Alles is duister in de diamantindustrie

Panners heten ze, illegale diamantenzoekers die ’s nachts in de mijnen van Zimbabwe levensgevaarlijk werk verrichten. De opbrengst verdwijnt in een schimmig circuit.

Klaas van Dijken

De avond valt snel over een plaatsje ergens ten zuiden van Mutare, een stad in het oosten van Zimbabwe. Aan de rand van het plaatsje verlicht een buitenlamp een eenvoudig stenen huis.

Het ruikt er naar geiten. Binnen zitten zes mannen tussen de 21 en 32 jaar. De flikkerende beelden van een actiefilm op tv dansen onrustig op hun gezichten, de blauwe muren en rode meubels. De tv en de generator die buiten bromt zijn door huiseigenaar Saul gekocht met geld van de verkoop van diamanten.

De mannen zijn zogeheten panners, illegale diamantenzoekers. Ze delven in de veelbesproken mijnen van Chiadzwa, ook wel bekend als Marange, een gebied aan de grens met Mozambique. Mensen die in de mijnen werken, legaal of illegaal, worden vaak mishandeld, verkracht of gedwongen om te werken, zo blijkt uit rapporten van mensenrechtenorganisaties. Volgens de panners ’verdwijnen’ dagelijks mensen in de mijnen.

Het Kimberley Process, de organisatie die diamanten certificeert als bloedvrije stenen wanneer ze niet bijdragen aan de financiering van rebellenlegers, vindt dat Zimbabwe sinds kort weer voldoet aan de minimale eisen om diamanten te mogen exporteren. De eerste verkoop van diamanten is achter de rug en leverde Zimbabwe in augustus bijna 60 miljoen dollar op. De tweede verkoop zal deze maand plaatsvinden.

Deze transacties zijn niet onomstreden. Een handelskantoor in diamanten, het Rapaport Diamond Trading Network, waarschuwde onlangs dat ze nog steeds geen zaken willen doen met partners die handelen in diamanten uit Zimbabwe.

De opbrengst van de legale en illegale diamanten gaat voor een groot deel naar de leden van ZANU-PF, de politieke partij in Zimbabwe waar dictator Robert Mugabe al dertig jaar de leider van is (zie kader). Volgens ingewijden gebruikt ZANU-PF het geld om zijn eigen politieke campagne te financieren voor de verkiezingen in 2011 om zo aan de macht te blijven.

De panners leggen uit hoe zij, meestal in het donker, de diamanten onder zware omstandigheden vinden en delven. Om de paar maanden gaan de mannen naar de mijnen. In de bergen rondom de mijnen verbergen ze zich in tentenkampen, soms bijna 20 kilometer van de diamanten vandaan. De zes mannen werken allemaal in een zogenoemd syndicaat – een maffia-achtige groepering – en niet voor een officieel bedrijf. Een syndicaat bestaat uit ongeveer 70 mijnwerkers, militairen en politiemannen die de opgraving mogelijk maken.

De militairen en politie moeten eigenlijk juist de mijnen beschermen tegen de illegale diamantengravers, maar laten de werkers weten welke uren ze in de late namiddag of nacht kunnen werken. Dan splitst het syndicaat zich op in groepjes van zes.

Voorzichtig dalen ze af, want de grond is droog en los. Veel panners zijn al omgekomen doordat opeens hele stukken aarde los kwamen te zitten en ze worden haast bedolven onder brokken steen en bergen gruis. Als ze veilig op hun werkplek zijn aangekomen, graven ze hun gereedschap en eten op dat ze hebben verstopt voor andere mijnwerkers en bewakers.

Ruwe diamanten herkennen ze aan de vorm en de andere glans die stenen krijgen na het schoonspoelen met water. Bijna elke panner heeft een telefoon met een zaklampje erop. Daarmee schijnen ze op de diamant. „Soms zijn ze groen, roze, melkachtig of zwart. Een goede diamant heeft weinig hoeken of oneffenheden. Als het licht van de telefoon door de diamant heengaat en de steen werkt als een prisma, dan is het echt een goede,” vertelt Karukone, die namens de zes panners het woord voert.

„Elke steen die we vinden, melden we aan de militairen of politie van ons syndicaat. Zij nemen ons mee naar de kopers. De opbrengst van de diamant gaat voor de helft naar onze bewakers en de andere helft moeten we verdelen onder zeventig man. Nee, dat is niet echt eerlijk”, zegt Kurakone.

Zijn collega’s lachen schamper. „Het is mogelijk om diamanten achter te houden en later zelf te verkopen om zo de hele opbrengst te krijgen. Maar dat is gevaarlijk. Als de soldaten van het syndicaat het zien, zullen ze je doden.”

De kopers verblijven in de diamantenvelden zelf of in de steden eromheen. Volgens de panners zijn het lokale Zimbabwanen of buitenlanders. „Veel komen uit Zuid-Afrika, Mozambique en Nigeria.”

Grote hoeveelheden van de diamanten gaan de grens over naar Mozambique of Zuid-Afrika, zo blijkt onder meer uit rapporten van Human Rights Watch. Daar blijven de diamanten in het illegale circuit en gaan de hele wereld over, of worden gemengd met door het Kimberley Process gecertificeerde diamanten, ’witgewassen’ als het ware. Een ander deel van de diamanten van Marange, zowel de illegale als de legale, vinden hun weg naar de regeringsfunctionarissen van ZANU-PF.

Die regeringspartij ontkent het bestaan van de syndicaten. Dat deze groeperingen wel degelijk bestaan, bewijst een nog niet officieel gepubliceerd document van het Joint Operations Command (JOC). Dat bestaat uit de belangrijkste personen binnen ZANU-PF en neemt strategisch, vaak militaire, beslissingen en denkt geheime operaties uit. Uit het document blijkt onder meer dat het JOC de scepter zwaait in de mijnen. Ook komt hierin naar voren dat militairen en politie deel uitmaken van syndicaten en dat deze groepen zich schuldig maken aan het schenden van mensenrechten.

Het JOC-document is sinds mei niet heel geheim meer en circuleert overa. Het is een heikele kwestie voor ZANU-PF. De organisatie die het document naar buiten bracht, is het Centre for Research and Development met aan het hoofd Farai Maguwu. Hij schreef vele rapporten over de schendingen van mensenrechten in de diamantvelden Marange.

Maguwu werd wereldnieuws bij zijn arrestatie begin juni. Hij is inmiddels weer vrij, maar heeft huisarrest. „Veel geld komt inderdaad bij ZANU-PF terecht”, zegt Maguwu. „Maar wie precies het geld krijgt en waar het voor wordt gebruikt, is niet duidelijk.”

Volgens directeur Lovemore Madhuku van de NCA, een organisatie die burgers in Zimbabwe vertegenwoordigt, is het duidelijk dat veel geld bij ZANU-PF terechtkomt en dat zij het gebruiken om hun campagne te financieren voor de verkiezingen van 2011. „Exacte cijfers zijn er niet, maar ZANU-PF heeft weinig geld. Dat weet iedereen. Hoe kan kan het dat ze wel opeens 80 gloednieuwe auto’s kopen?,” vraagt hij retorisch.

Hugo Knoppert is het met Madhuku eens. Hij is coördinator van Zimbabwe Watch, een Nederlandse lobbygroep van ngo’s die zich vooral richten op de exploitatie van de diamanten in Zimbabwe. „Het is moeilijk inzicht te krijgen in de geldstromen van ZANU-PF. De diamanten zijn voor ZANU-PF een soort reddingsmiddel, want andere geldbronnen van de partij zijn uitgeput. Het bevriezen van tegoeden van 200 ZANU-PF mensen in Europa en de VS heeft ze geraakt.”

Daarnaast speelt de verandering van valuta in Zimbabwe een grote rol. De ’Zimdollar’ was onderhevig aan zeer hoge inflatie en daarom is de Amerikaanse dollar ingevoerd door de minister van financiën, afkomstig uit de voormalige oppositiepartij.

Een nadeel hiervan voor ZANU-PF is dat ze nu niet naar hartelust zelf geld kan bijdrukken. „Het lijkt er steeds meer op dat er volgend jaar verkiezingen komen. Als die vrij en eerlijk zijn, is de kans klein dat ZANU-PF wint. Ze zullen dus weer, net als tijdens de gewelddadige verkiezingen in 2008, hun troepen moeten mobiliseren en een campagne van geweld en intimidatie opzetten. Dat kost geld en de diamanten zijn nu de voornaamste inkomsten”, zegt Knoppert.

Volgens de panners hebben ministers zelfs hun eigen syndicaten. „Dat denken we niet, dat weten we zeker. Elke mijnwerker weet dat. Wij kennen het gebied waar de minister van mijnbouw zijn syndicaat heeft werken.”

Naast het verhaal van de zes panners, kan geen van de andere geïnterviewden de beweringen bevestigen.

Hoeveel de panners gemiddeld krijgen van het geld van de diamanten, wordt niet duidelijk. „Soms kunnen we zes maanden elke nacht werken en niks vinden. Een andere keer is er meer geluk. Maar de meeste diamanten die we vinden, zijn alleen geschikt voor machinaal gebruik”, zegt panner Trust.

Dat de diamanten in Marange voor het oprapen liggen, zoals wel wordt gezegd in de hoofdstad Harare, zijn broodje-aapverhalen. De panners lachen erom.

De panners staan, naast het instortingsgevaar in de mijnen, aan nog meer gevaren bloot. „Als je te laat aankomt bij het afgesproken punt in de mijnen, kun je soldaten tegenkomen die niet bij het syndicaat horen of bij een andere groep. Dan slaan ze je in elkaar of erger”, legt Karukone uit.

Zelf had hij in april een aanvaring met een ander syndicaat. „Ze dachten dat ik een sniper was en sloegen me met wapenstokken op mijn rug. Ik heb een week in het ziekenhuis gelegen.”

Met snipers bedoelen ze illegale mijnwerkers die zonder syndicaat werken. Dan zijn er ook nog de comberos, de lokale naam voor diamantenrovers. Zij opereren in bendes en overvallen panners als ze zien dat die een diamant hebben gevonden.

Wat overdag in de mijnen gebeurt, weten de panners niet. Ze kunnen niet dichtbij genoeg komen om dat te zien. „Maar elke dag verdwijnen mensen en soms hele syndicaten. Ze worden gedood of gevangengezet”, zegt Karukone. „Het beveiligingssbedrijf Chitken doet dat.”

Farai Maguwu heeft ook van de verdwijningen gehoord, maar weet niet hoe het precies zit. „Het is me nog niet gelukt om mijn contacten in de mijnen te spreken.” Maguwu heeft geen toegang meer tot de mijnen, maar zegt dat hij sinds zijn arrestatie zeker geen berichten heeft gekregen dat de mensenrechtensituatie is verbeterd in de mijnen. „Een van de grootste problemen is het gebrek aan openheid. Het is niet duidelijk waar het geld heen gaat, wie de mijnen precies controleert en wat er gebeurt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden