Review

Alles is de schuld van de elite

De scheiding der geesten in Nederland komt tot uiting in twee boeken over de PVV. Het is kiezen tussen het kalifaat Hollandistan en het fascisme van de massamens.

Het lezen van ’De schijn-élite van de valsemunters’ van Martin Bosma, het ideologisch brein van de PVV, is ondanks de soepele hand van de schrijver geen lolletje. Toen ik de laatste bladzijde had omgeslagen, greep ik uit verlangen naar een wat andere kijk op de dingen naar het essay ’De eeuwige terugkeer van het fascisme’ van de cultureel filosoof Rob Riemen, maar dat maakte de stemming er nog bedrukter op. Bij beide auteurs is er geen ontsnappen aan: volgens de een is ons land op weg het kalifaat Hollandistan te worden, volgens de ander dreigt het ten prooi te vallen aan het onuitroeibare monster van het fascisme, dat zich thans vertoont in de gedaante van Geert Wilders en zijn beweging.

Na de aanslagen in New York en Washington in 2001 en de moorden op Pim Fortuyn in 2002 en Theo van Gogh in 2004 heeft zich hier een scheiding der geesten voltrokken, die de maatschappelijke en politieke verhoudingen uit het lood hebben getrokken. In hun interpretatie van de jongste geschiedenis en de conclusies die zij daaraan verbinden, lijken Bosma en Riemen de uitersten. Misschien geldt ook hier wel de Franse wijsheid ’les extrèmes se touchent’. De schrijvers komen allebei uit een arbeidersmilieu en, geboren in de vroege jaren zestig, behoren ze beiden tot de ’verloren generatie’. Bosma komt uit een rood nest in de Zaanstreek, Riemen uit een katholiek milieu.

Er is nog een overeenkomst. Bosma schrijft het dreigende lot van Nederland toe aan de ’multikul’, die volgens hem in 1975, halverwege de regeerperiode van het kabinet-Den Uyl, is begonnen. De grondgedachte van deze multikul is dat alle culturen gelijk zijn, waarbij sommige groepen, zoals niet-westerlingen en vrouwen, altijd goed zijn en sommige altijd verkeerd, zoals blanken. Hij ziet de politieke correctheid als een vervolg op dit ’culturele marxisme’, waarin schuld tegenover groepen die ooit slachtoffer werden van het westerse kolonialisme centraal staat en alle symbolen van het eigen verleden en het eigen land, zoals de vlag en het volkslied, verdacht zijn. ’De arbeider heeft immers geen vaderland’.

De sociaal-democraten hebben volgens hem in 1975, in de greep van Nieuw Links, hun gezonde verstand verloren door de waarschuwingen van vader en zoon Willem Drees voor overbevolking in de wind te slaan en welbewust te kiezen voor massa-immigratie. Bosma houdt links in het bijzonder voor deze omslag verantwoordelijk, hoewel hij erkent dat de rechtse partijen geen restrictiever immigratiebeleid voerden dan de linkse. Sterker nog, hij schrijft dat de aanwezigheid van de VVD in de regering bijna een garantie was dat de toestroom steeg. Desondanks blijft in zijn visie de linkse elite, waartoe hij ook de CDA-leden rekent die tegen samenwerking met zijn partij zijn, de aanstichter van de dreigende islamisering.

In dat opzicht vertoont zijn visie een zekere gelijkenis met die van Riemen, die zijn gram en onbehagen eveneens op de elites richt. Hij ziet de beweging van Wilders, in zijn ogen het prototype van hedendaags fascisme, als de logische politieke consequentie van ’partijen die hun gedachtegoed verloochenen, intellectuelen die een gemakkelijk nihilisme cultiveren, universiteiten die deze naam niet waardig zijn, de geldzucht van de zakenwereld en de massamedia die liever de buikspreker van dan de kritische spiegel voor het volk zijn’. Dat zijn volgens Riemen de gecorrumpeerde elites die de geestelijke leegte cultiveren waarin het fascisme weer groot kan worden. Specifiek wordt hij niet, maar de kring van verwijtbare schuldigen is bij hem dus minstens zo groot als bij Bosma.

In diens boek is de eigenzinnige revisie van de politieke geschiedenis sinds de jaren zestig aanvankelijk nog wel intrigerend, maar zijn exercitie vervalt al snel tot een vorm van paranoia, die doet denken aan de vroegere communistische CPN. Vermoedelijk is dat inherent aan gesloten politieke bewegingen. Zij beschouwen al gauw de gehele buitenwereld als vijandig en bekijken uiteindelijk ook hun directe omgeving met steeds grotere argwaan. In de PVV is het wachten op de eerste zuiveringen, die in de CPN aan de orde van de dag waren. Zijn revisie voert Bosma tot de conclusie dat de massa-immigratie een doelbewuste en weloverwogen keuze is, geen natuurverschijnsel. ’Links heeft zijn nieuwe revolutionaire klasse gevonden. Die draagt geen overall, maar een hoofddoek. Moslimimmigranten zijn de stoottroepen van mei 1968’. Dergelijke hyperbolen en het ontbreken van nuances, relativering en twijfel maken het lezen van het boek tot een opgave. Er is dringend behoefte aan kritische reflectie op de afgelopen halve eeuw, maar dat doel dient het geschrift van Bosma niet.

Riemen bekijkt de staat der natie ook dialectisch en laat al even weinig ruimte voor twijfel. Zijn exercitie naar de herkomst en verschijningsvormen van het fascisme is de moeite waard als uitnodiging tot nadenken over de moderne samenleving. De filosoof vat fascisme op als de politisering van de geestesgesteldheid van de rancuneuze ’massamens’. Deze mens wil geen maat, waarde of waarheid boven hem gesteld zien en aanvaardt geen enkele beperking. ’Luisteren, kritisch toetsen, rekening houden met anderen, zijn evenmin noodzakelijk. (..) Wat anders is, wat buiten hem is, mag niet bestaan’.

Volgens Riemen is deze massamens een gemakkelijke prooi van volksmenners die met geen ander motief dan macht ’ressentiment exploiteren, zondebokken aanwijzen, haat verspreiden en intellectuele leegte verbergen achter uitgeschreeuwde slogans en gescheld en met hun populisme het opportunisme in de politiek tot kunst verheffen’. Deze bacil was na het einde van de oorlog niet vernietigd, maar manifesteert zich volgens Riemen in deze tijd opnieuw in de PVV. Vanwege het zwart-witkarakter van zijn redenering en zijn neiging medestanders met zijn waarheid te bombarderen, zoals Job Cohen ondervond in het tv-programma Buitenhof, schiet Riemen zijn doel vermoedelijk voorbij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden