Alles voor de wereldvrede

Els Wiertz-Boudewijn 1919-2016

Ook het toneel, haar grootste hobby, moest in dienst staan van het pacifisme.

Ze wist bijna tot op de dag wanneer ze antimilitarist was geworden. Acht jaar was ze pas. Op Koninginnedag moest ze in haar woonplaats Heemstede met haar klas het befaamde Marschlied zingen: "'t Is de plicht dat ied're jongen aan d'onafhankelijkheid van zijn geliefde Vaderland zijn beste krachten wijdt." Daar deed ze niet aan mee, ze had heel goed door wat er met die beste krachten werd bedoeld.

Els Wiertz had de pacifistische houding meegekregen van haar moeder die dag in, dag uit tegen oorlog en voor ontwapening streed. Zelf zou ze dat ook doen, haar hele leven lang. Met overtuiging, onverzoenlijk, want op dit terrein waren geen concessies mogelijk. Alle wapens de wereld uit, dat was het streven.

In hetzelfde jaar dat ze ontdekte dat ze pacifiste was, overleed haar vader op nog jonge leeftijd. Hij was een succesvolle aannemer die in dorpen in de omgeving, zoals Aerdenhout, villa's bouwde of verbouwde. Zijn dood was een klap voor het gezin van vier kinderen, bovendien braken er door de economische recessie extra magere jaren aan.

Maar ondanks de armoede mocht Els naar de mulo en naar de kweekschool, want haar moeder, overtuigd socialist, vond het belangrijk dat haar kinderen zich zouden ontwikkelen. Na het behalen van het diploma kreeg de dochter een baan als onderwijzeres op de lagere school in Aerdenhout, aanvankelijk als volontair, dus zonder inkomen. Maar ze was blij dat ze in ieder geval werk had, al had ze niet veel op met het welgestelde milieu waar haar leerlingen uit kwamen.

Onderduiker

De oorlog was inmiddels uitgebroken, in het gezin werd een Joods jongetje als onderduiker opgenomen, Arthur, wiens moeder kort daarna zelfmoord pleegde; hij zou tot de bevrijding blijven. Voor Els was het een zware tijd, want naast haar volle baan studeerde ze in de avonduren nog voor de akte Nederlands: ze wilde heel graag dat vak op de middelbare school geven.

Els dacht later met genegenheid terug aan die tijd, misschien waren het ondanks de oorlog en ondanks het feit dat ze half-wees was wel de gelukkigste jaren uit haar leven. Want het was een warm nest, haar moeder deed alles voor haar en bracht haar een solidaire levenshouding bij die ze altijd zou blijven koesteren. Het was een idylle die wat Els betreft eeuwig mocht duren. Aan trouwen en kinderen krijgen dacht ze nog lang niet.

Maar midden in de hongerwinter overleed haar nog vrij jonge moeder aan koolmonoxidevergiftiging. Els voelde zich daarover schuldig: had ze dat ongeluk niet kunnen voorkomen, had ze niet beter moeten opletten? Pas later, veel later toen ze al bejaard was, vertelde ze intimi over dat knagende gevoel dat ze destijds tekort was geschoten en dat ze steeds met zich had meegedragen.

Na de oorlog kwam ze via de directeur van de kweekschool weer in contact met Gerrit met wie ze jarenlang in dezelfde klas had gezeten. Hij was toen al, in de jaren dertig, verliefd op haar. Ze trouwden in 1947, gingen in Wageningen wonen waar Gerrit een baan aan de Landbouwhogeschool had en kregen vier kinderen.

Els was jaloers op haar man die een academische titel had: hij was gepromoveerd bioloog. Omgekeerd wist Gerrit dat zijn vrouw hem op andere terreinen de baas was: Els stond middenin de samenleving, was maatschappelijk sterk betrokken en politiek bewust; tussen de twee was er sprake van gezonde competitie.

Feministische overtuiging

Maar die sociale activiteiten stonden wel onder druk, haar taak als moeder slokte haar helemaal op. Door haar huwelijk en zwangerschap had ze haar baan moeten opgeven - ze had het inmiddels inderdaad tot lerares Nederlands gebracht, haar grote droom. Ze voelde zich al met al enigszins opgesloten, en dat was tegen haar feministische overtuiging, want die had ze ook.

Maar toen de kinderen groter waren geworden, stortte Els zich weer met overgave in het leven. Ze ging opnieuw lesgeven, en maakte haar leerlingen deelgenoot van haar uitgesproken progressieve opvattingen. In Wageningen organiseerde ze discussiebijeenkomsten (teach-ins in het jargon van de jaren zestig) over de oorlog in Vietnam, ze nam deel aan demonstraties tegen het Amerikaanse optreden in dat land, was betrokken bij de ban-de-bom-beweging, voelde zich aangetrokken tot de enige pacifistische partij in Nederland, de PSP. Ze was rotsvast overtuigd van haar gelijk, compromisloos en onverzettelijk, en daardoor niet altijd even makkelijk voor haar omgeving.

Toen ze trouwde was Els meegegaan naar de hervormde kerk van haar man Gerrit. Ze was zelf weliswaar afkomstig uit een niet-kerkelijk gezin, maar dat wilde niet zeggen dat ze areligieus was, integendeel. Maar uiteindelijk was de kerk haar niet radicaal genoeg, het evangelie gaf volgens haar bij de vragen over oorlog en vrede scherpere antwoorden dan zij zondags van de kansel hoorde.

Mystiek en sober

Els zocht bezinning en inspiratie bij de zogeheten Arbeidersgemeenschap der Woodbrokers, een religieus-socialistische beweging rond de pacifistische theoloog Willem Banning. En ze werd betrokken bij de quakers, een geestelijke stroming die in Nederland slechts weinig aanhangers heeft en waarbij Els zich heel vertrouwd voelde. Op huiskamerbijeenkomsten was er tijd voor gebed en contemplatie. Wat haar aansprak was het antiklerikale - je hebt geen kerk of dominee nodig om tot God te komen -, het pacifisme en het egalitaire: mannen en vrouwen zijn volstrekt gelijk. En het mystieke dat de quakers eigen is beviel haar al evenzeer, net als hun sobere levensstijl.

Nu heeft het Els in haar leven aan niets ontbroken. Ze had net als Gerrit een goed inkomen, ze woonden in een keurig, ruim huis (een huurwoning, eerst in Wageningen, later in het Gelderse Gendt), maar uitbundige luxe en verspilling waren haar een gruwel, daartoe zijn wij toch niet op aarde. Heel af en toe gingen ze uit eten, met de familie, eenvoudig, vegetarisch en zonder alcohol: Els was overtuigd lid van de blauwe knoop. En in de zomer met de caravan naar Frankrijk waarbij Gerrit vanwege zijn ogen alleen op de snelweg mocht rijden, Els nam de dorpen en steden voor haar rekening.

Ze mocht graag schilderen, alleen of met vrienden, verkocht soms ook wel eigen werk. Maar dé grote hobby was het toneel, wat ook weer niet helemaal ontspannend en vrijblijvend was, want het moest wel ergens over gaan, het toneelstuk moest geëngageerd zijn. Een ongecompliceerd blijspel was haar te platvloers, er moest een boodschap in zitten, als het even kon over het enige thema dat er toe doet: oorlog en vrede.

Schouwburgen

Gendt was een ideale plek voor het uitleven van haar hobby, ze woonde op een paar kilometer van de schouwburgen in Arnhem en Nijmegen. Na afloop van een voorstelling ging ze regelmatig naar de artiestenfoyer om de regisseur en de toneelspelers te complimenteren, of - wat minstens zo vaak voorkwam - te bekritiseren: "Dit was helemaal niks."

Toen het einde van haar loopbaan als lerares in zicht kwam, ging Els theaterwetenschappen studeren, een langgekoesterde wens, ze wilde zo graag een universitaire opleiding. Op haar 65ste promoveerde ze zelfs tot doctor, op een onderzoek naar de weerslag van het pacifisme op het theater in Nederland. Ze voerde haar academische titel met trots.

Een kleine tien jaar geleden kreeg Els problemen met haar geheugen, Gerrit had al langere tijd lichamelijke klachten. Hij overleed in 2008. Vrij snel daarna verhuisde ze naar een zorgcentrum. Ook daar hield ze vast aan haar sobere levensinstelling, al nam ze een enkele keer tot verrassing van vrienden en familie wel een advocaatje. Aan de inrichting van haar kamer was af te zien hoe actief ze nog was: veel boekenkasten, en geen luie fauteuil of sofa; bij voorkeur zat ze aan tafel te lezen, op een rechte eetkamerstoel.

Haar wereldje werd kleiner, haar geheugen ging achteruit. Maar af en toe kon ze nog scherp uit de hoek komen. Toen een paar jaar geleden Sinterklaas op bezoek kwam in het zorgcentrum, hield ze hem op licht-geïrriteerde toon voor: "Zou u zich niet eens inzetten voor de wereldvrede?" Er was in haar ogen wel wat zinnigers in het leven te doen dan cadeautjes uitdelen. Ze is heel oud geworden, 96 jaar.

Elselina Maria Wiertz-Boudewijn werd geboren op 21 mei 1919 in Haarlem; ze stierf op 9 februari 2016 in Steenwijkerwold.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden