Alma mater boze moeder

De auteurs zijn in dienst van NWO als onderzoekers in opleiding. Tevens zijn zij actief in de Dienstcommissie (DCP) die de belangen van ca. 2000 oio's en 1000 post-docs bij NWO behartigt.

REMKO BAKKER; DIANA COMIJS; MILKO VAN GOOL

Het lijkt er echter op dat dit voorstel de wind tegen heeft. Op dit ogenblik voeren de universiteiten met rasse schreden veranderingen in het promotiestelsel door, die niets te maken hebben met een streven naar verbetering van wetenschappelijke output, rendement of opleiding. De rector magnificus van de Leidse Universiteit, prof. L. Leertouwer, vatte het onlangs op een bijeenkomst, georganiseerd door het Leids Aio Overleg, nog eens kernachtig samen: het invoeren van een promotiestelsel, waarbij promovendi geen werknemer meer zijn maar een beurs ontvangen, is niets meer dan een 'ordinaire centenkwestie'.

Arbeidsplaatsen

Vooralsnog is een serieuze politieke discussie over het invoeren van de promotiebeurs uitgebleven. Dat is merkwaardig wanneer men bedenkt dat het hier gaat om circa zevenduizend arbeidsplaatsen voor jonge academici. Het belang van het promotiestelsel reikt bovendien verder dan de portemonnee van de universiteiten. Het bursaalstelsel dreigt de bijl te zetten in de wortels van de voor de Nederlandse economie uiterst belangrijke kennisinfrastructuur; de beste kandidaten zullen bedanken voor de eer. Het is hoog tijd dat de politiek de alma mater uit de ouderlijke macht ontzet en het voeren van een landelijk en samenhangend wetenschapsbeleid zelf ter hand neemt.

Nu onlangs bekend is geworden dat de belastingdienst ermee akkoord gaat promovendi met een beurs in beginsel niet als werknemer te beschouwen - zodat zij niet in aanmerking komen voor wachtgeld als ze werkloos worden - lijkt het hek van de dam. Leiden heeft al bekend gemaakt met ingang van 1 september 1995 alleen nog maar bursaal-promovendi aan te stellen en andere universiteiten zullen dit voorbeeld ongetwijfeld volgen, nauwlettend gadegeslagen door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en aanverwante onderzoeksinstellingen. Het voornaamste argument dat de universiteiten naar voren brengen om het invoeren van beurzen voor promovendi te rechtvaardigen is, dat promovendi worden opgeleid en dat het schrijven van een proefschrift een 'leerproces' is.

Absurd

Dat is een absurde opvatting. Aio's en oio's offeren al 25 procent van hun salaris aan de wettelijk verplichte - maar dikwijls illusoire - opleiding. In brede kring - en niet in de laatste plaats op de universiteiten zelf - wordt bovendien erkend dat de promovendi een belangrijke bijdrage leveren aan de wetenschapsbeoefening in Nederland. Naast hun proefschrift produceren zij immers dikwijls nog een aanzienlijke hoeveelheid publikaties en rapporten.

De universiteiten zijn dolblij met zoveel wetenschap voor een lage prijs en voeren dan ook stelselmatig een beleid waarbij veel promovendi worden aangesteld, terwijl er te weinig structurele arbeidsplaatsen worden geschapen. De commissie-Vonhoff stelde in dit verband dan ook terecht vast dat promovendi 'hun eigen toekomst opeten': door de overweldigende aantallen aio's en oio's is er immers geen geld meer over voor structurele arbeidsplaatsen.

De wachtgeldproblematiek waar de universiteiten over klagen is een gevolg van een aantal andere problemen. Volgens cijfers van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) stroomde in 1990 slechts 8 procent van de gepromoveerden door naar een functie als universitair docent.

Een voor de hand liggende oplossing zou het aanstellen van minder promovendi zijn. Gelet echter op de wetenschappelijke produktie van jonge academici en gelet op het feit dat de universiteit voor elke voltooide promotie een premie van circa 70.000 gulden van het ministerie ontvangt, ligt het voor de hand dat de universiteit de kip met de gouden eieren niet wil slachten.

Naast het bepleiten van volumebeperking dient ook te worden gewerkt aan een betere doorstroming van gepromoveerden, door het geld, vrijkomenddoor minder promovendi aan te stellen, voor een deel te investeren in arbeidsplaatsen voor gepromoveerden: universitair docenten en post-doc plaatsen.

Dit zou voor Nederlands belangrijkste economische produkt, kennis, een belangrijke stap vooruit zijn. Nu immers vindt, doordat de meerderheid van de gepromoveerden na de promotie de universiteitspoorten definitief achter zich sluit en deze geen gebruik maken van hun specialistische expertise, een enorme kapitaalvernietiging plaats. Van de kennis en vaardigheden die zijn opgedaan tijdens de promotie zou daarna juist moeten worden geoogst, zoals ook met nadruk wordt bepleit door De Blois en Bots.

In de huidige discussie over het promotiestelsel staat niet de kwaliteit van de wetenschapsbeoefening centraal, maar het kostenaspect. Het bursaalstelsel vormt een serieuze bedreiging voor het nationale kenniskapitaal. De politiek moet de universiteiten verhinderen hun budgettaire problemen op de nieuwkomers af te wentelen, waarbij en passant 7000 arbeidsplaatsen in rook opgaan, en moet zorgen dat de universiteiten datgene doen waar ze voor zijn: onderzoek en onderwijs, zodat in Nederland de kennisinfrastructuur intact blijft.

Alleen die overwegingen horen richtsnoer te zijn bij discussies over het Nederlandse wetenschappelijk bestel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden