Alles stroomt altijd maar door

Gelukszoekers gaan van het Zuiden naar het Oosten en andersom. Wat vinden ze van elkaar?

Het is al moeilijk om erachter te komen wat Chinezen en Afrikanen van ons vinden. Laat staan hoe ze denken over elkaar. Toch is dat precies wat de Vlaamse schrijfster Lieve Joris wil weten. Na vele boeken over Afrika, het Midden-Oosten en Oost-Europa volgt ze voor haar boek 'Op de vleugels van de draak' nu de blik van het Zuiden op het Oosten en omgekeerd. Niet de blik van de ministers en de professoren, maar van de handelaren, tussenpersonen en duizenden avonturiers. Zij zijn het gezicht van de 'globalisering van onderaf', maar weten soms niet eens meer waar Europa ligt.

Zoals de Malinees Cheikhna, die drie keer per jaar de Chinese metropool Guangzhou bezoekt om inkopen te doen voor zijn winkels in Congo-Brazzaville en Kinshasa. Zijn telefoon houdt niet op met rinkelen door alle Congolezen die willen dat hij goedkope telefoons voor ze meeneemt, of kleding of speelgoed.

Joris struint door Chocolate City, de Afrikaanse wijk in Guangzhou, en trekt op met Atta, de manager van een transportbedrijf, wiens vrouw een Ghanees restaurant beheert. Keer op keer volgt de Vlaamse schrijfster nieuwe sporen, nieuwe mensen die haar verder China in brengen. Want ze is op zoek naar de tegenovergestelde blik: van Chinezen die Afrika ontdekken. Die vindt ze, in Guangzhou en Peking, op de Shanghai Expo en op een Afrika-instituut in een provinciestad.

Over Afrikanen weten de meeste Chinezen heel weinig. De regering noemt hen 'broeders', maar een houthandelaar vindt hen 'luie zwarte klerelijers'. Chinezen zijn bang voor de ziektes en de armoede in Afrika, en de ouders van een studente zijn bang dat ze zwart wordt en nooit meer een Chinese man zal vinden.

Chinezen vinden andere culturen in de regel niet interessant. Toch begint er iets te groeien, ontdekt Joris. Steeds meer Chinezen wagen de oversteek en bereiden de weg voor anderen. Hun verhalen over Afrika maken een generatie wakker. De draak krijgt vleugels.

Joris oordeelt niet, ze observeert alleen maar, door deel te worden van de achtergrond en zich soms dagen of zelfs weken in iemand vast te bijten. Mensen laten haar heel dichtbij komen, omdat ze denken dat ze haar toch niet meer tegenkomen. Een soort treinconversaties, zegt ze, alleen duren ze bij haar jarenlang.

Uiteindelijk belandt ze met een van haar Chinezenin Zuid-Afrika, omdat ze het continent met zijn ogen wil zien. En daar vervolgt ze haar weg weer, langs mensen die ooit als straatventer in parkeergarages zijn begonnen, of als arbeider in een Taiwanese kledingfabriek, en nu zelf fabrieken bezitten, of winkels, waar op hun beurt weer Congolezen werken die op zoek zijn naar kansen.

Soms beklijft het niet helemaal, de aaneenschakeling van gesprekken en anekdotes. Te veel treinconversaties glijden op een gegeven moment van je af. Op andere momenten is het juist bijzonder te kunnen ervaren hoe twee werelden die ons allebei vreemd zijn, naar elkaar kijken. Je leert van Chinezen hoe Afrika werkt, en van Afrikanen hoe China werkt. Chinezen vestigen zich, zegt iemand. Ze zuigen alles als een spons in zich op en ze onderhouden de netwerken die ze hebben aangelegd. Afrikanen zijn nomaden, die altijd maar weer doortrekken en overal opnieuw beginnen.

Bij die nomaden lijkt Joris toch het meeste thuis. Uiteindelijk komt ze weer uit bij Cheikhna, de Malinese handelaar, die in Congo-Brazzaville de kinderpakjes en blouses verkoopt die hij 12.000 kilometer verderop in Guangzhou op de kop heeft getikt. Hier, te midden van het gekrioel op de lokale markt, overvalt de lezer een zelfde melancholie als bij het zien van een eindeloos kabbelende beek. Hier kabbelen de massa's, de miljoenen mensen die de wereld afstruinen op zoek naar een gaatje in de markt of een beetje geluk, die zich verplaatsen van China naar Zuid-Afrika of van Mali naar China en weer naar Congo, vrouw en kind achterlatend, op zoek naar nieuwe vrouwen en nieuwe kinderen, en naar goedkope T-shirts, om weer door te verkopen, om zo een winkeltje te kunnen beginnen met nog mooiere T-shirts, of plastic speelgoed, of sardines of slingers met biscuitjes, of stoelen van nephout, tot het niet meer loont en ze vertrekken, waarop hun plaats weer wordt ingenomen door iemand anders die er toch nog een kans in ziet. Alles stroomt altijd maar door, en iedereen heeft haast, zegt Joris, het is amper bij te benen.

Lieve Joris: Op de vleugels van de draak. Reizen tussen Afrika en China. Atlas Contact, Amsterdam; 320 blz. euro 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden