Als Da Vinci kijken naar Mona Lisa

Wie was Mona Lisa eigenlijk? Ligt Ithaca op Texel? Wat is het raadsel achter Elgars 'Enigma Variations' en waar is kunstenaar Bas Jan Ader eigenlijk gebleven? Zitten er verborgen boodschappen in popmuziek als je die achterstevoren draait? Kunstmysteries die Trouw probeert te ontrafelen in een korte serie. Vandaag: de Mona Lisa.

SANDRA KOOKE

Eigenlijk zijn er twee raadsels rond de Mona Lisa op te lossen: wie was deze glimlachende vrouw? En waarom hangt die zweem van een lach om haar mond?

En dan is er nog dat derde raadsel: waarom maken mensen zich daar zo druk over? Er zijn talloze portretten van onbekende, glimlachende vrouwen. Maar geen een heeft geleid tot zoveel dikke boeken en vergezochte theorieën als de Mona Lisa.

Eerst de onomstreden feiten: de schilder van de Mona Lisa is Leonardo da Vinci. Het schilderij is ontstaan in de eerste twee decennia van de zestiende eeuw, ergens tussen 1502 en 1516, het jaar van zijn dood. Volgens sommige kunsthistorici begon Leonardo in maart 1503 aan het werk, omdat hij toen een half jaar lang geen andere opdracht had. Volgens anderen begon hij pas in 1504, 1505 of 1506. Maar laten we daar geen halszaak van maken.

Wanneer hij het af had, is een groter probleem. Volgens sommigen duurde dat een paar jaar, volgens anderen was hij er de rest van zijn leven mee bezig. Leonardo hield het schilderij zijn hele leven bij zich, ook toen hij naar Amboise in Frankrijk verhuisde. Althans, er is een verslag van een bezoeker die daar een vrouwenportret zag. Zijn beschrijving lijkt te slaan op de Mona Lisa.

Dat roept voor sommige kunsthistorici de vraag op of Leonardo misschien twee schilderijen maakte: één van de dame die hij rond 1503 in Florence portretteerde en één kopie waarop hij in later jaren de dame in kwestie net zo lang bewerkte tot zij de geïdealiseerde schoonheid bezat die nu in het Louvre wordt aanbeden.

En zo komen we terecht bij het eerste raadsel: wie wás Mona Lisa?

Het oudste antwoord op die vraag komt van Giorgio Vasari, de biograaf van vele kunstenaars. Zijn beschrijving van het schilderij dateert uit 1547. Leonardo was al dood, maar de vrouw die er volgens Vasari op stond, niet. Dat was Lisa Gherardini, de vrouw van de Florentijnse koopman Francesco del Giocondo, Madonna (Monna) Lisa. Lisa had net een tweede zoon gebaard en het gezin ging verhuizen naar een groter pand, een goede gelegenheid voor een portret van de vrouw des huizes. Maar Leonardo maakte het portret niet af, verklaarden ooggetuigen. Hij nam het hoogstwaarschijnlijk mee naar Milaan en Frankrijk om er langer aan te werken.

Vasari vertelt ons niet wat Monna Lisa daarvan vond. Vreemd genoeg noemde Vasari bij zijn beschrijving ook niet het bijzondere landschap dat zich acher deze Monna Lisa ontvouwt. Beschreef hij wel het juiste portret?

Die vraag roept tot op de dag van vandaag nieuwe antwoorden op. De een weet zeker dat Mona Lisa eigenlijk de markiezin van Mantua, Isabella d'Este, was, de ander meent de Napelse hertogin Costanza d'Avalos, de volgende gokt op Isabella Gualanda, ook uit Napels. Was het misschien Pacifica Brandano, minnares van Giuliano de' Medici? Of toch de vrouw van Giuliano, Filiberta di Savoia? Enzovoorts.

Er zijn er ook die beweren dat Mona Lisa een man is (Leonardo's leerling en mogelijke geliefde Salai). Hoogleraar antropologie Giorgio Gruppioni van de Universiteit van Bologna wilde zelfs de overblijfselen van Leonardo da Vinci opgraven om aan te tonen dat de Mona Lisa een zelfportret was.

Het lijkt een hopeloze zaak om uit te vinden wie Mona Lisa was. Dat vindt ook Michael Kwakkelstein, directeur van het Nederlands Interuniversitair Kunsthistorisch Instituut in Florence en hoogleraar beeldende kunst van de renaissance in Utrecht. Harde bewijzen zijn er niet. Toch liet hij zich in oktober in zijn oratie voor de Universiteit van Utrecht over de kwestie uit. Zijn hypothese - en hij is niet de eerste die dit oppert - is dat de Mona Lisa helemaal geen portret van een bestaand persoon is.

Kwakkelstein had niet de intentie het raadsel op te lossen, hij wilde alleen aan de hand van Leonardo's eigen geschriften over schilderkunst naar zijn schilderijen kijken. Dus ook naar de Mona Lisa.

Kwakkelstein: "Schilderkunst was voor Leonardo een wetenschap. Een bijzondere aanleg was niet voldoende. Volgens Leonardo was een zo volledig mogelijke kennis en begrip van de natuur en de manier waarop wij deze waarnemen onontbeerlijk. Hoe anders kon de schilder erin slagen bij de toeschouwer de illusie te wekken dat wat hij uitgebeeld ziet echt is en niet geschilderd? Dat wilde Leonardo bereiken en hij was daarin aangespoord door wat hij had gelezen over de beste antieke schilders.

"Jarenlang werkte hij aan een verhandeling over de schilderkunst. Zijn aantekeningen bevatten vele kritische uitlatingen ten aanzien van het werk van zijn vakbroeders. Zo ergerde Leonardo zich eraan dat gezichten te veel op elkaar leken, terwijl dat in de natuur niet voorkomt. Het is verrassend dat zijn opmerkingen over de uitbeelding van het menselijk gelaat zelden betrokken zijn bij het onderzoek naar de Mona Lisa."

Kwakkelstein deed dat wel en merkte op dat het gezicht van La Gioconda veel te veel naar het klassieke schoonheidsideaal neigde om een individueel gezicht te kunnen zijn. "Van dit schoonheidsideaal bediende Leonardo zich ook in andere schilderijen, bijvoorbeeld voor het gelaat van Johannes de Doper en dat van de heilige Anna. De zachte gelaatstrekken, de harmonie in het gezicht en de zachte glimlach wijzen op een ideaaltype. Uiterlijke schoonheid weerspiegelde innerlijke schoonheid, dacht men in die tijd. Aangezien het schilderij al heel snel bekend stond als La Gioconda, de gelukkige, zou het bedoeld kunnen zijn als een ideaaltype van een gelukkige vrouw.

"Leonardo heeft het werk bij zich gehouden tot zijn dood in 1519. Als voorbeeld voor zichzelf en zijn leerlingen. Ook al maakt hij zich zelf ook schuldig aan het herhaalde gebruik van een favoriet type gezicht, kunnen we La Gioconda beschouwen als de visuele vertaling van zijn theorieën over goede schilderkunst. Dit werk is het summum van zijn kennis en kunnen."

De glimlach is een onderdeel van het succes van het werk. Volgens Leonardo kon je aan de oog- en mondhoeken de gezichtsexpressie afleiden. Door die subtiel vaag te houden, bereikte Leonardo de suggestie van beweging. Ga maar eens voor de Mona Lisa staan en denk alle andere bezoekers weg, zegt Kwakkelstein. "Ze lijkt zo levensecht dat je denkt dat ze elk moment met haar ogen kan knipperen. Je vergeet gewoon dat dit een schilderij is."

Maar welk raadsel verbergt de glimlach? Juist de vaagheid heeft tot bizarre speculaties geleid. Is dat de glimlach van Leonardo's moeder, zoals Freud in 1910 beweerde in zijn psychoanalytische verhandeling over de kunstenaar? Is het de veelbelovende, sensuele glimlach van een femme fatale, zoals in de negentiende eeuw werd geopperd, of is zij gewoon een gelukkige huisvrouw?

Kwakkelstein: "Ik zie niets wulps of verleidelijks in haar blik. Haar bescheiden glimlach verraadt haar deugdzaamheid, toch kijkt zij de toeschouwer recht in de ogen aan. Ik zou het een blik van genoegzaamheid willen noemen. Alsof ze namens Leonardo zegt: 'Kijk eens hoe goed ik de schilderkunst beheers. Dit is mijn victorie over de antieken en de natuur zelf. Ik ben helemaal tevreden'."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden