Alles kwam altijd goed

Rinus Peters 1932-2014

Toen zijn leven er bijna op zat, kon het hem niet snel genoeg gaan. Dan zou er op de begrafenis misschien nog mooi weer zijn.

Hij was een man van weinig woorden. Over wat er in hem omging sprak hij al helemaal niet. Pas toen hij besefte dat hij nog weken, of hooguit enkele maanden te leven had, kreeg hij iets filosofisch over zich. "Wat een vreemd idee", zei hij. "Ik heb geen toekomst meer. Ineens is er geen volgend jaar meer, alleen nog het verleden."

Even had hij verdriet, maar dat schoof hij aan de kant. "Het is niet anders. Ik ben 82 jaar en ik heb een mooi leven gehad. Ik geef mijn leven een 10." Alleen vond hij het zo naar dat hij Betsie, zijn vrouw, hulpbehoevend zou moeten achterlaten.

Nu hem alleen dat verleden restte, praatte hij er graag over met iedereen die afscheid kwam nemen. De sterke verhalen kwamen weer boven, vooral over zijn jonge jaren toen hij vol kattenkwaad zat. Rinus was de derde in een gezin dat zou uitdijen tot tien kinderen. Tussen de oudste en de jongste zat ruim twintig jaar verschil, dus ze hebben nooit allemaal tegelijk onder een dak gewoond.

Maar de eettafel zat wel vol. Zijn vader had naast zich een stok staan waarop het tafelzeil werd gerold. Als je je niet gedroeg aan tafel, kon je een mep met die stok verwachten. Met zijn oudste broer Appie trok Rinus erop uit. Samen zetten ze strikken in de haag achter hun huis - die dan 's nachts door de buurman die jachtopziener was, ongemerkt werden weggehaald. 'De blagen van Peters' werden ze door een buurvrouw genoemd.

Zij hadden het niet breed thuis, maar er was altijd genoeg. Zijn vader werkte als tuinman bij rijkelui, zijn moeder dreef naast het huishouden een bloemenwinkeltje aan huis.

Mooie herinneringen had Rinus aan de bezettingsjaren. De Duitsers hadden de school gevorderd, dus van lessen kwam weinig meer. Met andere jongens ging hij op avontuur. En er was niets leukers dan dingen jatten bij de Duitsers. Zo wist hij een handgranaat te bemachtigen, waaruit ze het kruit haalden. Daarmee maakten ze bommetjes om vissen uit de Oude IJssel te knallen. Op z'n oude dag begreep Rinus niet meer dat hij zich van geen gevaar bewust was geweest. Maar het ging altijd goed. En dat werd ook zijn levensmotto: Alles komt goed.

Na de bevrijding ging hij twee jaar naar de ambachtsschool. Als jongen van veertien kwam hij te werken in een smidse in Lieren, waar hij ook bleef slapen. Hij moest er paarden beslaan, terwijl hij eigenlijk een beetje bang was voor die dieren. 's Avonds ging hij naar de avondschool in Apeldoorn. Toen hij na een jaar of twee last kreeg van ontstoken 'lasogen', werd hij loopjongen bij de technische groothandel Reesink in Zutphen. Dat boeide hem niet zo, dus toen hij na een jaar kon gaan werken bij een smederij tegenover zijn ouderlijk huis in Empe, aarzelde hij niet. Van lasogen had hij geen last meer.

Buiten zijn werk was hij een echt feestnummer. Op geen enkele partij ontbrak hij.

Op zijn 21ste moest hij in militaire dienst, bij de landmacht in technische functies. Vooral bleef hem bij dat hij jongens uit het hele land ontmoette, want hij was nooit eerder buiten zijn geboortestreek geweest. Dat scherpte zijn verlangen om meer van de wereld te zien en hij tekende bij om dienst te doen in het koloniale Nieuw-Guinea, dat Nederland uit handen van het nieuwe Indonesië probeerde te houden.

Maar zover is Rinus nooit gekomen, want hij had een meisje ontmoet, Betsie Leusink uit het naburige Hall. Hij vertelde dat hij haar op een dansavond met een speld in de billen geprikt, maar dat heeft Betsie nooit willen bevestigen. Na die onhandige toenadering zette hij door. Toen een nichtje van Betsie zou trouwen, ging Rinus naar de bruidegom om een uitnodiging te krijgen. Die wilde de bruidegom wel geven, op voorwaarde dat Rinus lid zou worden van zijn zangkoor. Dat deed Rinus en na vijf jaar verkering trouwde hij in 1958 met Betsie.

Smederij

Hij werkte even als pompbediende, en vond vervolgens weer werk in een smederij, Koenders in Eerbeek. Daar kochten Betsie en hij in 1961 een huis in een wijk die werd gebouwd om het tekort aan arbeiders te lenigen. In dat huis in de Rozenstraat zouden ze altijd blijven wonen. Ze kregen er twee dochters, Jantine en Mary.

Rinus wortelde er diep. Het verlangen om de wereld te zien vervloog, en op een paar vakanties na bleef hij altijd in de streek. De jongen vol kattekwaad werd een gelijkmatig man die uitspraken deed zoals 'Alles waar te voor staat is niet goed, behalve tevreden'. Over zichzelf was hij bescheiden: 'Dom geboren, nooit wat bijgeleerd'.

Toch ontwikkelde hij zich tot een vakman. De smederij leende hem uit aan papierfabrieken, die zich in de streek hadden gevestigd vanwege het water uit de schone beekjes. Papier interesseerde hem niet, de techniek wel. Vooral bij papierfabriek Coldenhove had hij het naar z'n zin. Daar kon hij zelf bedenken hoe iets het best gemaakt kon worden en had hij alle tijd om het zo goed mogelijk te doen.

Als hij hoorde dat er een onderdeel nodig was, maakte hij snel een schetsje en ging aan het werk. Hij was dan al klaar als een technisch tekenaar kwam aanzetten met de werktekening. "Bedoel je dit?" vroeg Rinus dan triomfantelijk wijzend naar zijn eigen bedenksel. Uiteindelijk kwam hij bij de papierfabriek in dienst en zou hij er blijven tot de vut in 1994.

Toch was hij liever timmerman geworden, zei hij weleens. Hout is warm en levend, metaal doods en kil. Maar in zijn vrije tijd timmerde hij kippen- of konijnenhokken, of deed hij verbouwingen voor de hele familie.

Hij trok zich graag terug in zijn moestuin, een lap grond van een halve hectare in Empe. Aanvankelijk had hij daar ook schapen, maar na een dierenziekte stopte hij daarmee en groef in de wei een gigantische vijver.

Thuis bemoeide hij zich weinig met de kinderen, dat was Betsies taak. Als zij bij een woordenwisseling met de meisjes vroeg: 'Rinus, zeg jij ook eens wat', keek hij verbaasd op. 'Waar gaat het over?' zei hij dan en liet alles weer aan zich voorbijgaan. Wat hem betreft konden de kinderen hun gang gaan. 'Komt wel goed.'

Aan de eettafel kon hij amper wachten tot iedereen klaar was. Dan draaide hij zich al half om naar zijn volière buiten. Daar kweekte hij gele kanaries, waarmee hij heel wat prijzen gewonnen heeft op tentoonstellingen. Toen hij doof werd en de kanaries niet meer kon horen zingen, legde hij zich toe op mooie vogels, zoals goudvinken. Hij verveelde zich nooit in zijn gepensioneerde jaren.

Betsie ging kwakkelen met haar gezondheid. Rinus nam geleidelijk aan het huishouden over. Zij gaf aanwijzingen, want huiselijke beslommeringen waren nieuw voor hem. Betsie ging steeds zachter praten en Rinus ging steeds slechter horen, maar ze begrepen elkaar met een enkele oogopslag of handgebaar.

Op z'n tachtigste begon Rinus aan de computer: e-mailen en Facebook. Zo kon hij zien wat de kleinkinderen bezighield. En hij wilde nog eens vliegen, dat had hij nooit gedaan. Zijn dochter boekte een reisje naar Sevilla. Dat vliegen hoog boven de wolken vond hij maar saai, de Spaanse stad vond hij veel te druk. Mooi om mee te maken, maar hij was liever thuis.

Een hardnekkig griepje bleek te wijzen op ernstige bloedarmoede. Verder onderzoek bracht acute leukemie aan het licht. Daar was niets meer aan te doen.

Na de eerste schok herstelde hij zich. Hij had toch maar mooi geluk gehad dat hij in de zomer ziek was geworden, zodat hij nog lekker buiten had kunnen zitten en hij hoopte maar dat hij een beetje snel zou opschieten met doodgaan, dan zou het ook nog mooi weer zijn met de begrafenis.

Toen de kist het graf in zakte, keek een roodborstje toe, en begon luidkeels te zingen.

Marinus Peters werd geboren op 7 april 1932 in Empe (Gelderland). Hij stierf op 29 september 2014 in Eerbeek.

Toch was hij liever timmerman geworden, zei hij weleens. Hout is warm en levend, metaal doods en kil.

Over wat er in hem omging, sprak Rinus Peters niet. Aan het eind van zijn leven veranderde dat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden