Als buddy van een risicojongere moet je een soort Superman zijn

Ernest van der Kwast Beeld Marike Knaapen
Ernest van der KwastBeeld Marike Knaapen

Schrijver Ernest van der Kwast is buddy van Abdi (25). Dit voorjaar lazen we hoe Abdi vanwege een huurschuld zijn huis werd uitgezet. Hoe ging het daarna verder? En waarom wil niemand de ‘buddy’ te woord staan?

‘Ik ben buddy.” Zo stel ik me voor aan deurwaarders, incassomedewerkers en schuldhulpverleners. Soms zeg ik ook ‘mentor’ als het aan de andere kant van de lijn, balie of tafel stil blijft. Het is volgens mij mijn officieuze titel. Tenminste, zo staat het in het programma ‘Elke jongere telt’ dat wethouder onderwijs, jeugd en zorg Hugo de Jonge vorige lente presenteerde. Hij zocht naar opa’s, oma’s, voetbalcoaches en vrijwilligers als mentor voor risicojongeren, van wie er zeker 7.000 zijn in Rotterdam.

“Waarom word je zelf geen mentor?” vroeg De Jonge mij toen ik hem interviewde over zijn programma. Ja, waarom eigenlijk niet, dacht ik. Was het omdat ik geen tijd heb of omdat ik me niet betrokken voel? Waarschijnlijk was het een combinatie van beide: tijd heb ik niet, laat staan voor een ander. Zelfstandig zonder personeel, maar ook zonder participatie. Het is een ziekte van deze tijd. Niet de burn-out, maar vooral: onverschilligheid. We voelen ons niet langer verantwoordelijk voor de ander. Het is daarom niet verwonderlijk dat Mark Rutte het zo goed doet met het toverwoord ‘zelfredzaamheid’.

Volle honderd procent

Ik liet me tien maanden geleden overhalen door de handige Hugo de Jonge, maar ik voel me misleid. Ik vind de term ‘buddy’ of ‘mentor’ niet dekkend. Ik voel me eerder troubleshooter of personal assistant. Iets wat je niet fulltime doet, maar wel voor de volle honderd procent. Dat wil zeggen dat je soms dingen uit je handen moet laten vallen om een jongere te helpen, dat je moet bellen als een bezetene of net zo snel moet schrijven als Simon Vestdijk. Alleen dan geen boeken, maar brieven, mails en appjes. Ik denk dat mijn uitgeefster het aantal woorden zal benijden dat ik heb geschreven aan instanties. Sinds vijf maanden heb ik een assistent die míjn inkomende mails beantwoordt.

Misschien overdrijf ik en sla ik te ver door als vrijwilliger. Maar het is mijn overtuiging dat iedereen weer overeind te helpen is. Elke jongere. Zo ook de 24-jarige Abdi van Somalische afkomst, aan wie ik werd gekoppeld in maart. Zijn huurschuld was zo hoog dat de woningcorporatie van hem af wilde. Hij meldde zich bij het jongerenloket met een brief waarin stond dat zijn woning over twee weken zou worden ontruimd.

Ik heb de afgelopen tien maanden vooral gemerkt dat instanties mij lastig vinden. Als ik bel met de woningcorporatie voor een afspraak, krijg ik de bekende vraag voorgeschoteld: wie ik ben. Er valt een stilte na het woord ‘buddy’, maar ook de titel ‘mentor’ doet niets. De medewerkster die het dossier van Abdi onder haar hoede heeft, wil mij niet te woord staan. Als buddy ben ik geen partij waar de woningcorporatie afspraken mee heeft gemaakt. De medewerkster verwijst mij naar de deurwaarder. Dit soort afwijzingen die ik als vrijwilliger zal verzamelen, maakt elke keer een kracht in mij vrij waarvan ik niet wist dat ik die had. Elke keer als ik afgewimpeld word, raast deze energie door mijn hoofd.

De deurwaarder heeft ook weinig boodschap aan mij. Als het toch lukt een oplossing te vinden voor de huurschuld van Abdi word ik teruggefloten door een manager van de gemeente Rotterdam, die behoorlijk bits en chagrijnig is. Telefonisch laat hij weten dat mijn interventie niet op prijs wordt gesteld. Er is ineens een verhaal over overlast, Abdi zou een gevaar voor andere huurders vormen. Ik besluit de wijkagent te bellen, maar die mag de ‘buddy’ natuurlijk niets vertellen.

Abdi wordt zijn huis uitgezet en komt in de daklozenopvang terecht. Het raast in mijn hoofd, en ja, ook in mijn vuisten. Ik heb zin om het systeem te lijf te gaan.

Op dit punt eindigde het verhaal dit voorjaar. Het kostte me ruim twee maanden om Abdi weer in zijn huis te krijgen. Dat was langer dan ik had gehoopt; het systeem is een slak. Omdat er geen toelichting kwam op de overlast, heb ik een sociaal advocaat ingeschakeld. Die wint namens Abdi het kort geding over de huisontruiming, die volgens de rechter onrechtmatig was - er is geen bewijs van overlast.

Touwtrekwedstrijd

Abdi is ongelooflijk blij dat hij zijn woning terugkrijgt. Ik wil het vieren door de manager van de gemeente te bezoeken en mijn tong naar hem uit te steken, maar besluit mijn energie toch anders in te zetten. Omdat de corporatie het laminaat uit de woning van Abdi heeft getrokken, vraag ik om een schadevergoeding. Deze wordt in eerste instantie niet toegekend, in tweede instantie ook niet, maar uiteindelijk win ik deze touwtrekwedstrijd ook.

Nu Abdi een woning heeft, kan ik eindelijk met hem naar de schuldhulpverlening van de Kredietbank Rotterdam. Wie geen vast adres heeft, maar wel schulden, is hier niet welkom. Ook heb je inkomsten nodig, maar ik heb Abdi intussen binnen kunnen loodsen bij de espressobar bij mij op de hoek waar hij vijf dagen per week als keukenhulp/afwasser werkt. “Superman”, zegt hij tegen mij als hij de telefoon opneemt. De map voor de schuldhulpverlening hebben we binnen een week compleet, “iets waar anderen gerust een jaar over doen”, zegt de consulent van de Kredietbank. Het kostte mij twee ochtenden bellen en mailen om alle benodigde bewijzen te verzamelen. Fuck de zelfredzaamheid!

Abdi heeft nu dus een baan en een huis, en werkt aan zijn schulden. Maar als ik terugkom van vakantie, tref ik hem aan met een hand in het gips. Hij was gaan stappen en had gevochten. “Uit zelfverdediging”, zegt hij erbij. Hij kan vier tot zes weken niet werken. Ik kijk beteuterd naar zijn gips. Hier kan Superman ook niks aan doen.

Iemand uit mijn omgeving zegt: “Zie je nou? Het heeft geen zin om te helpen.” Maar van mij mag Abdi fouten maken, zoals hij die ook in het verleden heeft gemaakt. Toen kwam hij er alleen niet uit, nu ben ik er. Natuurlijk ook om hem streng toe te spreken. Er is een behoorlijke schuld af te betalen en hij wil in februari beginnen aan de opleiding procestechniek. Ook hoop ik hem stiekem op de fiets te krijgen, “een heel vreemd vervoermiddel”, volgens Abdi.

De tekst loopt door onder de afbeelding

In 2015 begon de gemeente Rotterdam een publiekscampagne om eenzaamheid onder ouderen terug te dringen. Dit leidde tot ruim 8000 huisbezoeken aan 75-plussers door vrijwilligers, en tot een afname van eenzaamheid in de stad, terwijl die in de rest van het land juist toeneemt. De vrijwilligers die de huisbezoeken afleggen, zijn voor het merendeel zelf senior. Ik denk dat een 75-plusser ook niet zit te wachten op een multitaskende troubleshooter die stuitert van de energie. Maar een jongere die acute problemen heeft op het gebied van wonen, werk én geld wel.

Daarom wil ik de Rotterdamse CDA-wethouder Hugo de Jonge, vlak voordat hij wellicht naar Den Haag gaat om minister of staatssecretaris te worden, oproepen tot een publiekscampagne om vrijwilligers te werven die jongeren gaan helpen. Geen opa’s en oma’s, geen buddy’s en mentoren, maar supermannen en supervrouwen. Zzp’ers die omkomen in het werk omdat ze zo succesvol zijn, maar tot nu toe alleen aan hun eigen toko dachten. Ik wil hem daar uiteraard bij helpen. Mijn assistent beantwoordt graag zijn mail. Ik ben er intussen voor de jongeren.

Lees hier het eerste deel van deze serie: 'Als ik jou was tegengekomen op mijn zestiende was ik nu advocaat geweest'.

De naam Abdi is gefingeerd, zijn naam is bekend bij de redactie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden