Almere heeft een nieuw station, alleen rijden er geen treinen

T/m 4 december, De Paviljoens, Odeonstraat 5, Almere, di t/m zo 12 tot 17 uur.

Jij: lang en blond. Ik: Jan Henderikse, donker. Jij: gekleed in hemelsblauwe rok. Ik: met colbert. Je bent zo mooi. Wil je zien. Altijd maar weer. Direct bij binnenkomst in De Paviljoens word je getracteerd op een tiental anonieme liefdesverklaringen, het soort dat je terugvindt in de mededelingen-rubrieken in kranten. Jan Henderikse vond ze in buitenlandse kranten, paste ze aan, verzon er zelf een paar bij en omlijstte ze met kitscherig neon-licht. Tezamen vormen ze een permanent kunstwerk in de entreehal van de expositieruimte.

De hierboven aangehaalde hartekreet van Henderikse zou ook op de paviljoens van Robbrecht en Daem kunnen slaan. Ze hebben een grote aantrekkingskracht. Ze ogen vertrouwd, verwijzend naar treinwagons, directieketen en stacaravans, maar zijn tegelijkertijd een voorbeeld van goed verzorgde eigentijdse architectuur. Zowel op het sentimentele als het esthetische vlak weten ze daarom te bekoren.

Leo Delfgaauw haakt handig in op de associatieve vorm van de paviljoens. Hij koos werk van vijf hedendaagse kunstenaars, die op eenzelfde manier als de Belgische architecten het verhalende met het esthetische verbinden. “Maar zonder dat het anekdotisch wordt”, haast de tentoonstellingsmaker zich te zeggen. En dat is gelukt, hoewel de combinaties soms op het randje van de anekdote balanceren.

De vijf exposanten zijn Paul de Reus, Panamarenko, Ko Aarts, Rinke Nijburg en Leon Adriaans. De eenheid in verscheidenheid in hun werk is de figuratie, waarop vrijuit geassocieerd en zelfs geparodieerd wordt. De figuren van Paul de Reus ontroeren door hun jongensachtigheid, maar hebben tegelijkertijd een melancholieke en absurdistische ondertoon. Een gehurkt zittende 'zielige' jongen bijvoorbeeld, met een been dat zich meterslang voor hem uit strekt. Maar ook een jongen die volledig verrukt naar zijn verzilverde schoenen kijkt, waarin hij zichzelf weerspiegeld ziet.

Het werk van Aarts heeft een apocalyptische sfeer. Monumentaal is een vierluik van een serie flatgebouwen met monotone façades van eindeloze rijen strak geordende raampjes. Iedere menselijke activiteit is afwezig, waardoor de sfeer op de schilderijen kil en onpersoonlijk overkomt. Aarts weet het echter zo te manipuleren, dat er een fascinerend spanningsveld in de composities ontstaat. Op een van de gebouwen staat als een logo het woord 'phantasmasgoria' (schimmenspel), waaraan de titel van de tentoonstelling is ontleend.

Interessant is de interactie tussen de flatgebouwen van Ko Aarts en de er tegenover hangende rij nestkastjes van Leon Adriaans. De kastjes hebben iets kneuterigs, maar refereren ook op een ironische manier aan het formalisme van de minimalistische kunst. Een grappige toevalligheid is de analogie tussen de gepuntdakte kastjes en een rij huizen met dezelfde vorm, die door het raam van het paviljoen op de achtergrond zichtbaar is. Leo Delfgaauw 'vond' deze overeenkomst pas op het moment dat het werk al hing.

Het werk van Rinke Nijburg valt in vergelijking met de andere exposanten wat tegen. Zijn figuratie leunt sterk op de beeldtaal van Roger Raveel en de schilderstijl van René Daniëls. In losse, grove streken zet Nijburg figuren neer die zich in een soort schemergebied bevinden tussen het reële en het onwerkelijke.

Zowel de schilderijen als de beelden (waaronder een fraai vliegtuig van Panamarenko) functioneren uitstekend in de verder leeggelaten paviljoens. De sfeer in het gebouw is hierdoor meer sereen dan in Kassel, waar schotten de ruimtes opdeelden in kabinetten.

Drie van de vijf 'wagons' zijn in gebruik als expositieruimte (500 vierkante meter), één is kantoorruimte van de Dienst Kunstzaken van de Gemeente Almere, en één is het kantoor van een architectenbureau. In totaal hebben de vijf paviljoens (inclusief de aanpassingen aan het Nederlandse klimaat) twee miljoen gulden gekost.

Ambities heeft de Dienst Kunstzaken, die ook het artistieke beleid voert, genoeg. In De Paviljoens zal het Aleph-beleid (het tonen van jonge kunst) voortzetten, er komen exposities over andere projecten van de Dienst Kunstzaken (nieuwe beelden in de stad, land art-projecten buiten de stad) en er worden architectuurtentoonstellingen gemaakt.

Daarnaast wordt De Paviljoens als een opstap gezien naar een 'echt' museum, waarin de stadscollectie ondergebracht zou moeten worden. Voorlopig is dit echter zoete toekomstmuziek en zal De Paviljoens moeten laten zien, welke prachtige expositieruimte Almere nu al in handen heeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden