Aloysius College gaat ten onder in verscheidenheid

Het Haagse Aloysius College is veelkeurig als de stad zelf. Maar het Aloysius moet, vlak voor zijn eeuwfeest, sluiten. Door de witte vlucht, zegt de school. Door mismanagement, zegt de gemeente.

LAURA VAN BAARS en REDACTIE ONDERWIJS & OPVOEDING

Van een jezuïetenschool voor jongens naar een school voor kinderen met dertig verschillende nationaliteiten van alle opleidingsniveaus. Als het Aloysius College in Den Haag over drie jaar zijn honderdjarig bestaan had kunnen vieren, was dat de belichaming geweest van hoe de hofstad in de afgelopen eeuw veranderd en verkleurd is.

Het mag niet zo zijn, want het Aloysius moet sluiten. De school had onvoldoende weerwoord op de 'verkleuring' en de vlucht van witte leerlingen. Naarmate er meer kinderen uit achterstandswijken kwamen, bleven er meer kinderen uit de chique wijk Benoordenhout weg.

De laatste twee jaar daalde het aantal inschrijvingen hard. Het leerlingenaantal ging in die periode van 950 naar 720. Met een grote onderhoudsbeurt aan het oude gebouw in aantocht, werden de financiële problemen onoplosbaar. Als de school aan het einde van het jaar de deuren sluit, kunnen de rekeningen nog net allemaal betaald worden.

De sluiting van het Aloysius College wordt door de gemeente Den Haag toegeschreven aan mismanagement. "Want als scholen gemengd of zwart worden, kunnen ze daar ook een succes van maken", zegt CDA-gemeenteraadslid Rogier Michel. "Dat is het Aloysius niet gelukt."

Volgens de voorzitter van de Stichting Vrienden van Aloysius, advocaat Dick van der Klei, lukte het de school niet om een 'thuisgevoel' te creëren voor kinderen uit Benoordenhout. "Wij, ouders, hadden er sympathie voor dat de school zo gemengd was. Maar zo dachten de meeste buurtgenoten er niet over. Die gingen liever naar een witte school een kilometer verderop."

De witte vlucht op het Aloysius College staat niet op zichzelf. Volgens onderwijsadviseur Walter de Wit van Oberon zijn er in Nederland nog zo'n vijftien andere scholen die door een afkalvend aantal witte leerlingen in de financiële problemen raken. Scholen in de Amsterdamse Bijlmer en Nieuw-West zijn daar voorbeelden van.

Zeki Arslan, onderwijsdeskundige van Forum, het instituut voor multiculturele vraagstukken, spreekt van een 'voortschrijdend probleem waarvoor nauwelijks meer aandacht is'. Volgens Arslan lossen de scholen de problemen die ontstaan door verkleuring vaak in stilte op. "Een school die in de problemen komt, sluit zich aan bij een ander schoolbestuur, of wisselt van naam. Zo valt het minder op."

Dat het Aloysius College een 'eenpitter' was, oftewel: niet aangesloten bij een bredere groep scholen, kan onderdeel van het probleem zijn geweest, denkt Walter de Wit. Op het Aloysius werd de vmbo-afdeling steeds groter, en het vwo steeds kleiner. De Wit: "In een scholengroep hadden ze de leerlingen beter kunnen spreiden. Ik zie dat scholen die wit waren en ineens veel allochtone leerlingen krijgen, nog maar een paar vmbo- klassen aanhouden. Wie er niet meer bij past, kan op andere vestigingen terecht." In Den Haag loten veel scholengemeenschappen vmbo'ers uit om die afdeling beperkt te houden.

Het Aloysius probeerde meer vwo-leerlingen te trekken door een hoogbegaafdenafdeling op te zetten. "Een heel goede plek", zegt Dick van der Klei, "want hoewel ook hier kinderen van heel diverse afkomst waren, deelden ze het lot van hoogbegaafdheid. Helaas heeft deze afdeling het imago van de school niet voldoende verbeterd."

De gemeente Den Haag zal de school niet redden. Op de vraag of de sluiting van de school te maken heeft met de verkleuring, zegt wethouder Ingrid van Engelshoven zich niet in dat beeld te herkennen. De gemeente heeft de schoolleiding meermaals geadviseerd te fuseren met een andere school om de risico's te spreiden. "Dat is niet gelukt", zegt de wethouder. "Maar die keuze was aan de schoolleiding."

undefined

Alle politici was het een zorg

Scholen die ten onder gingen aan 'verkleuring' konden de afgelopen decennia op veel steun van overheden rekenen. In 2003 sloot het Niels Stensen College in Utrecht omdat zich nog te weinig leerlingen meldden op de door Marokkanen gedomineerde school. Niels Stensen werd de aanzet tot grootschalig beleid om kinderen op middelbare scholen te spreiden. Haagse en lokale politici maakten zich allemaal hard voor het probleem.

Maar die tijden zijn voorbij, zegt Zeki Arslan van Forum met spijt. "Minister Van Bijsterveldt heeft een paar jaar geleden gezegd: 'Gemeenten, het Rijk doet het niet meer. Pakken jullie het maar op.' Sindsdien is het steeds stiller geworden." Onderwijsadviseur Walter de Wit beaamt dit: "Gemeenten hebben van alles geprobeerd met toelatings- en spreidingsbeleid. Maar het heeft eigenlijk nergens goed gewerkt. Het probleem zit hem erin dat we onderwijsvrijheid hebben in Nederland. Pogingen om integratie via school te bevorderen, stranden op de vrijheid van onderwijs. Ouders en scholen willen niet dat de overheid zich bemoeit met de plaatsing van leerlingen." Gemeenten zijn het onderwerp moe, stelt De Wit. "Wethouders kunnen er niet meer mee scoren. Inmiddels zeggen die: scholen, regelen jullie het zelf maar. Ik vind dat heel jammer. Iedereen ziet in dat scholen van doorslaggevend belang zijn voor goede integratie, maar geen politicus bemoeit zich er nog mee. Integratie op scholen wordt overgelaten aan de markt."

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden