardnekkig blijft hij tijd maken voor zijn boeken en voor zijn lievelingsverhaal van Flaubert, ook al is lezen verworden tot "een laatste buitenissige wens van een ter dood veroordeelde".

Terwijl iedereen honden afmaakt omdat ze door voedselgebrek weer levensgevaarlijke roofdieren worden, redt Leonardo een puppy en noemt hem Bauschan, naar de hond uit een verhaal van Thomas Mann. Schrijven lukte hem door privéproblemen al jaren niet meer, maar uiteindelijk zal hij ook deze vertrouwde handeling oppakken en een week lang een reisdagboek bijhouden.

Terwijl Leonardo samen met zijn lieve tienerdochter Lucia, het lastige zoontje Alberto van zijn ex-vrouw en Bauschan uiteindelijk ook een grens probeert te bereiken, denkt hij af en toe terug aan zijn boeken en zijn verhalen, eens de pijlers onder zijn bestaan. Maar inmiddels houdt hij ze verantwoordelijk voor wie hij nu is: "Een man die tekortschiet." De schrijver zal inderdaad niet in staat blijken om zichzelf en zijn geliefden te beschermen tegen een onheil dat zijn ergste verwachtingen overtreft.

'De verticale man' is een uitzonderlijk wrede roman waarin het adagium homo homini lupus een gruwelijke werkelijkheid wordt. Longo lijkt de laatste, regressieve fase te beschrijven van de geschiedenis van mensdom en beschaving, zoals de Napolitaanse filosoof Giambattista Vico die optekende in zijn 'Scienza nuova' (1725): een terugval naar primitieve barbarij. Leonardo, Lucia en Alberto worden beroofd en gevangengenomen door een meedogenloze bende van zo'n honderd jongens, aangevoerd door Richard, hun messias. Terwijl de kille en gemene Alberto moeiteloos in de troep wordt opgenomen, krijgen zowel Leonardo als Lucia het zeer zwaar te verduren onder Richards regime van sadisme en wellust. Opgesloten in een kooi met de goedhartige circusolifant David heeft Leonardo het hart van de nieuwe wereld bereikt en lijkt alle hoop vervlogen. Toch zal deze verminkte en kwetsbare man met een ongekend moedige handeling van vaderliefde en zelfopoffering hun vrijheid afdwingen.

In hun ontsnapping lijkt tevens een sprankje hoop te gloren voor een samenleving die her en der en schoorvoetend haar menselijke waardigheid hervindt. Leonardo en de zijnen zoeken hun toevlucht op een eilandje vlak voor de kust. Niet ver daarvandaan woont een groep vredelievende mensen die op het strand samendrommen om ademloos te luisteren naar Leonardo's vele verhalen. Na de geboorte van een dochtertje spreekt de getraumatiseerde Lucia eindelijk weer een paar woorden. Een nieuw leven lijkt te beginnen.

Davide Longo: De verticale man. Uit het Italiaans vertaald door Pieter van der Drift. De Geus, Breda; 445 blz. euro 19,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden