Alles is door de kunstenaar zelf gemaakt, of toch niet?

Moet een kunstenaar ook een ambachtsman zijn? Daarover is in de Britse kunstwereld een stevige discussie losgebarsten.

SEIJE SLAGER

Is het vanzelfsprekend dat de schilderijen van David Hockney ook door David Hockney geschilderd zijn? Kennelijk niet. Deze maand opent in de Londense Royal Academy een overzichtstentoonstelling van zijn landschappen. En voor de zekerheid voegde de Britse kunstenaar een geruststellende mededeling toe aan de reclame voor zijn nieuwe overzichtstentoonstelling in de Londense Royal Academy: 'Alle werken hier zijn door de kunstenaar zelf gemaakt, persoonlijk'.

Een overbodige mededeling, zou je zeggen, bij een ambachtelijk schilder als Hockney. Het was dan ook vooral een sneer naar die andere aap boven op de rots van de Britse kunstwereld, Damien Hirst. Die dreigt namelijk deze maand alle aandacht naar zich toe te trekken met een overzichtstentoonstelling van enkele honderden 'spot paintings' - schilderijen met gekleurde stippen - die hij sinds 1986 gemaakt heeft. Ze worden vanaf donderdag in elf galeries over de hele wereld tegelijkertijd tentoongesteld.

Alleen: in de afgelopen kwart eeuw heeft Hirst maar een stuk of vijf spot paintings zelf geschilderd. De rest is door werknemers van zijn productiemaatschappij Science Ltd vervaardigd. Hirst zelf is vooral fan van de stippen die zijn assistent Rachel Howard tussen 1992 en 1996 op het doek zette - inmiddels is ze zelf een bekend kunstenaar.

Hockney had niet alleen Hirst in gedachten met zijn sneer, legde hij uit in een radio-interview. Het ging hem ook om de manier waarop tegenwoordig aan kunstacademies les wordt gegeven. Daar gaat het volgens hem alleen nog maar om concepten, niet meer om het ambachtelijke handwerk dat nodig is om die concepten in tastbare kunst te veranderen. Hij citeerde een Chinees spreekwoord: als kunstenaar heb je het oog, de hand en het hart nodig. Slechts twee van die drie is niet voldoende.

'Te veel gedoe', vindt Hirst het op zijn beurt, om zelf zijn schilderijen te schilderen. Hij is er ook niet zo goed in; in 2009 exposeerde hij een aantal zelfgeschilderde doeken in de Wallace Collection, en de Britse kunstkritiek toonde zich nou niet bepaald overdonderd. 'Shockingly bad', vond The Times het zelfs. Al zou het goed kunnen zijn dat Hirst die reacties had ingecalculeerd, en er stiekem van smulde.

De discussie tussen Hockney en Hirst was een paar honderd jaar geleden een non-discussie geweest. Lange tijd was het namelijk de normaalste zaak van de wereld dat schilders een atelier vol leerlingen hadden, die vaak ook namens de meester werk maakten.

Het levert heden ten dage nog altijd werk op voor kunsthistorici: die mogen zich graag uitputten in lange discussies over de 'authenticiteit' van bepaalde kunstwerken, en plegen uitgebreide exegese op de kleinste details van een kunstwerk om erachter te komen of we hier met een 'echte Rembrandt' of een 'echte Frans Hals' te maken hebben, of niet.

Die opvattingen over authenticiteit stammen pas uit de negentiende eeuw. Toen werd kunst, om de woorden van dichter Willem Kloos te gebruiken, een 'allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie'. En dat kon je als schilder natuurlijk niet aan de leerlingen in je atelier overlaten.

"Ja, het zijn die verdomde impressionisten weer, die alles verkloot hebben", lacht de Nederlandse kunstenaar Joep van Lieshout. Hij is ook zo'n kunstenaar die niet alles zelf doet. Veel van zijn ontwerpen en ideeën worden uitgevoerd door Atelier Van Lieshout, waarvan hij de baas is.

Hij kan zich evengoed wel ergens iets voorstellen bij de kritiek van Hockney. "Het is wel belangrijk dat je de materialen goed kent. Alles wat er in mijn atelier gebeurt, kan ik ook zelf. En ik ben de laatste tijd ook weer traditioneler gaan werken, ik doe meer zelf."

Alleen is Hockney bij Hirst aan het verkeerde adres met zijn kritiek, volgens Van Lieshout. "Er is nu een hele generatie kunstenaars die hun ontwerpen door anderen laten uitvoeren, en ik zie dat daar een hoop onbezielde dingen bij zitten. Maar Hirst is juist een buitengewoon goede kunstenaar. In alles wat hij doet herken je de ziel van de kunstenaar. En als die erin zit, dan hoef je het van mij niet per se allemaal zelf te doen."

Sterker nog, het kan juist een sterke conceptuele keuze zijn om het níet te doen. Daarin verschillen de huidige ateliers van die van de klassieke meesters. Toen Andy Warhol zijn kunstfabriek The Factory oprichtte, deed hij dat niet alleen maar om makkelijk veel werk te kunnen produceren; het was eerder een artistiek statement over kunst in het tijdperk van massaproductie. En voor Van Lieshout was de beslissing om een atelier op te zetten ook ingegeven door het soort werk dat hij destijds maakte. Polyester badkamers, meubels en interieurs, ergens in het schemergebied tussen kunst, design en Ikea. Door het werk niet eigenhandig te maken, vergrootte hij welbewust de verwarring.

"Dat vind ik ook zo sterk aan Hirst", zegt Van Lieshout. "Hij is een anarchist, een dwarsligger. Dat zie ik juist terug als hij alleen maar assistenten stippen laat zetten, en die met veel tamtam in elf galeries wereldwijd exposeert. Dan zegt hij eigenlijk: fuck you, het enige wat ik doe is stippen zetten, en nu kunnen al die verzamelaars hun miljoenen bij mij inleveren. Dat vind ik een geweldig statement."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden