Review

'Alles van waarde wordt verspild'

Er bestaan van die sleutelzinnen waarmee je veel van een persoon in een heldere context kunt zetten. In het geval van Willem Drees junior (1922-1998), de hoogleraar, topambtenaar, politicus (van het inmiddels ter ziele gegane DS70), lid van de Algemene Rekenkamer en de zoon van zijn gelijknamige vader, is dat de zin: ,,Alles van waarde wordt verspild -als het gratis wordt verstrekt'. Die zin verklaart niet alleen de spreekwoordelijke soberheid die hij van zijn vader heeft geërfd, hoewel junior een goede maaltijd en een bijbehorend goed gesprek op juiste waarde wist te schatten. Hij verklaart vooral zijn niet aflatende strijd tegen de verspilling van overheidsuitgaven, het misbruik van sociale voorzieningen en de overwoekering van de schaarse ruimte door de auto.

Tegen dit alles bracht Drees één remedie in stelling: voor dingen van waarde (die meestal schaars zijn) hoor je een reële prijs te betalen. Doe je dat niet, dan wordt het een puinhoop. Dan worden de door de overheid beschikbaar gestelde voorzieningen verspild en de sociale voorzieningen uitgehold en dan zijn we in dit dichtbevolkte land met een zo aantrekkelijk vervoermiddel als de auto aan de goden overgeleverd.

Ik ontleen de sleutelzin aan de vorige week gepresenteerde autobiografie van Drees, 'Gespiegeld in de tijd'. De zin blijkt nog niets aan actualiteit te hebben ingeboet, ondanks al die jaren dat Drees zich krachtig in het publieke debat geroerd heeft en veel van wat hij gezegd heeft inmiddels gemeengoed is geworden, zoals het profijtbeginsel, of waaraan op zijn minst lippendienst is bewezen, zoals het uitspreken van de wenselijkheid van een selectief autogebruik.

Hoe groot de actualiteit van dit laatste thema gebleven is, blijkt wel uit de nieuwskop waarmee Trouw deze week het Nationale verkeer- en vervoersplan tot 2020 van minister Netelenbos samenvatte: 'Kabinet geeft de strijd tegen de auto op'. In de bijbehorende tekst tekende zich het visioen af dat de auto's straks in rijen van zes de stad in zullen drommen. Maar als we de minister mogen geloven zal dit proces dankzij de chip en een kilometerheffing probleemloos kunnen verlopen.

Betekent dit nu dat we kennelijk nog steeds niet bereid zijn voor de auto de juiste prijs te betalen? Met het boek van Drees in de hand mogen we zeggen: ja, daar komt het inderdaad op neer. Het laat zien hoe politici dertig jaar lang wel een selectiever gebruik van de auto prediken, maar in de dagelijkse praktijk diezelfde auto telkens weer met een fluwelen handschoen aanpakken. Zo lezen we hoe al ten tijde van het kabinet-De Jong (1968-1972) het juiste inzicht had postgevat om de explosieve groei van de auto in goede banen te lijden. Niet zozeer door de benzineprijs op te krikken (dat zet onvoldoende zoden aan de dijk), evenmin door wonderen te verwachten van een subsidiëring van het openbaar vervoer (om die reden laat de automobilist de auto niet staan), maar vooral met behulp van een rigoureus parkeerbeleid.

Iedere auto, zo hield de ambtenaar Drees minister Witteveen (zijn baas op financiën) en minister Bakker (verkeer en waterstaat) met succes voor, vraagt om ten minste drie parkeerplaatsen: één voor de woning, één op het werk en één om te kunnen winkelen e.d. Het is absurd dat dit beslag op de schaarse ruimte nagenoeg gratis ter beschikking wordt gesteld. Alsof het normaal is dat de auto de kinderen van straat mag drijven. Alsof het normaal is dat een gemeente parkeerplaatsen bij een winkelcentrum subsidieert en alsof het normaal is dat werknemers (en dan vaak nog de meest geprivilegieerden) hun auto bij de werkplaats kwijt moeten kunnen, vaak op een plek die als je er de echte prijs voor zou moeten neertellen, zo'n twintigduizend gulden per jaar kost.

Kortom, er zou een stevig parkeerbeleid neergezet moeten worden (wat er in de loop der tijden ook gekomen is, maar nog altijd onvoldoende in de ogen van Drees). Maar toen kwam het er in de verste verte niet van. Bakker hield het bij mooie woorden en toen Drees in het kabinet-Biesheuvel (1971-1973) het voortouw mocht nemen als minister van verkeer en waterstaat kreeg hij de kans niet wegens de vroegtijdige val van het kabinet.

En het daarop volgende kabinet-Den Uyl dat zei een open oog te hebben voor het milieu en dat sceptisch stond tegenover de opmars van de auto, liet het er ook bij zitten. Minister Gruyters van ruimtelijke ordening voelde er niets voor de gemeenten lastig te vallen met een vanuit Den Haag opgelegd straf parkeerbeleid. Zelfs in 1994 moest Drees (in een artikel in het tijdschrift Openbare Uitgaven) nog tot zijn verdriet vaststellen dat Nederland zijn ambitie als distributieland gesmoord ziet in het fenomeen van de ongerechtvaardigde parkeersubsidie. In bushokjes in Den Haag verschenen in die dagen posters met de tekst: ,,Parkeersubsidiënten, bedankt. Milieubederf begint bij de overheid'. Die laatste zin was een variant op de bekende leus: 'Een beter milieu begint bij jezelf' en daarmee mocht niet gespot worden, vond de PvdA-minister Alders, die prompt een kort geding aanspande om deze posters te laten verwijderen. Tevergeefs.

Het is zoals Drees in zijn epiloog constateert: politici handelen in toenemende mate tegen hun eigen doelstellingen in. De wetgever is arbeidsongeschikt. En kritische beschouwingen worden genegeerd. In die epiloog klinkt enige bitterheid door en daar is ook wel reden voor. Drees was naïef en gelijkhebberig. Dat vindt je ook terug in deze autobiografie, waarin hij emotionele zaken vaak wat klinisch afdoet, ook waar die hemzelf betreffen en waarin hij die steevast vertaald in een vaak al te simpele rationalisatie om daar vervolgens stijf en strak aan vast te houden. Dat irriteert, ook nu nog, hoewel die eigenschappen curieus genoeg hand in hand gaan met een voorbeeldige bescheidenheid en beminnelijkheid.

Maar die irritatie rechtvaardigt nog niet de botheid waarmee Biesheuvel c.s. hem destijds uit het kabinet heeft verwijderd. En het is nog minder een rechtvaardiging om zijn ideeën te negeren, zoals vaak ten onrechte gebeurd is. Wat dit laatste betreft mag je hopen dat politici nog één keer in de spiegel van deze autobiografie willen kijken. Dit keer om de lessen van Drees junior wel ter harte te nemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden