Alles in blauw

Achter elke rouwadvertentie schuilt een verhaal. Mickelle Haest tekent de ervaringen op van een uitvaartverzorger.

Een man van voor in de vijftig is plotseling overleden. "Hij moest naar het ziekenhuis voor een onschuldige ingreep", zegt zijn dochter. "Er bleek toch meer aan de hand te zijn." Ik zit aan een houten keukentafel met zijn zoon en dochter van voor in de twintig. Ze bespreken met mij de uitvaart. Hun ouders zijn gescheiden.


De zoon smeert een dikke laag roomboter op een krentenbol. Hij schuift het witte bordje richting zijn zus. "Je moet echt wat eten." Ze schudt haar hoofd. "Ik krijg geen hap door mijn keel." "Je hebt al anderhalve dag helemaal niets gegeten", zegt hij bezorgd. "Laten we eerst de uitvaart regelen", zegt ze en ze kijkt mij aan. "Papa moet begraven worden", neemt ze het voortouw. Haar broer kijkt beteuterd naar de krentenbol. "We willen gewoon een afscheidsbijeenkomst in de aula", gaat ze verder.


Ze bespreekt in grote lijnen wat er moet gebeuren. Daarna kucht de zoon en zegt: "We hebben nog wel een grote wens. We willen alles in het blauw, want zijn lievelingskleur was blauw. De kaart die we hebben uitgekozen, willen we bijvoorbeeld graag in het blauw en de bekleding van de kist en de bloemen."


"Daar ga ik voor zorgen. Welke kleur blauw hebben jullie het liefst?" "Lichtblauw, kobaltblauw - alles is goed. Als het maar blauw is. En we willen graag in de uitnodiging dat iedereen blauwgekleed moet komen." De tekst wordt gedrukt op stevig kobaltblauw papier.


Als ik met een medewerker van de kistenfabriek bel en om een blauwe bekleding vraag, zegt hij: "We hebben alleen zachtblauw, eigenlijk babyblauw." "Dat is goed", antwoord ik. Ze sturen de nieuwe bekleding met de post op. Een collega haalt de satijnen witte bekleding uit de kist en bekleedt die met het blauwe katoen.


Even later wordt vader in een lichtblauw overhemd met blauw vest en blauwe spijkerbroek in de kist gelegd. De kinderen komen naar hem kijken. Met tranen in hun ogen strelen ze beiden een hand van hun vader.


Ik sta voor mijn kastdeur. Maart roert buiten zijn staart. Ik vervang mijn zwarte rok en jasje voor een blauw mantelpak dat ik nog in de kast heb hangen. De regen slaat tegen de ramen. Hoe ouder, hoe minder aanwezigen, over het algemeen. Vader is niet zo oud geworden; het belooft dus een redelijk drukke begrafenis te worden. Ik zal een hele tijd op het kerkhof bij het graf moeten staan.


Zodra ik mijn zwarte lange jas over mijn blauwe mantelpak aantrek, is het effect weg. Plots bedenk ik dat ik op zolder nog een jas heb hangen. "Waarom heb je die nou gekocht?" hoor ik mijn dochter nog vragen. "Ga je vliegen?" werd mij op straat gevraagd. "Heb je een nieuwe baan?" vroegen mijn collega's. Ik haal de wollen jas tevoorschijn, trek hem aan en hoor mijn dochter zeggen: "Je bent net een stewardess."


Als ik die middag mijn jas bij terugkomst in de familiekamer uittrek, komt een vrouw naar mij toe. "Wat een fantastische jas. Dat blauw past bij jou." Ik glimlach. Komt de jas toch nog van pas.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden