Als bedrijf homo's weigeren: soms mag het

Niet tuingroothandel De Boer in Drachten, maar een tuincentrum in Zevenhuizen.Beeld anp

Een eigenaar van een groothandel in Drachten moet een boete betalen omdat hij een homoseksuele stagiair weigerde. Religieuze gewetensbezwaren zijn in zo'n geval geen vrijbrief voor discriminatie, oordeelde de rechter maandag. Hoeveel ruimte is er in Nederland eigenlijk voor 'weigerondernemers'?

"Wij hebben iets gezien op je Facebookpagina, en dat is je seksuele geaardheid en vooral het uitleven van die geaardheid (je hebt een vriend)", schreef de directeur van tuingroothandel De Boer afgelopen november aan stagiair Bas van der Meer. "Dat je die geaardheid hebt is niet het punt, maar het uitleven daarvan wel. Wij zijn een christelijk bedrijf, en voor ons is dit een punt waar we ons niet mee verenigingen mogen."

De brief kwam nogal uit de lucht vallen, vertelde Van der Meer destijds in de media. De groothandel had hem al aangenomen. En na die brief werd alles afgeblazen. De rechter in Leeuwarden tikt de directeur nu dus op de vingers: hij moet 1600 euro boete betalen, waarvan 800 voorwaardelijk.

Een goede zaak, vindt juriste Barbara Bos van het College voor de Rechten van de Mens. Haar organisatie kwam twee maanden geleden al tot hetzelfde oordeel als de rechter, al zijn de uitspraken van het College niet bindend. Een christen die op grond van gewetensbezwaren klanten of personeel weigert, staat volgens Bos in Nederland juridisch niet heel sterk. "Iemands geaardheid doet in zulke situaties niet terzake, dus dan heb je het meestal over discriminatie."

Leger des Heils wil alleen christenen, en dat mag
Meestal, maar niet altijd. Want organisaties op religieuze grondslag mogen soms wel onderscheid maken. Bos: "Het Leger des Heils bijvoorbeeld. Dat werft alleen christenen." In 2011 stelde het College die stichting nog in het gelijk, nadat ze twee moslima's had afgewezen voor een baan als coördinator. "De hulpverlening die het Leger doet, komt voort uit het geloof. Het christendom is deel van wie ze zijn, van wat ze doen. Dan kun je dus zeggen: iemand die onze geloofsovertuiging niet onderschrijft, past niet bij onze organisatie."

Bij een Utrechtse evangeliegemeente die vorig jaar weigerde om een zaaltje te verhuren aan de jongerenvereniging van het COC lag het net even anders. De kerkgemeente blies de verhuur af nadat ze had ontdekt dat de huurder een homoclub was. Dat is wel discriminatie, oordeelde het College. Het Openbaar Ministerie kwam in december tot dezelfde conclusie. "Als je een zaal verhuurt, doet het er niet toe wat de geaardheid van de huurders is", zegt Bos.

Toch zijn er gevallen waarin je als ondernemer of organisatie wél een onderscheid mag maken. Dat bleek in 2009, toen een textieldrukker in Nieuwe Tonge weigerde om handdoeken te bedrukken voor een sportevenement voor homo's. Als de drukker badstof leverde met de tekst 'Gay Sport Nijmegen Pink Tournament 2009', zou hij naar eigen zeggen meewerken aan een 'God-onterend evenement'.

De voorloper van het College, de Commissie Gelijke Behandeling, stelde de drukker in het gelijk. Hoe kan dat?

Bos: "Er is een subtiel verschil tussen het weigeren om een bepaalde klant te helpen en het weigeren om een bepaald product te maken. Iedere ondernemer mag zeggen: dit product lever ik niet. Je bent vrij om te kiezen welke producten je wel en niet maakt, maar je bent niet vrij in de keuze aan wie je dat wil verkopen." Deze casus is wel een lastig geval, gaf de Commissie destijds toe in haar oordeel. Ze vond het 'niet onbegrijpelijk' dat homo's de weigering van de drukker kwetsend vonden.

Conservatief Ameriika in de bres voor de weigerondernemer
Kwesties als deze zorgen momenteel in delen van de Verenigde Staten voor veel beroering. De staat Indiana voerde vorig jaar een omstreden wet in die religieuze gewetensbezwaren beschermt, en de staat Mississippi kwam eerder deze maand met een vergelijkbare regeling. In een aantal andere conservatieve staten liepen pogingen voor zulke jurisdictie spaak.

De wet in Mississippi is opvallend breed. Hij beschermt weigerambtenaren, maar ook gewetensbezwaarden op allerlei andere plaatsen, zoals in adoptiebureau's (personeel mag weigeren om homoparen aan een adoptiekind te helpen), bij makelaars en in ziekenhuizen. Wetten als deze zijn nodig om de godsdienstvrijheid te garanderen, zeggen voorstanders. Als een gewetensbezwaarde bakker gedwongen wordt om een bruidstaart te bakken voor een trouwerij van twee mannen, tast dat hun religieuze grondrechten aan.

"In Nederland leveren bruidstaarten voor zover ik weet nooit problemen op", zegt juriste Bos.

Maar stel dat een bakker op de Veluwe weigert om een taart te bakken voor een homobruiloft. Riskeert hij dan een boete? Of kan hij wegkomen met het argument van de textieldrukker: dat het hem niet gaat om de geaardheid van de klanten, maar dat hij gewoon geen taarten bakt met twee mannennamen?

Bos: "Dat is een lastige. Je kunt dan wel zeggen dat het niets te maken heeft met wie de klant is, maar dat is niet heel geloofwaardig. In zo'n geval is taart zelf natuurlijk bijna onlosmakelijk verbonden met wie hem bestelt. Godsdienstvrijheid is een grondrecht, maar de vrijheid om je geaardheid uit te oefenen mag ook niet worden aangetast. Zo veel ruimte heb je als bezwaard ondernemer niet."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden