'Alles wat ik over mijzelf wist, bleek niet te kloppen'

Esther Korse had nooit twijfels over haar adoptie. Tot ze een telefoontje kreeg van Shapla, een stichting voor geadopteerden uit Bangladesh. Beeld Ton Toemen

Eerder werd al duidelijk dat kinderen uit Bangladesh vaak zonder medeweten van hun ouders ter adoptie zijn aangeboden. Nu blijkt dat broertjes en zusjes regelmatig gescheiden werden en bij verschillende gezinnen belandden.

Esther Korse (41) heeft nooit twijfels gehad over haar adoptie. Als Bengaals meisje van anderhalf komt ze in een Nederlands gezin terecht. Tot voor kort beschouwde ze haar adoptie louter als iets moois. "Ik kreeg een tweede kans. Na aankomst in Nederland moest ik direct het ziekenhuis in, zo ziek was ik. Ik voelde me een gered kind."

Korse groeit zorgeloos op in het Brabantse Oudenbosch. Behoefte om haar familie te zoeken heeft ze nooit gehad. Bovendien was ze ervan overtuigd dat zoeken geen zin had. "In mijn adoptiepapieren staat dat mijn vader dood was en mijn moeder zwaar invalide raakte bij een auto-ongeluk. Die is vast ook al overleden, dacht ik."

Enkele maanden geleden onthulden 'Nieuwsuur' en deze krant dat op grote schaal is gesjoemeld met de adopties vanuit Bangladesh. Kinderen werden geregeld onder valse voorwendselen bij hun ouders weggehaald. Esther Korse nam het nieuws voor kennisgeving aan. Dit ging niet over haar. "Het paste niet in mijn beeld van adoptie."

Tweeling

Tot ze een telefoontje kreeg van Shapla, een stichting voor geadopteerden uit Bangladesh. Begin dit jaar kreeg Shapla een lijst in handen van ouders die op zoek zijn naar hun verdwenen kinderen. Medewerkers trekken die lijst nu na en hebben al veertien matches kunnen maken. "Zo hebben ze mijn broer en zus in Bangladesh gevonden. Onze moeder had mij nooit voor adoptie willen afstaan. Ze had me toevertrouwd aan medewerkers van Terre des Hommes Nederland, omdat ik ziek was. Haar hele leven heeft ze naar me gezocht. Helaas is ze al overleden, net als mijn biologische vader."

Nog groter was de schok dat haar tweelingzus tegelijk met haar was geadopteerd in Nederland. Esther vertrok in 1977 vanuit Bangladesh als Peyara, samen met een aantal andere kinderen. Op de aankomstlijst staat een ander meisje met dezelfde geboortedatum als zij, Mukta. Deze naam had stichting Shapla eerder gehoord: de biologische familie van Esther miste de tweeling Peyara en Mukta.

Korse wist zeker dat het over haar ging toen haar broer via Skype een krantenartikel uit die tijd liet zien over kindvermissingen. "Mijn foto stond daartussen, evenals de foto van een meisje dat sprekend op mij leek. De grond verdween onder mijn voeten. Alles wat ik wist over mijzelf bleek niet te kloppen. Maar het gaf ook hoop, ik had dus een zus hier in Nederland."

Uit onderzoek van Stichting Shapla blijk dat broers en zussen vaker in verschillende adoptiefamilies zijn geplaatst. Zeker de wat oudere kinderen zagen zelf dat er een jonger broertje of zusje mee vloog, met wie ze niet in hetzelfde adoptiegezin belandden. In een enkel geval kwam de fout in Nederland aan het licht en zijn de kinderen alsnog bij elkaar geplaatst. Vaker vertelden de kinderen dat ze een broer of zus in Nederland hadden, maar werden ze niet geloofd.

DNA-test

Zo bevestigde een DNA-test onlangs dat Anowara Neu (44) een volle zus in Nederland heeft. Neu kwam in 1978 terecht in haar adoptiegezin. Makkelijk was het voor haar niet, want ze wist dat haar zusje, net als zij, ergens in Nederland was. "Zodra ik Nederlands sprak, vertelde ik het mijn adoptieouders. Zij hebben contact opgenomen met de adoptieouders van mijn zusje, maar die ontkenden alles. Zussen worden niet uit elkaar gehaald, dus konden wij geen zussen zijn."

Haar eigen adoptieouders lieten het verder rusten; ook hen was altijd voorgehouden dat broers en zussen niet werden gescheiden. "Omdat niemand mij geloofde, ging ik zelf twijfelen. Blijkbaar klopten mijn herinneringen niet." Tot ze hoorde over toenmalige adoptiemisstanden in haar geboorteland. "Ik heb mijn zus opgespoord en gevraagd of ze alsjeblieft een DNA-test met me wilde doen. Zij was nog steeds sceptisch, maar ging overstag. De uitslag was voor ons beiden mooi en pijnlijk tegelijk. Wat was ons al die jaren ontnomen? Waarom hadden wij niet samen mogen opgroeien?"

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Het blijde nieuws over een tweelingzus in Nederland eindigde voor Esther Korse niet positief. Haar zusje is op vijfjarige leeftijd overleden aan een hersentumor. Ze heeft nog een broer en een zus die in Bangladesh zijn gebleven. Beeld Ton Toemen

Esther Korse vroeg haar dossier op bij adoptiebureau Wereldkinderen en las dat vrij snel na haar aankomst in 1977 bekend was dat ze een van een tweeling was. Beide adoptiefamilies zijn door het BIA, de vroegere naam van Wereldkinderen, op de hoogte gebracht. Wat er met die informatie is gebeurd. blijft onduidelijk; die heeft Korse in ieder geval nooit bereikt.

Ernstige zaak

Ook in die tijd mochten broers en zussen niet worden gescheiden, zegt Froukje Zwaga, directeur van Wereldkinderen dat de Bengaalse adopties destijds regelde. Dat het toch is plaatsvond, noemt zij een ernstige zaak. "Wij zoeken uit wat er precies is gebeurd", aldus Zwaga. Volgens haar zijn de fouten gemaakt in Bangladesh, waar de adoptiepapieren zijn opgesteld.

Het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken heeft een dik dossier over de adopties vanuit Bangladesh. Daaruit blijkt dat Nederland al in het najaar van 1978 is gewaarschuwd over de Bengaalse adoptiepraktijken. De Engelse arts Jack Preger, die in de jaren zeventig werkte in het straatarme land, leverde een brief af op de Nederlandse ambassade in Dhaka. Hij beweerde dat de lokale tussenpersoon die de adopties moest regelen, bekend onder de naam Manzur, niet deugde. Manzur was ook landendirecteur van Terre des Hommes Nederland in Bangladesh. Vanuit die positie zou hij kinderen onder valse voorwendselen van hun ouders hebben afgenomen, zodat ze daarna konden worden geadopteerd in Nederland. Preger liet weten dat hij een lijst had met namen van ouders.

In de briefwisselingen tussen de Nederlandse ambassade in Dhaka, Terre des Hommes Nederland en het ministerie, wordt klokkenluider Preger afgeschilderd als een armzalige arts die wellicht niet zo betrouwbaar is. Hij zou handelen uit rancune. Manzur wordt omschreven als een integere persoon die zijn baan niet op het spel zou zetten door zich in te laten met foute adopties.

Meer signalen

De Bengalen deden onderzoek aan de hand van Pregers lijst. Ze vonden ouders, maar rapporteerden dat die ouders de beweringen van Preger tegenspreken. Maar de mede-uitvoerders van het onderzoek waren uitgerekend Manzur en een hoge ambtenaar op het ministerie van sociale zaken − twee mensen die volgens Preger een hoofdrol spelen bij de foute adopties. Op basis van dit rapport besloot het Nederlandse ministerie van justitie verder niets te ondernemen.

En er waren meer signalen. Elly en Mart van den Berg werkten in de jaren zeventig voor Terre des Hommes in Bangladesh. In brieven aan Terre des Hommes Internationaal schrijft Jack Preger dat het stel meer kan vertellen over de werkwijze van hun baas. Tegenwoordig runnen Mart en Elly hun eigen hulporganisatie, waarvoor zij nu in Nepal zitten. Via de mail laten ze weten dat ze al in 1976 bij de directie van Terre des Hommes Nederland hebben geklaagd over de andere baan van Manzur. "Wij vonden het tegenstrijdig dat hij voor Terre des Hommes moest zorgen dat kinderen bij hun ouders konden blijven, terwijl hij voor het BIA juist kinderen weghaalde bij hun familie."

Ze hebben meegemaakt dat Manzur originele afstandspapieren liet verdwijnen, zeggen Elly en Mart van den Berg, en dat hij vaccinatieboekjes afgaf zonder dat de kinderen gevaccineerd waren. Zij hebben dat besproken met het hoofdkantoor van Terre des Hommes Nederland. "Dat wilde geen actie ondernemen en wij hebben toen besloten dat we niet meer voor hen wilden werken." 

De aankomst van Peyara of Esther in Nederland in 1977. Zij wordt rechts op de foto vastgehouden door de blonde vrouw. Uiterst links haar tweelingzus Mukta, in de armen van de man met de snor. Beeld rv

Geen controle

Daarnaast publiceerde in 1978 Panorama een verhaal over een groep adoptieouders die naar Bangladesh afreisde om kinderen te adopteren. "Zitten er wat oudere kinderen in dat BIA-huis, dan maakt M. ze gewoon wat jonger. Er is toch niemand die dat kan controleren", is een citaat uit het tijdschrift. Als plotseling een meisje de plek inneemt van een jongen die toch niet meegaat, regelt deze man dat de papieren worden aangepast. "Niets aan de hand. We schrijven gewoon een a achter die naam, dan is het probleem opgelost."

Manzur, die officieel Moslem Ali Khan heet, ontkent desgevraagd in een mail betrokkenheid bij misstanden. Alles is volgens de toen geldende wetten geregeld, zegt hij. Volgens hem is het één keer voorgekomen dat vier broers en zussen in verschillende gezinnen werden geplaatst, omdat geen enkele adoptiefamilie alle vier de kinderen tegelijk zou willen. Maar hij was zelf niet altijd bij het gehele proces aanwezig.

Geboortedata waren nooit bekend en werden geschat door een arts, mailt Manzur. Het bedrag dat per kind werd betaald, was een redelijk bedrag voor de onkosten en goedgekeurd door de Nederlandse adoptieorganisatie. Er was geen geldelijk gewin bij de adopties. "Als er iets is misgegaan bij de adopties, dan was het niet bewust."

Terre des Hommes zoekt uit wat er is gebeurd tussen 1976 en 1982 (zie hun reactie hieronder). Ze willen graag in gesprek met Elly en Mart van den Berg. Anowara Neu en haar zus proberen de verloren tijd in te halen en zien elkaar wekelijks. Zij hopen snel hun familie in Bangladesh op te sporen.

Het blijde nieuws over een tweelingzus in Nederland eindigde voor Esther Korse niet positief. Haar zusje is op vijfjarige leeftijd overleden aan een hersentumor. Ze heeft nog een broer en een zus die in Bangladesh zijn gebleven. Rond de jaarwisseling gaat ze voor het eerst naar Bangladesh, de tickets zijn geboekt. "Ik wil hen allebei in mijn armen kunnen houden. Ik kan niet het risico lopen dat ik weer te laat ben."

Geld en adoptie

Tussen 1975 en 1980 vertrokken via het BIA ongeveer vijfhonderd Bengaalse kinderen naar Nederland. Per kind werd 1270 gulden betaald aan Bangladesh voor verzorgingskosten, personeelskosten en de juridische afhandeling van de adoptie. Over die hele periode komt dat uit op ruim 10.000 gulden per maand, een groot bedrag in Bangladesh, zeker in die tijd.

Ook uit andere landen komen verhalen over misstanden. De vraag naar adoptiekinderen is immers groot en er worden grote sommen geld betaald per kind. In Griekenland stalen artsen baby's om ze door te verkopen aan adoptieouders. In Thailand kwamen zoveel schandalen van kinderhandel aan het licht, dat het land in april 1978 stopte met interlandelijke adoptie

Financiële steun

Stichting Shapla, United Adoptees International en Defence for Children hebben de Tweede Kamer gevraagd om geadopteerden en biologische ouders met een financiële vergoeding van de Nederlandse staat te steunen in hun zoektocht naar elkaar. Daar zijn DNA-testen voor nodig, die zeer kostbaar zijn voor mensen in Bangladesh. Het ministerie van veiligheid en justitie laat weten dat het in kaart brengt hoe rollen en verantwoordelijkheden destijds verdeeld waren, hoe het toezicht was geregeld en welke organisaties betrokken waren. "Op basis daarvan wordt bezien of er een rol voor de Nederlandse overheid is weggelegd."

Kana Verheul van Stichting Shapla is niet blij met dit antwoord. "We hebben niet nóg een onderzoek nodig. De misstanden bij onze adopties waren toen al bekend bij Justitie en de adoptieorganisaties. Wij willen erkenning voor alles wat er is misgegaan. Het is hoog tijd dat geadopteerden hulp krijgen bij de herenigingen, voordat hun ouders zijn overleden."

Reactie Terre des Hommes:

Terre des Hommes (TDH) zoekt op dit moment naar opheldering over de gebeurtenissen van toen. Eind jaren zeventig ontsponnen zich geruchten dat de Bengaalse bureaumanager zijn positie bij TDH zou misbruiken. Nadat ook juridische procedures inzake adoptiefraude tegen hem werden opgestart, beëindigde TDH in 1982 de arbeidsovereenkomst. TDH tracht nu zo veel mogelijk informatie en documentatie uit de periode 1976-1982 boven water te krijgen om betrokken geadopteerden, op zoek naar hun biologische familie, verder te helpen. Terre des Hommes heeft contact met hen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden