Als Adam en Eva voelen Truus Bronkhorst en Marien Jongewaard zich verstoten uit het paradijs. Een dansduo stopt.

Masaccio's fresco 'Adam en Eva verdreven uit het paradijs' prijkt op de website, op het programmaboekje is het woord 'Exit' in oververhitte celluloidletters op een afbeelding van een theaterzaal gebrand. Als Adam en Eva van de moderne dans is het 'exit' voor choreografenduo Truus Bronkhorst en Marien Jongewaard. Niet uit het Hemels Paradijs, wel uit het Kunstenplan.

Verbazingwekkend hoe snel een klein dansimperium kan afbrokkelen. De studioruimte moet leeg, het koffiezetapparaat is al bijna ingepakt. Maar eerst werkt het duo nog hard aan hun artistieke zwanenzang over weggaan en afscheid nemen, 'Exit'.

Staatssecretaris Van der Laan volgt het negatieve advies van de Commissie Dans. Dat houdt in dat de choreografen Bronkhorst en Jongewaard, beiden 53 jaar, per 1 januari van dit jaar geen overheidssteun meer ontvangen. Na 28 jaar spraakmakende dansproducties, een Gouden Dansprijs, de Sonia Gaskell-prijs en het winnen van het prestigieuze choreografieconcours Bagnolet, zouden de sterk theatrale en beeldende choreografieën volgens de commissie 'een sjabloon' zijn geworden. Jongewaard: ,,Dat getuigt van een enorme domheid. Als je geen oog hebt voor de ontwikkeling van een kunstenaar die voor de verandering eens níet meegaat met de waan van de dag, heb je geen oog voor kunst.''

Voor 'Exit' baseren Bronkhorst en Jongewaard zich op het bijbelse gegeven van Adam en Eva die uit het paradijs worden verdreven. Bronkhorst: ,,We vragen ons af wat er daarna met hen gebeurt. Adam en Eva hebben elkaar waarschijnlijk nog nooit zo liefgehad als het moment dat ze door de engel werden verjaagd. Dat laten we uitmonden in een teder liefdesduet. Ook als mensen niets van onze situatie afweten, blijft het een mooi duet.'' Jongewaard: ,,'Exit' is een commentaar op onze situatie, maar we maken er een metafoor van waar het publiek zijn eigen gevoelens op los kan laten.''

Bronkhorst: ,,Er klinkt hoop uit 'Exit'. Natuurlijk voel ik me vreselijk, maar ik wil niet verbitterd raken. Alhoewel ik na de laatste voorstelling wel even zal huilen. Ergens zijn we blij bij de groepen te horen die uit het bestel zijn geknikkerd. Het voelt alsof we aan 'de goede kant' staan. Piet Rogie, Hans Tuerlings, Ko van den Bosch van Alex d'Electrique, Ton Kas, Willem de Wolf: ze hebben voor kabaal gezorgd en moeten allemaal het veld ruimen.''

Jongewaard: ,,We zijn nooit aaibare mensen geweest. Dat komt ons nu duur te staan. We zijn de luizen in de pels van de dans die steeds burgerlijker en conformistischer wordt; een speelbal voor beleidsmakers die zich laten leiden door bezoekersaantallen en zoiets vaags als 'internationalisering'. Daar moet een kunstenaar zich helemaal niet mee bezighouden. Op een congres vroeg een jonge choreograaf aan het panel hoe hij zijn stukken 'uit efficiënt oogpunt' langer op 'zijn repertoire' zou kunnen houden. Toen dacht ik: ga máken! Zoveel mogelijk. Tot je erbij neervalt! Wij hebben altijd de tamtam gezocht, opwinding en opschudding willen veroorzaken, de oerbron die theater in onze ogen is.''

De tamtam van Truus Bronkhorst begon begin jaren tachtig. Beïnvloed door Koert Stuyf, de vader van de performancekunst in Nederland, volgde ze haar eigen spoor met performances waarin ze op zoek ging naar een eigen expressieve verbeelding van emoties en gedachten. In haar legendarisch geworden solo's in het Amsterdamse Shaffy Theater als 'Lood' (1988), 'Goud' (1989) en 'Zwarte bloesem' (1990), scheerde Bronkhorst in thema's als liefde, eenzaamheid en dood, langs pathos en ironie, ontroering en hilariteit. Ze trad hierin op als geisha, hoer, nar of regentes: sterke en onafhankelijke vrouwen waarin ze een scherp protest liet doorklinken tegen de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, arm en rijk, wit en zwart.''

In de groepsstukken die ze daarna maakte, nu met Marien Jongewaard, werd het protest pregnanter. Commentaar op het machismo en geweld in een mannenwereld kwam tot uiting in 'The Fall' (1997) en '1,2,1,2,3,4' (1999). De fysieke confrontatie tussen de mannelijke dansers werd fraai afgezet tegen hun kwetsbare en tedere kanten, niet gespeend van een flinke dosis homo-erotiek. Jongewaard: ,,Voor onze zwarte, homoseksuele en vrouwelijke dansers hebben we altijd iets gemaakt wat emanciperend is.''

Als Bronkhorst en Jongewaard er definitief mee ophouden, verstomt dan ook het protest in de dans? En is die überhaupt in deze tijd nog wel nodig? Jongewaard: ,,Ga naar welke dansbijeenkomst dan ook: de uitreiking van de VSCD-prijzen, de festivals. Dan zie je al die mannen, al die schouwburgdirecteuren, die heel gezapige kunstmaffia. De jonge generatie dansmakers conformeert zich daaraan. Iedereen denkt: als ik dat niet doe, dan neem ik risico.'' Bronkhorst: ,,Je ziet pogingen om de dans maatschappelijk te maken, maar als je het ergens over wilt hebben moet je er ook wel echt wakker van liggen. Dat zie ik niet in de voorstellingen terug.'' Jongewaard: ,,Wij komen uit een generatie van struggle. De nieuwe dansmakers moeten op zoek naar hun eigen 'trappende beweging'. Dan trap je er misschien wel eens naast, maar je trápt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden