Allochtonen slagen, maar zijn vaak laatbloeiers

Jonge allochtonen die geen zus of oom hebben die hen kan helpen met het schoolwerk, moeten een succesvolle allochtoon als mentor toegewezen krijgen. Ook moet de lange leerroute, die het mogelijk maakt dat leerlingen bijvoorbeeld eerst vmbo doen en dan alsnog havo, blijven bestaan.

Met veel gevoel voor drama is in de afgelopen weken het debat over de achterstand van allochtone leerlingen in het onderwijs gevoerd. Resultaten uit de rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau en de onderwijs-inspectie vielen daarbij toevallig samen.

Ten eerste dat Turkse en Marokkaanse leerlingen twee leerjaren Nederlandse taalachterstand hebben aan het eind van de basisschool. Ten tweede dat het taalonderwijs op zwarte scholen slechter is dan op witte scholen. Als klap op de vuurpijl was daar nog het onderzoek van Trouw (van 19 februari) dat het aantal zwarte scholen toeneemt. Dit stemt alles bij elkaar niet bepaald vrolijk voor de toekomst. Deze constatering hangt nu al een paar weken als een donkere wolk boven het onderwijs. Een deel van de Turkse en Marokkaanse leerlingen doet het echter goed op school. Een kwart van de schoolgaande Turkse en Marokkaanse jongeren van de tweede generatie van tussen de 15 en 24 jaar, zo blijkt uit door mij verricht onderzoek, zit op een havo- of vwo-opleiding of in het hoger onderwijs. Wat is de sleutel tot hun succes?

De meerderheid van hen kreeg op de basisschool geen hoog advies: vbo of mavo. De meerderheid van deze jongeren had inderdaad twee jaar leerachterstand op de basisschool. Toch hebben zij het uiteindelijk gered. Veel kinderen lopen hun aanvankelijke achterstand uiteindelijk in. Dit konden zij omdat zij via de brugklas toch nog doorstroomden naar het havo of vwo of omdat zij na mavo of mbo doorstroomden naar respectievelijk havo en hbo.

Veel jongeren profiteerden van de kansen die ons schoolsysteem biedt aan laatbloeiers. Een belangrijke factor is verder dat veel succesvolle jongeren steun ontvingen van oudere broers en zussen, ooms of tantes of neven of nichten. Daarbij ging het om advies, praktische hulp bij huiswerk, begeleiding en motivatie. Vaak namen deze mensen de onderwijsondersteunde rol van ouders gedeeltelijk of helemaal over. De effectiviteit van de hulp vanuit het eigen netwerk van de jongeren ligt in een combinatie van factoren. De meeste mensen die de jongeren begeleiden kennen het schoolsysteem uit eigen ervaring. En heel belangrijk, zij begeleidden de jongeren vaak over een langere tijd. Een leerkracht is soms zeer belangrijk voor de prestaties voor een bepaald vak, in een bepaalde klas, maar het jaar daarop heeft een leerling een andere leerkracht of heeft de leerling het vak laten vallen. De mensen uit het netwerk van de jongeren daarentegen begeleiden de jongeren vaak al op de basisschool, zijn vaak intensief betrokken bij het basisschooladvies en de schoolkeuze van de middelbare school en blijven hen daarna ook volgen en begeleiden.

Blijkbaar maken Turkse en Marokkaanse jongeren vaak gebruik van langere leerwegen. We moeten deze leerwegen dus openhouden en liefst het aantal toegangen tot het hoger onderwijs nog vergroten. Een eerste aanzet heeft staatssecretaris Adelmund gegeven door de toetsing voor het eindexamen op het vmbo zo in te richten dat doorstroming naar het havo voor een grote groep mogelijk blijft. De staatssecretaris verwees hierbij expliciet naar het belang hiervan voor allochtone jongeren. Maar zij moet verder gaan en ook de eigen opzet van de basisvorming serieus nemen.

De basisvorming was mede bedoeld om de selectie na de basisschool nog even uit te stellen. Door de fusie van scholen gebeurt het echter steeds vaker dat er aparte vestigingen ontstaan voor vbo en mavo (nu officieel vmbo) waar kinderen met een laag advies van de basisschool naartoe worden gestuurd. In de praktijk in toenemende mate zwarte vestigingen. Op deze vestigingen worden de basisvormingsjaren in een lager leertempo en op een lager niveau aangeboden. Het resultaat is dat deze jongeren weinig kans hebben om nog door te stromen naar het havo. De selectie wordt hierdoor juist twee jaar naar voren opgeschoven ten opzichte van het oude systeem van brugklassen. Dit was uitdrukkelijk niet de bedoeling van de basisvormingsjaren. Als we straks niet allemaal zwarte scholen in het voortgezet onderwijs willen hebben moet de staatssecretaris ingrijpen.

Naast de mogelijkheid om langere leerwegen te volgen en het uitstellen van de selectie is een ondersteunend netwerk van groot belang voor succes op school. We moeten dus fors gaan investeren in netwerken voor jongeren die geen hulp en ondersteuning krijgen uit hun eigen netwerk. Wie zouden hiervoor beter geschikt zijn dan de succesvolle jongeren die hun voorgingen. Turkse en Marokkaanse studenten in het hoger onderwijs kunnen tegen betaling fungeren als mentoren van jongere landgenoten op middelbare scholen. Zij kunnen de rol vervullen die oudere broers en zussen bij succesvolle jongeren hebben gespeeld. Het idee is ondertussen samen met de landelijke allochtone studentenvereniging Cosmicus in praktijk gebracht op drie middelbare scholen in Amsterdam West. De studenten hebben in hun mentorrol ook een belangrijke taak in de voorlichting naar de ouders over het Nederlandse onderwijssysteem.

Jarenlang hebben we geprobeerd aan de hand van wat er verkeerd gaat een beter beleid te formuleren. Zou het niet beter zijn om naar de succesvolle jongeren te kijken? Van hun succes kunnen we leren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden