Alles draait om het goud

De 28-jarige Nieuw-Zeelandse Eleanor Catton schrijft als een romancier uit de negentiende eeuw. Een opmerkelijke Booker Prize winnares

Met haar 28 jaar is Eleanor Catton de jongste schrijfster die ooit de Man Booker Prize won. Bovendien is ze pas de tweede Nieuw-Zeelandse auteur die de prijs in de wacht sleept - alleen Keri Hulme ging haar in 1985 voor met 'The Bone People'. Dat de jury een buitengewoon dik boek van ruim achthonderd pagina's heeft bekroond, is al even ongewoon.

'Al wat schittert' speelt zich af in de winter van 1866 in het goudzoekersstadje Hokitika aan de westkust van Nieuw-Zeeland. Het is een inderhaast opgetrokken nederzetting, waar harde mannen van overal uit het Britse rijk het geluk (lees: rijkdom) hopen te vinden. Het boek opent met een tafereel dat onmiddellijk de aandacht opeist. Walter Moody, die net per schip in Hokitika is aangekomen, verstoort in de rokerszaal van zijn hotel onbedoeld een geheime bijeenkomst van twaalf mannen.

Met een lange openingszin zet Catton een toon van geheimzinnigheid, die het hele verdere boek zal bepalen: "De twaalf heren in de rookkamer van het Crown Hotel wekten de indruk van een toevallig verzameld gezelschap. Te oordelen naar het verschil in houding en kledij - geklede jassen, frakken, jagersjasjes met hoornen knopen, geel Engels leer, batist en keper - hadden de twaalf net zo goed twaalf vreemden in een treinwagon kunnen zijn, elk onderweg naar een ander deel van een stad met genoeg mist en getijden om hen uiteen te drijven, sterker nog, de bestudeerde afzondering waarmee ieder van hen zich in zijn krant verdiepte, voorover leunde om zijn as af te tikken in de haard, of zijn hand met de vingers uitgespreid op het groene laken zette voor een biljartstoot, zorgde alles bij elkaar voor die typische fysieke stilte die zich 's avonds laat in de trein kan voordoen."

Het enige wat de twaalf in de rookkamer bindt, zijn de vreemde gebeurtenissen die recentelijk in Hokitika hebben plaatsgevonden en die ze gaandeweg aan Moody onthullen: de hoer Anna Wetherel is midden in de nacht halfdood en bewusteloos op straat teruggevonden, de vereenzaamde kluizenaar Crosby Wells is onder verdachte omstandigheden om het leven gekomen en de rijke jongeman Emery Staines is spoorloos verdwenen.

Zoals te verwachten in een stad van goudzoekers, draait alles om een goudschat die op ingenieuze manier gestolen wordt, onder meer via goudklompjes die zijn ingenaaid in vijf jurken. Het duurt een heel boek lang voor we ontdekken waar die goudschat vandaan komt, en wie welke rol heeft gespeeld in dit nauwelijks na te vertellen verhaal.

Maar de talloze puzzelstukjes vallen uiteindelijk perfect op hun plaats. Het is dan ook Cattons grote verdienste dat ze haar ingewikkelde plot op elk moment uiterst stevig in de hand heeft, terwijl ze de lezer steeds weer op het verkeerde been zet.

Daarvoor maakt ze gebruik van typisch neo-victoriaanse verteltechnieken, die uitstekend aansluiten bij haar negentiende-eeuwse roman. Zo is er de naamsverwisseling tussen de 'arme' kluizenaar Crosby Wells en de doortrapte zeekapitein Francis Carver. Die laatste heeft op een erg geslepen manier een contract ondertekend met de naam 'Wells'. Een tweede naamsverwarring bestaat erin dat de sluwe bordeeluitbaatster Lydia Wells de weduwe is van Crosby Wells, maar tegelijk de 'verloofde' van Carver alias Wells. Ook gestolen en naderhand vervalste brieven spelen een grote rol als misleidingstechniek. Verder duiken er verschillende oude bekenden uit het verleden van de personages op, die een tot dan toe onbekend persoonlijk geheim blootleggen.

Fascinerend is hoe Catton de twaalf mannen in de rookkamer elk een kleine rol toebedeelt in de verwikkelingen, zodat ze elk minstens over één stukje informatie beschikken dat de anderen niet hebben. Het hele verhaal wordt dan ook verteld in anekdotes die elkaar overlappen en pas helemaal aan het einde het complete mysterie onthullen.

Typisch negentiende-eeuws is ook de alwetende verteller, die het verhaal af en toe onderbreekt om commentaar te geven: "De interrupties waren te vermoeiend, en Balfours benadering was te onsamenhangend om hier een woordelijk getrouw verslag te rechtvaardigen. We zullen de onvolkomenheden verwijderen en een strikte orde aanbrengen in de ongeduldige kroniek die aan de dolende geest van de cargadoor ontsproot."

Ook de rechttoe rechtaan karakterbeschrijvingen van de personages, meteen gecombineerd met een morele inschatting, doen aardig negentiende-eeuws aan. Over Balfour bijvoorbeeld, een van de twaalf mannen in de rookkamer, lezen we: "Hij had geen echte interesse in de ziel en zag die slechts als excuus voor de grotere en levendiger mysteriën humor en avontuur; over de donkere nachten van de ziel had hij geen mening."

In 'Al wat schittert' (in het Engels 'The Luminaries') spelen de sterren een grote rol. Catton heeft het boek dan ook opgedragen aan haar vader, een filosoof die zijn kinderen graag mocht wijzen op de pracht van de sterrenhemel.

Dat het firmament in Nieuw-Zeeland er totaal anders uitziet dan dat op het noordelijk halfrond, is verwarrend voor iemand als de Brit Walter Moody, maar het is dan ook de bedoeling van de schrijfster te tonen hoezeer de nieuwe wereld verschilt van het moederland. Nieuw-Zeeland wordt voorgesteld als het land waar alles mogelijk is, de plaats waar iedereen - op één Maori na - van elders komt en waar iedereen gelijke kansen op goudzoekersgeluk heeft, in tegenstelling tot het hiërarchische, vastgeroeste Engeland.

De hemellichamen spelen ook een grote rol in de structuur van het boek, want Cattons roman bootst de maanstanden na in de lengte van de hoofdstukken.

Het eerste hoofdstuk is daarbij (net als de volle maan) het dikste en telt maar liefst 371 pagina's, terwijl het laatste hoofdstuk de kleinst mogelijke maansikkel representeert en nog slechts 5 pagina's telt, een gegeven dat overigens wordt weerspiegeld in het omslag.

Cattons enorme prestatie om een uiterst ingewikkelde plot meesterlijk te regisseren, kan nochtans niet verhullen dat de personages niet helemaal tot leven komen en zich niet echt ontwikkelen tot volwaardige karakters. Maar misschien hoeft dat ook niet, en moet je deze roman nemen voor wat hij te bieden heeft: lekker spannend, ouderwets leesplezier.

Eleanor Catton: Al wat schittert. (The Luminaries). Vertaald door Gerda Baardman en Jan de Nijs. Anthos, Amsterdam; 832 blz. euro 29,95

De roman speelt zich af in een goudzoekersstadje aan de westkust van Nieuw-Zeeland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden