Alleseters

De smaak van mensen verschilt per regio; alleen Chinezen lusten alles, behalve truffels.

De West-Europeaan is het watje van de wereldkeuken. Hij eet koe, kip, varken en soms een stukje wild. Dan heb je het wel gehad. Van al het andere dat op twee of vier poten rondloopt, -kruipt, of - vliegt krijgen wij en onze blanke buren de koude rillingen. Andere volkeren hebben minder moeite met rat, kat, aap, tor, sprinkhaan, spin of slang.

De Chinees slaat alles. Voor hem is alles van voedingswaarde weerloos, schrijft Linda Roodenburg in haar onlangs uitgekomen boek ’Eten op aarde, over eten en eetgewoonten in de wereld’. ,,Behalve één ding, ontdekte ik. Ze houden niet van truffels. Chinezen vinden ze enorm stinken. Dát is voor hen pas varkensvoer. Zij vinden het ruiken naar een paargrage beer. Ze kweken overigens wel truffels, omdat ze weten dat het voor westerlingen een delicatesse is en er veel geld voor betalen.’’

Zo heeft iedereen toch zijn afwijking, maar de West-Europeaan spant wel de kroon. In het hoofdstuk ’Normaal & Vreemd’ gaat Roodenburg er uitgebreid op in. In haar Rotterdamse huiskamer licht ze het nog eens toe. „Overal ter wereld stoppen mensen, afhankelijk van het plaatselijke aanbod, een enorme variëteit aan dierlijk voedsel in hun mond. Bij ons is het daarentegen wel erg mager. Hier moet het allemaal zo clean mogelijk. Kijk maar eens in de supermarkt naar het vleesaanbod. Alles ligt voorgesneden en hygiënisch verpakt in plastic. De westerling wil eigenlijk niet weten dat hij vlees eet. Voor het menu van de niet-westerling halen we echt onze neus op. Insecten vinden we ongedierte, ziekteverspreiders. Katten en honden vinden we zielig, tenminste& de spraakmakende stedeling. En wat me zo frappeert is dat ondanks die aversie Europeanen wel veel moeite hebben gedaan om in contact te komen met al die ’primitievelingen’ om hun ’rare’ gewoonten in kaart te brengen. Het bevestigde hun eigen superioriteit. Volkeren die insecten aten hebben nog een lange weg te gaan, zo dacht men toen.’’

Nu is dat beeld weliswaar wat gekanteld, maar de oude gewoonten blijven in ere. Aan de smaak kan het niet liggen, denkt Roodenburg. „Voor de Aziaat bijvoorbeeld is een kakkerlak niet alleen een bron van veel eiwitten, maar ook echt een lekkernij. En wat onze smaak betreft: wespen smaken naar pijnboompitten en sagolarven naar boter.’’ Aan associaties met ziekteverwekkers en onhygiënische toestanden kan het ook niet liggen. BSE-koeien, varkenspest en vogelpest konden ons slechts tijdelijk afhouden van het eten van dit soort vlees, schrijft ze ironisch. ,,Het zit dieper. Wat wij eeuwenlang als niet eetbaar beschouwen, ook al loopt of vliegt het in onze omgeving rond, is dan niet eetbaar. Daar kom je moeilijk vanaf. Dat geldt andersom ook overigens. Arabieren stoppen met veel genoegen spinnen en sprinkhanen in hun mond, maar kijken heel vreemd aan tegen de garnalen en krabben die op ons menu staan.’’ Hoewel door de globaliserende economie en het massatoerisme naar verre oorden de verschillende wereldkeukens naar elkaar toegroeien, ziet Roodenburg niet zo snel dat de watjes in West-Europa insecten op het menu zetten. ,,Mensen vinden het minder moeilijk om iets te eten dat ze helemaal niet kennen, dan iets wat van jongs af aan taboe is verklaard.’’

Met de titel ’Eten op aarde’ geeft Roodenburg aan een plekje op de maan te hebben ingenomen om zo onbevooroordeeld mogelijk te kijken wat al die aardlingen nou eten, waarom ze het ene wel doen en het andere niet. „Dat is heel lastig. Je bent zelf toch ook onderdeel van een traditie. Vooral stilistisch moet je oppassen niet een eurocentrische blik te laten zien. Ik heb er daarom bewust geen historisch boek van gemaakt. Ik wilde dwarsverbanden en wisselwerkingen aangeven om maar te laten zien dat er geen hiërarchie is in eetcultuur en -tradities. Vandaar die indeling in hoofdstukken als Goed & Kwaad, Normaal & Vreemd, Binnen & Buiten, Snel & Langzaam.’’

Linda Roodenburg is van huis uit neerlandica, maar geïnspireerd door de vele eetwinkeltjes van zeer uiteenlopende origine in haar Rotterdamse woonwijk Middelland, besloot ze tot het schrijven van het’ Rotterdams kookboek’ (2004). Daarin is ze op zoek gegaan naar dertien eetculturen die haar omringen. ’Eten op aarde’ is voortgekomen uit de tentoonstelling ’Eten’ die nu nog loopt in het Museum voor Volkenkunde in Leiden. ,,Ik ben daar gastconservator. Men vroeg me na het Rotterdams kookboek een tentoonstelling over eetculturen te maken. Er is daarvoor in de museumdepots enorm veel materiaal voorhanden. Dat kon ik niet kwijt in de tentoonstelling. Vandaar dit boek.’’

’Eten op aarde’ oogt ook als een tentoonstelling. Je kunt er echt in zappen. Het boek bevat overvloedig en aantrekkelijk beeldmateriaal, heeft vele korte stukjes waarin taboes, tradities en religieuze voorschriften worden beschreven, legt verbanden tussen eetculturen en laat ook ingrediënten en kookgerei de revue passeren. Als je dan echt geïnspireerd bent, kun je de vele verrassende recepten uitproberen, zoals geroosterde kakkerlakken, rundermaag op Caense wijze of de Japanse picknickhapjes kastanjes in groene thee of garnalen in wier.

Nog één keer terug naar dat plekje op de maan. Nu wel op zoek naar een mening. China is op weg om een belangrijke rol te spelen in de wereldeconomie. Op de helft van deze eeuw heeft het land de leidende rol overgenomen van de Amerikanen. Gaat de Pekingeend de hamburger wereldwijd verdringen? Roodenburg aarzelt geen moment. „De McDonaldisering juich ik niet toe, maar ik zou het leuk vinden als onze keuken verchineest. Zo’n keuken waarin de seizoenen nog een rol spelen. Chinezen denken de hele dag aan eten. Het is ook zo’n oude traditie. Toen wij nog in berenvellen rondliepen hadden zij al een verfijnde keuken. En die blijft in stand. Westerlingen willen voortdurend vernieuwen, Chinezen willen behouden. Ze passen zich wel aan als ze andere culturen ontmoeten, maar de manier van bereiden en de combinatie van ingrediënten blijft Chinees.’’

Roodenburg ziet insecten niet snel op ons menu staan

Vrouwen plukken de vruchten van de Argan-boom in Marokko. De Argan-boom komt alleen in Marokko voor. In de vruchten zitten keiharde noten, die worden vermalen tot de kostbare en smakelijke Argan-olie. Er bestaat in Marokko een aantal corporaties van verstoten vrouwen, die met de productie van de olie in hun levensonderhoud voorzien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden