Als bijbelvertaler kerkverlater is

Bij zijn allerlaatste oratie wees Karel Deurloo, de vader van de 'Amsterdamse School', gisteren nog eenmaal op het belang van bijbellezen, bijbelvertalen en liturgie. Bij hem en zijn gezelschap heerst scepsis of de Nieuwe Bijbelvertaling met haar pretentie van verstaanbaarheid veel diensten zal bewijzen.

De oudtestamenticus en oud-hoogleraar Karel Deurloo (68) was al lang opgehouden te gaan naar de wijze der mannen die carrière maken. En toch: gisteren hield hij aan de Vrije Universiteit zijn inaugurele rede als nieuwe hoogleraar op de Dirk Monshouwer Leerstoel, ingesteld door de gelijknamige stichting.

Vier jaar geleden nog, toen de Universiteit van Amsterdam de theologieopleiding afschafte, keerde Deurloo zich bitter af. Deurloo was toen de vader van de zogenaamde Amsterdamse School, de bijbelexegeten die arbeiden in de grote traditie van Miskotte, Breukelman, Beek - met hun ijzersterke motto: de tekst mag het zeggen. Maar zijn school, klaagde Deurloo, was 'verjaagd van de Academie'. Voortaan zou hij werken 'vanuit de catacomben', zei hij - het klonk martelaarsachtig en vooral verongelijkt. Maar zie.

Een bescheiden symposium ging gisteren Deurloo's inauguratie vooraf en vakbroeder Eep Talstra van de VU herinnerde aan het voorval van toen. Hij trok een wat vermetele parallel met het Volk Israëls - dat terugkeert uit de ballingschap, niet dankzij de synode van de eigen kerk, maar dankzij een vreemde koning, Cyrus Monshouwer. Zo betrekt Deurloo toch nog een tweede academie, een tweede 'tempel': in de nok van de Vrije Universiteit, met enig uitzicht op het ware Mokum van de Amsterdamse School: het stadshart in de verte.

Toch was Deurloo in zekere zin helemaal niet het middelpunt van de dag. Al bij binnenkomst vonden de honderd deelnemers de open brief, waarmee de aanhang van de Amsterdamse School wil helpen voorkomen dat de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) zomaar tot 'kanselbijbel' wordt verheven. Deurloo's dag was minstens ook een dag voor kritiek op de NBV, die woensdag verschijnt.

Met 'bijbelvertalen en liturgie' als overkoepelend thema kwamen diverse sprekers met hun misprijzen. Zoals de 79-jarige emeritus hoogleraar J.P. Boendermaker. Er zijn in de Bijbel van die woorden waar echt alles aan gelegen is, zei hij. Zo'n woord is voor hem gedenken. Van het gedenken van de uittocht bij Pesach tot en met het 'gedenk uw belofte' en 'gedenk mij in uw Koninkrijk', dat móét je echt altijd hetzelfde vertalen, vindt Boendermaker. Dat moet je zeker óók als dat 'gedenken' als zelfspot klinkt in de woestijn bij almaar dat saaie manna. Wij gedenken de vis in Egypte voor niks, de komkommers, het look en de uien ...(Numeri 11) Het stuitende misbruik van dat grote woord moet de vertaler juist niet verdoezelen met 'terugdenken aan of herinneren'. De NBV doet dat, haar voorganger NBG en de katholieke Willibrord evenzeer, tot Boendermakers spijt: ,,Wég de bittere Witz.'' Laat toch niet, vraagt hij, ,,het woord 'gedenken' als oud behang achter vrolijk nieuw papier verdwijnen.''

Bijbelvertaler en leerhuis-leraar Alex van Heusden vatte zijn kritiek op de NBV samen. Zeventig jaar geleden zei de befaamde bijbelgeleerde Miskotte dat het misverstand der heilige schriften regel is en het verstaan uitzondering; de nieuwe bijbelvertaling in 'verstaanbaar Nederlands' wil het verstaan tot regel en het misverstand tot uitzondering maken.

Van Heusden gelooft er niet in. De Bijbel is voor hem geen democratisch, maar een weerbarstig boek, dat je niet goed zonder uitleg kunt lezen. Een moeilijk boek, omstreden ook door wat er allemaal mee gebeurd is door de geschiedenis, door een rigide moraal. In het leerhuis leren mensen bij Van Heusden de Bijbel ontdekken als het boek, niet over God, maar als het 'groot verhaal' over de mens. Geen godsdienstig boek voor privé-doeleinden, maar een boek dat partij kiest in het sociale conflict voor de armen en ellendigen - zegt Van Heusden nogmaals Miskotte na. Hij hekelde nog even ds. Matthias Smalbrugge, die vorige week in Trouw schreef over het ,,brave gemoraliseer over de underdog'' in de kerken. ,,Dat kun je zeggen als je in Aerdenhout woont'', schampert Van Heusden.

In de grote aula van de universiteit neemt Deurloo in de namiddag de draad weer op. Zegen en zegenen is zijn thema en net als het 'gedenken' van Boendermaker gaat het Deurloo bij 'zegenen' om een sleutelwoord - in de bijbeltekst, in de liturgie en dus in de bijbelvertaling. 'Gezegend zij God' of 'Zegen de Heer' wordt in de NBV vaak iets met 'prijzen' of 'geprezen'. De vertalers hadden beter moeten weten, vindt Deurloo: in de liturgie, in liederen, dienstboek en psalmberijming klinkt juist voortdurend het zegenen als refrein. De bekende 'Zegen van Aüron' (Trouw mocht eerder op 8 oktober de NBV-versie van deze tekst wegens het embargo niet afdrukken maar hier toch een fragment, op Deurloo's gezag): Moge de HEER u zegenen en u beschermen. Moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen (...) Moge de Heer u zijn gelaat toewenden. Deurloo vindt de tweede zinsnede 'te praterig voor liturgisch gebruik', de laatste zinsnede mist volgens hem de climax van het 'verheffen' van het aangezicht. En 'moge de HEER zegenen' is een soort 'wens', niet werkelijk Gods zegen die mag worden aangezegd aan het slot van de liturgie. Het bracht Deurloo al eerder tot de verzuchting: ,,Je gaat haast denken dat de bijbelvertalers nooit in de kerk komen en dus een taalontwikkeling hebben gemist.''

Na zoveel zegenen verzekerde Deurloo de aanwezigen dat deze inaugurele rede tegelijk alvast mag dienen voor zijn afscheid in 2006. Maar hij drukte iedereen op het hart ook zijn leerstoel en de Monshouwerstichting te zegenen met een gulle donatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden