Als 6-jarig meisje in de frontlinie

Duitsers hielden Joke Kloots en ouders vast in bankgebouw dat cruciale rol speelde bij strijd om Maasbruggen

NIELS MARKUS

De zesjarige Joke Kloots slaapt nog als haar ouders op de vroege ochtend van 10 mei 1940 vanaf het balkon zien dat vliegveld Waalhaven in brand staat. Als even later watervliegtuigen op de Nieuwe Maas landen, begrijpt vader Jacob Kloots dat de Duitse aanval op Rotterdam begonnen is. Voor zijn gezin beginnen vijf zenuwslopende dagen middenin de frontlinie.

Vader Kloots was conciërge in de Nationale Levensverzekerings-Bank, legt de nu 81-jarige Joke Swaep-Kloots uit op de expositie 'De Aanval' in Rotterdam. De tentoonstelling gaat over het bombardement op de stad, dit jaar 75 jaar geleden. Op de maquette van het vooroorlogse Rotterdam is de bank, waar de familie Kloots ook woonde, goed herkenbaar. Het hoogste gebouw aan de Boompjeskade stond recht voor de felbevochten Maasbruggen.

Jacob Kloots brengt zijn vrouw, de wakker gemaakte Joke en hun hondje naar de schuilkelder. Intussen worden de bovenste verdiepingen doorzeefd met kogels. Even later staan Duitse soldaten voor de deur. Zij gebieden de conciërge hen binnen te laten.

Het gebouw van de Nationale Levensverzekerings-Bank ligt op een cruciale plek. De Duitsers hebben de zuidoever al in handen. Aan de noordzijde, bij de bruggen, geven Nederlandse mariniers en elitetroepen forse weerstand. De Luftwaffesoldaten verschansen zich in het bankgebouw om aan hun kogels te ontkomen.

Jacob Kloots helpt bij de verzorging van gewonde Duitsers. Hij slaat een kleerhanger kapot om het hevig bloedende been van een soldaat af te binden. Het helpt niet. De soldaat overlijdt. Joke Swaep-Kloots: "Mijn vader was een lieve, zorgzame man." Plichtsgetrouw ook, na de eerste aanval controleert hij de directiekamers van de bank.

Joke Kloots ondergaat de gijzeling vooral. "Meisjes van zes zijn nu een stuk bijdehanter dan toen. Ik was echt nog een kind." Wel voelt ze de angst van haar ouders, die gedurende vijf dagen het pand niet mogen verlaten. De Duitsers zijn bang dat ze informatie zullen doorspelen aan Nederlandse soldaten.

Op de vierde dag van de gijzeling hoort Jacob Kloots de Duitsers overleggen. Moeten ze zich overgeven? Of de hond afmaken en met het gezin vluchten op een boot? Even later worden de zenuwen Kloots te veel. Hij gilt het uit en verliest het bewustzijn, terwijl soldaten en zijn vrouw hem proberen te kalmeren.

Joke Kloots leert intussen ook een andere kant van de Duitse soldaten kennen. "De meesten waren maar jongens. Eén van hen riep om zijn moeder toen ze zijn been afbonden." Ondertussen werd zij verwend door de Duitsers. "Ze gaven chocolade, speelden spelletjes en ze tekenden voor me. Eén van hen tekende prachtige zeilschepen."

Voor de Duitsers in de bank komt het bombardement van 14 mei geen moment te vroeg. Het pand wordt van twee kanten belegerd en de munitie raakt op. Joke Swaep-Kloots herinnert zich het 'verschrikkelijke kabaal' van de bommen. Daar helpen de liedjes die de soldaten zingen en haar ouders die haar oren dichthouden niet tegen.

De bank doorstaat als een van de weinige panden in de omgeving enigszins de bommen en het vuur.

Haar moeder wil het na het bombardement zo snel mogelijk verlaten. "Een luitenant zei: 'U weet niet waar u het over heeft. De hele stad staat in brand'."

Enige tijd daarna mogen ze gaan. Alle bezittingen zijn verbrand en het gezin gaat naar familie op Rotterdam-Zuid. Joke Kloots zag hoe de stad in puin lag. "Het waaide hard, overal was vuur. We moesten over de lijken heen stappen om bij de brug te komen."

Al snel kan vader Kloots weer aan de slag in het nieuwe pand van de Nationale Levensverzekeringen-Bank. De rest van de oorlog wonen daar Duitse soldaten om een zoeklicht op het dak te besturen. Na de oorlog praten de ouders van Joke nauwelijks nog over het bombardement. Voor haarzelf ligt dat anders. "Ik leerde de soldaten bij ons thuis kennen. Ze hadden gezinnen, eentje was banketbakker. Ik heb ook hun menselijke kant gezien."

undefined

Expositie 'De Aanval'

Middelpunt van de expositie 'De Aanval' in Rotterdam is een Heinkel-bommenwerper. Niet een van de 54 vliegtuigen die een bommentapijt over Rotterdam uitrolden, maar een vliegtuig dat in de jaren vijftig in Spanje is gebouwd. In de Onderzeebootloods op de RDM-Campus zijn rondom het zwevende vliegtuig de verhalen te bekijken van ooggetuigen van het bombardement, donderdag 75 jaar geleden. Ook Joke Swaep-Kloots vertelt haar verhaal.

undefined

Het bombardement

Over het bombardement van Rotterdam bestaan nog veel vragen die nooit beantwoord zullen worden. Waarom gebruikten de Duitsers de onnauwkeurige en zwaarbeladen Heinkels en geen Stuka's, geschikt voor precisiebombardementen? De Duitsers wilden het verzet van mariniers en elitetroepen bij de Maasbruggen breken. Dat lukte, na een dreigement om ook Utrecht te bombarderen, capituleerde Nederland. Maar dat bombarderen was niet zonder risico, zegt Rob Noordhoek van Museum Rotterdam. "Het had de wil om te vechten ook groter kunnen maken. Een verwoeste stad is beter verdedigbaar."

Nog zo'n vraag: had het bombardement voorkomen kunnen worden als de Nederlanders en de Duitsers rekening hadden gehouden met het toenmalige tijdsverschil van één uur en veertig minuten? Misschien dachten de Nederlanders meer tijd te hebben voor het ultimatum van de Duitsers.

De gevolgen van het bombardement zijn bekend. Er vielen tussen de 650 en 900 doden en het grootste deel van de Rotterdamse binnenstad werd in as gelegd.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden