Almelo, altijd wat te doen

High noon, Almelo. Ik bereikte de stad van Ilse op een ongelukkig moment. Het was maandag, en het regende. Maandag en regen is voor weinig steden voordelig. Maar Almelo heeft Ilse. Al woont Ilse in Hilversum.

Een deel van mijn jeugd bracht ik - met onderbrekingen - in Twente door, in Hengelo. Almelo bestond niet. Enschede wel. Maar Almelo niet. Ik herinner me maar één bezoek, aan oom Harry en tante Riet. Die woonden in Almelo in best wel een groot huis. Oom Harry was accountant. Ze waren eigenlijk niet eens familie. Riet was een vriendin van mijn moeder.

Ik herinner me van dat bezoek niet de stad, maar alleen de ontzetting van de volwassenen. John F. Kennedy was vermoord.

Ik ging uit in Hengelo. Sommigen gingen vanuit Hengelo naar Enschede. Maar ik kende niemand die uitging in Almelo. En dat was lang voordat Herman Finkers, de cabaretier, zijn stad had vereeuwigd met de strofen: 'Het ene stoplicht springt op rood. Het ander springt op groen. In Almelo is altijd wat te doen.'

Almelo is trots op zijn dochter Ilse, die in 1977 aan de Reigersstraat 22 in Almelo De Riet werd geboren. Het is ook trots op die regels van Finkers, want de citymarketing-organisatie die namens de gemeente de stad moet promoten, nam de woorden 'Altijd wat te doen' in zijn slogan op.

Almelo, altijd wat te doen.

Maar niet op maandag, om 12.00 uur, in de regen. Ik arriveerde in een verlaten oord en snelde vanaf het station, zo dicht mogelijk langs de gevels, naar het centrum. Het bestond. En bij het snellen vlogen zelfs flarden geschiedenis voorbij - die van de textiel, die de stad eens welvarend had gemaakt. Daar, zomaar midden op het trottoir, tegenover een nieuw groot raadhuis in aanbouw, een torentje. En een bordje eraan met de tekst: 'Torentje H. ten Cate Hzn & Co 1910. Neo Renaissance. Overblijfsel van voormalige textielfabriek.' En aan de andere kant van dat raadhuis, een oude fabrieksschoorsteen, zo'n bakstenen. Om de voet ervan was een Grieks restaurant gevouwen. En meer textiele resten zou ik nog aantreffen: een weefgetouw in een erker van het gesloten Stadsmuseum, een wevershuisje in een steeg. Daartussen zag ik, in de regen, een wat verlopen stad, karakterloos op het Centrumplein, en het aansluitende Waagplein, met een monumentaal Waaggebouw eraan, dat treurig leegstond nadat er een tapasbar was geweest. Gesloten winkels, gesloten cafés, en een man in oranje werkkleding die een riool stond schoon te spuiten. Een mevrouw in een scootmobiel wist nog wel waar ik koffie krijgen kon, en ik vond aan de Koornmarkt een taveerne.

Ja, Almelo bestond. En men was er hartelijk. Toen Ilse zong, zaterdagavond, hield heel Almelo zijn plas op, meldde Vitens, het waterleidingbedrijf. Pas na de finale werd massaal doorgetrokken. De burgemeester, las ik in Tubantia, was apetrots. 'Ilse is Twentse, een Almelose en dat vindt ze zelf prachtig.' Ze blijft het meisje dat schoenen verkocht voor ze doorbrak, schreef de krant. En je hoorde haar 'hartstikke mooi man' uitroepen.

Ik zag het niet meteen, maar Almelo moet Ilse iets bijzonders geboden hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden