Alles mag materiaal voor poëzie zijn

K. Schippers (6-11-1936) heeft de P. C. Hooftprijs gekregen voor zijn essays. Dat is een fraai, maar ook een tikkeltje misleidend eerbetoon. Schippers heeft namelijk vanaf zijn eerste pennestreken in het tijdschrift Barbarber tot aan zijn laatst verschenen bundel aangetoond vele kunstvormen te beheersen. Zijn competentie overstijgt zelfs de literatuur. Naast poëzie, proza en essays heeft Schippers zich aan de film, de fotografie en de beeldende kunst gewaagd.

De grenzen tussen de verschillende genres worden in zijn werk opzettelijk overschreden. Schippers vindt dat “alles materiaal voor poëzie kan zijn”, en dat uit zich dan ook in de vorm. Zo heeft hij gedichten gemaakt op de gemoedelijke toon van een gesprek, een roman die meer weg heeft van een serie interviews en essays die je eigenlijk verhalen moet noemen. In deze 'ontregelende' literaire opvatting, die de scheidslijn tussen kunst en niet-kunst ter discussie stelt, is hij opvallend consistent gebleven.

In het tijdschrift Barbarber, waarmee Schippers zijn literaire loopbaan begon, heeft dit zijn oorsprong. In oktober 1958 verscheen, in een oplage van 100 exemplaren, het eerste nummer van Barbarber. Gerard Stigter, die vanaf nummer twee het pseudoniem K. Schippers ging voeren, richtte het blad op samen met twee vrienden uit zijn middelbare schooltijd: G. Brands (pseudoniem van Gerard Bron) en J. Bernlef (Henk Marsman).

Barbarber had een even simpel als opvallend uiterlijk. Het 'tijdschrift voor teksten' - opvallend is al direct dat niet van literaire teksten werd gesproken - was een in de breedte gevouwen folio. In dit lange, slanke blad waren onder andere kranteberichten, boodschappenbriefjes, afbeeldingen uit een kleurboek en zinnen uit een dictee te vinden. Uit de voorkeur voor dit soort 'objets trouvés' sprak de invloed van de avantgarde uit de jaren twintig. De redacteuren lieten zich inspireren door Theo van Doesburg en beroemde buitenlandse Dadaïsten als Schwitters en Duchamp.

Vooral Duchamp gold als de godfather van Barbarber. Veel van de ideeen in het blad - en zelfs nog in het meest recente werk van Schippers - zijn direct op zijn gedachtengoed te herleiden. In 'Een cheque voor de tandarts', een alternatieve geschiedenis van de Dada-beweging die Schippers samen met Bernlef maakte, staat een afbeelding van de beroemdste ready made van Duchamp: een keurig gelakt fietswiel op een keukenkrukje. Bernlef en Schippers vonden deze vondst 'geniaal'. Het tentoonstellen van objecten in een museum die feitelijk gemaakt waren voor de massa - na het fietswiel volgde nog Duchamps urinoir en flessenrek - zette de kijk op kunst op losse schroeven. Ready mades en objets trouveï maakten alle heersende, hoogdravende opvattingen over kunst belachelijk.

Dit 'ironiseren' zagen de Barbaristen in hun eigen tijd ook als een belangrijke taak. Zij verzetten zich tegen de romantische zelfexpressie en de opgeklopte metaforen van de Vijftigers. In zijn debuut als dichter, 'De waarheid als De Koe' uit 1963, stelde Schippers dan ook afkeurend: “Vele dichters proberen dichterlijker te zijn dan de onderwerpen waarover zij schrijven.”

In 'Een klok en profil' - waarvan de titel is ontleend aan Duchamps uitspraak 'when a clock is seen from the side it no longer tells the time' - valt een van Schippers alternatieven voor hooggestemde rijmelarij aan te treffen. Het is een gedicht van één regel:

Stadhouderskade 42 te Amsterdam

In deze vorm wordt het Rijksmuseum, dat in ogen van velen de loodzware last van kunst en traditie zal dragen, teruggebracht tot een adres: even veel - of weinigzeggend als ieder willekeurig rijtjeshuis. Naam en nummer zijn toeval.

Hoe amusant en aantrekkelijk ook, Schippers heeft het niet gelaten bij dergelijke variaties op Dada. In zijn latere werk toont hij zich behoedzamer en serieuzer. In het essay 'Het proefondervindelijk bestaan' waarschuwt hij dat “ironie er niet toe moet leiden dat niets meer serieus genomen wordt.” Bovenal distilleert hij langzaam maar zeker uit de opvattingen van de avantgarde zijn eigen thematiek. Hoewel ook hier een gedichtje uit Barbarber (no. 6) al aan de bron stond:

Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles

gekleurd is.

De verwondering van het kijken, dat is Schippers' belangrijkste thema. De blik op de werkelijkheid, en de vertekeningen die daarbij onvermijdelijk optreden, maakte hij steeds vaker tot onderwerp. Of, in zijn eigen woorden: “De dingen hebben ons nodig om gezien te worden.”

In de eerste roman van Schippers, 'Bewijsmateriaal' (1978), staat de verhouding tussen beeld en verbeelding centraal. Opvallend genoeg is het proza in zijn debuutroman van een veel abstracter gehalte dan zijn eerdere werk. In 'Bewijsmateriaal' wordt er veel bespiegeld en geeft Schippers maar weinig aandacht aan de plot, het decor of de achtergrond van personages.

In de boeken van de laatste vijftien jaren lijkt Schippers zijn beste vorm gevonden te hebben. Ze zijn, zo vindt de criticus en schrijver Robert Anker, “geschreven in een superieure, hoogst gecultiveerde stijl.” In 'Eerste indrukken' wordt knap de conditionering van de waarneming in kaart gebracht. Schippers laat zien hoe onze blik al als kind wordt gestuurd: 'Eerste indrukken' zijn de memoires van een driejarig meisje dat zich verzet tegen de ontwikkeling tot volwassene en haar karakter wil 'kiezen'.

Schippers is in zijn recentste beschouwingen op dat kleine meisje blijven lijken. In 'De berg en de steenfabriek', 'Museo Sentimental', 'Eb' en 'De vermiste kindertekening' hanteert hij bewust een naïeve optiek. Nog altijd wil hij zich laten verrassen door bestaande of bedachte beelden en probeert fijnzinnig uit te maken hoe die verrassing tot stand komt.

In het essay 'De afstand', dat over de schilder Jean Simeon Chardin gaat, komt nog eens tot uitdrukking hoe meesterlijk K. Schippers zo'n voorzichtig zelfonderzoek beschrijft. Na een impressie van Chardins schilderij 'De kist van de roker' staat er: “Ik scheid nu schaduwen, de lijnen en het licht, maar dat doe ik niet als ik 'De kist van de roker' in het Louvre zie. Je geniet het meest van een voorstelling als je die niet helemaal uitput, alsof je vreest dat de magie zou kunnen worden verbroken wanneer je de redenen van je waardering te goed kent.”

“Ook de andere Chardins in dit museum bekijk ik vluchtig, om iets van dat eerste, dat onaangeraakte te bewaren, een paar indrukken, dat is genoeg.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden