Alles eraan was bedrieglijk

Het koude aprilweer wakkert oude verlangens aan, verlangens naar warmere oorden, verlangens ook die soms dieper reiken, naar aardse paradijzen waar altijd de zon schijnt, de wereld groen en overvloedig is en vreedzaam en zonder stress, waar we alleen maar hoeven te zijn zonder iets te moeten worden.

Dat klinkt naar vakantie, maar de lokroep is fundamenteler, hij zoekt een bevrijding van de maatschappelijke druk, van competitie en naijver, van industriële vervuiling en sociale onveiligheid.

Een herinnering, midden jaren tachtig.

Het Île des Pins. Het eiland van de pijnbomen, Nieuw Caledonië. De ranke pijnbomen droegen kwastjes. Een korte wandeling en daar was de baai, het witte strand, omhuifd door groen, het zand zo zacht en stevig als zeil, en het warme, blauwgroene water helder als glas. Dit moest de mooiste plaats op aarde zijn. En ik was daar, alleen met mijn geliefde van toen, alleen met de Pacific, de Stille Zuidzee.

En alles eraan was bedrieglijk. Zoals de Stille Zuidzee bedrieglijk was. Het allermooist is over deze oceaan geschreven door William Somerset Maugham, in een weergaloze beschrijving van één pagina, voorafgaand aan zijn korte verhalen in 'The Trembling of a Leaf', gebundeld in een Albatross-pocket uit 1950 die ik in mijn bezit heb. Deze openingszin:

The Pacific is inconstant and uncertain like the soul of man.

Waar we dat geluk ook zoeken, altijd vinden we niet meer dan onszelf. De zee is onze ziel. Soms is ze lawaaiig, grijs opzwellend, wit schuimend, dan weer is ze kalm en blauw, op het arrogante af.

Er zijn ook dagen, schrijft Somerset Maugham, dat de Pacific lijkt op een meer. Het water is vlak en glanzend. Aan de horizon zachte wolken, die in je verbeelding een bergketen vormen. They are the mountains of the country of your dreams. Je vaart door een onvoorstelbare stilte op een magische zee. Een lege woestenij, maar een leegheid die je vervult met een vaag en bang voorgevoel.

Wat een naam, de Pacific. Er is niets vreedzaams aan deze oceaan, en ook is hij niet stil. Het is de zee die verlangens voedt en zeker in Europa tot de verbeelding is blijven spreken, maar het is ook een zee van wreedheid - er is beestachtig gevochten -, van gruwelijke stormen, van gevaar, ziekte en eenzaamheid. Dit is geen zee voor mensen maar voor walvissen en zeevogels met onmetelijk bereik. Zelfs het zo bezongen koraalrif is bij laag tij niet meer dan messcherp gekarteld beton, riekend naar bedorven kreeft, schreef de Amerikaanse journalist J.C. Furnas in zijn klassieker 'Anatomy of Paradise' (1947) - een systematische onttakeling van alle clichés van wuivende palmen en ongerepte witte stranden.

Stevenson, Melville, Gauguin, een eeuw na Cook en Bougainville voelden ze zich nog pioniers in een hemel bevolkt met mooie, halfnaakte vrouwen, een Hof van Eden op aarde, maar ook zij stuitten al op de hardheid van het Pacifisch bestaan. Maar de droom is hardnekkig, ook nog nadat een schip met Japanse toeristen mijn pijnbomenbaai binnenvoer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden