'Alles was per definitie onbelangrijk'

De eerste baan maakt vaak diepe indruk en legt de basis voor later. Paulien Cornelisse (35), cabaretier en schrijver, begon als leerling-journalist bij het universiteitsblad Folia.

¿Ik had een contract voor twee dagen in de week, maar eigenlijk zat ik er iedere dag. Ik was leerling-journalist bij Folia, het blad van de Universiteit van Amsterdam. Het was fantastisch. Ik paste precies in de groep en raakte heel goed bevriend met Aaf Brandt Corstius, die daar toen ook werkte.

Ik denk dat er twee soorten journalisten bestaan. De ene houdt erg van schrijven, de ander van nieuws jagen. Ik hoor duidelijk bij die eerste groep. Het was voor mij een traktatie dat ik de hele dag mocht schrijven - en ik kreeg er nog voor betaald, ook. Ik vond het bij wijze van spreken jammer dat je voor een artikel ook nog mensen moest spreken. We hadden ook journalisten van het andere soort. Ze deden diepgravend onderzoek naar de begroting van het sportcentrum en gingen daar helemaal in op. Dat vond ik heel grappig.

Het was een vreemd soort journalistiek die we daar bedreven. Alles waar we over schreven was per definitie onbelangrijk. De redactievergadering waren daardoor ontzettend komisch, want we gingen heel serieus op die onderwerpen in. Nog steeds moet ik daar soms in mijn eentje hardop erg om lachen. Tijdens zo'n vergadering pitchte een redacteur bijvoorbeeld het idee om een verhaal te maken over studenten die andere studenten vermoorden. De hoofdredacteur vroeg de redacteur of hij dan iemand kende die dat van plan was. Nee, zo'n student kende de jongen niet, die moest hij nog even zoeken.

Het was de ideale eerste baan. Ik was 23 en net klaar met mijn studie psychologie. Bij Folia heb ik het schrijfvak geleerd. De andere redacteuren beoordeelden me, ik kreeg mijn stukken altijd vol aantekeningen terug. Daar leer je veel van. Tegelijkertijd was het geen werk dat je al te serieus hoefde te nemen. We waren vaak behoorlijk melig, en het was ook altijd een beetje vies op de redactie. Een vies oud koffiezetapparaat en computers met vieze toetsenborden. Dat vond ik mooi, het paste bij de sfeer.

Na een jaar moest ik weg. Het leerlingencontract liep af en er waren geen vacatures bij de vaste redactie. Ik was er een beetje treurig om. Ik hoopte nog een tijdje dat er wel wat geregeld zou worden, maar dat kon niet. Op één van mijn laatste borrels als Foliaredacteur heb ik een lied gezongen voor de hoofdredacteur Sjaak Priester. Ik had een Nederlandse versie op 'Son of a Preacher Man' gemaakt. Het was een doorslaand succes. Er waren veel oud-Foliaredacteuren bij, die op dat moment al voor landelijke bladen schreven. Een journalist van de Volkskrant vond mijn lied zo goed dat hij meteen vroeg of ik een artikel voor de Volkskrant wilde schrijven. Raar eigenlijk, want dat lied zei weinig over mijn journalistieke kwaliteiten. Maar dat maakte blijkbaar niet uit.¿

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden