Alma Manager

Zo om de twintig jaar word ik geroepen tot het docentschap. Leraar op een middelbare school heb ik nooit willen worden, uit angst daar gemangeld en afgepeigerd vandaan te komen en vervolgens naar de schroothoop afgevoerd te worden, maar de universiteit, met alleen maar gemotiveerde leergierige eggheads, vooruit dat kon ik wel aan.

De eerste keer was ik zelf nog student en gaf ik als student-assistent les aan tweedejaars Neerlandistiek aan de UvA. Ongetwijfeld zaten daar colleges tussen die voorbijsuisden als een zachte koelte, maar wat mij er vooral van bijstaat is dat ik voor een groep hongerige feministen werd gesmeten, bereid om mij bij de eerste mannelijke misstap te verscheuren. Zij wensten collectief beoordeeld te worden, want ieder een apart cijfer naar eigen verdienste, dat was volstrekt uit de tijd, en waar ik de moed vandaan haalde om de syllabus te bespreken in plaats van mannelijke vooroordelen uit de Libelle te schiften was de harpijen een raadsel. Een tijdlang meed ik de Universiteit als een boos oord vol ondermijning en tegenstand tot het über-democratische tij weer geluwd was.

Halverwege de jaren negentig werd ik ineens geroepen tot het bijzonder hoogleraarschap literaire kritiek aan de VU. Dat was vlak voordat de Universiteit in een Fabriek veranderde, met managers en controllers en andere naargeestige bedrijfsfauna; de studenten waren in de tussentijd getransformeerd tot ijverige, gezeglijke jongens en meisjes die graag de benodigde punten wilden halen en die geloofden dat wat ik ze vertelde waar was, geijkt en bezegeld. Hoogleraar, dat klonk natuurlijk heel eervol, maar nadat ik in die dagen eens door Maarten 't Hart op straat werd aangeroepen met "Hé professor!" voelde ik wel dat ik geen echte leerstoel bezette, hoogstens een soort kruk. Niettemin, de studenten luisterden en leerden.

En nu loop ik er weer rond, op de afdeling Geesteswetenschappen van de UvA, het broeinest van de huidige opstand tegen het College van Bestuur. Maar van opstandige horden heb ik tijdens de colleges nog niks gemerkt. De beelden op tv, een gemolesteerd Maagdenhuis, studenten die door de ME worden weggesleept, een huilend meisje dat getroost moet worden, wekken de indruk dat de jaren zestig en zeventig er zijn teruggekeerd, maar niets is minder waar. Veertig, vijftig jaar geleden wilden de universiteitsbewoners de buitenwereld binnenhalen, krakers, feminisme, maatschappelijke relevantie werden met de nodige stampij de collegezalen binnengesleept. Die jonge en energieke samenleving vol sociale dynamiek van weleer is allang veranderd in een materialistische, mercantiele, productiegerichte economie. De ooit ingeslikte buitenwereld wordt nu als een braakbal uitgespuugd. Studenten van nu willen onderwijs, verder leren, gevoed worden door de moeder die Alma Mater heet; niet door de Alma Manager die ervoor in de plaats is gekomen. Of die academische lente eraan komt is nog de vraag, er zullen heel wat vastgeroeste zaken en lieden moeten worden verwijderd, dat leidt geen twijfel.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden