Allerzielen

'Where, in what desolate and smokey country, Lies your poor body, lost and dead ? And in what landscape of disaster Has your unhappy spirit lost its road?

SAMUEL DE LANGE

Zo dichtte de Amerikaanse monnik Thomas Merton in The seven storey mountain (1948), als 'Louteringsberg' vertaald, over zijn broer die in de Noordzee was neergestort tijdens een luchtaanval op Duitsland. Voor een trappist waren de regels van een ongebruikelijke wanhoop, en dat nog wel in een boek dat de zondaar de idee kon geven dat hij de loutering al bij zijn leven deelachtig kon worden. Twijfelde Merton of het lijk op de zeebodem lag, en de ziel in het purgatorium dwaalde, toen hij zijn broer aanriep? Wij, kleine katholiekjes, hadden het wel geweten.

Met het vagevuur mocht de piloot in zijn handjes knijpen. Het bombarderen van Duitsland maakte allicht iets goed. Hier was werk aan de winkel: hel en hemel lagen buiten ons bereik, maar bidden en goede werken van onze zijde konden het verblijf van de jonge soldaat in het vuur of op de berg aanmerkelijk bekorten. Daar was het niks gedaan. In Dante's 'Goddelijke Comedie' kun je het nalezen: grote steilten heeft de arme ziel te overwinnen, en zwarte rook; het is er stoffig en er wordt dorst en honger geleden. Heel wat ongezelliger dan de seks en 'hot jazz' waar de bekeerling Merton (1915 -1968) zich doorheen had moeten slaan. Het overzichtelijke sparen en aflossen in de katholieke zondeleer mocht Luther hebben ingegeven dat 'de Papen een jaarmarkt hebben gemaakt van de mis en van de vergeving der zonden', mij gaf het het aangename gevoel een vinger in de pap te hebben. Volwassen boosdoeners waren bij de beklimming van de Louteringsberg aangewezen op een duwtje in de rug van kinderen als ik. Speciaal op Allerzielen.

Het feest van Allerzielen bestaat precies 1000 jaar. In 998 stelde de abt Odilo van Cluny, niet de stichter maar wel de drijvende kracht van het beroemde klooster, het feest in voor zijn communiteit in Bourgondië, en voor de filialen van Cluny in Frankrijk en Spanje. De benedictijnse geest baande zich een weg in een Europa dat honderden jaren was bestormd door Noormannen en mohammedanen. De oude verbindingen van het Romeinse rijk waren verbroken, kerken en bisdommen geïsoleerd geraakt, en plaatselijk heidendom spon er garen bij. Zonder de opwekking van Cluny had een verleidelijk fatalisme de inspanning van de christenen om de dode zielen bij te staan verdrongen.

De dodenverering was ouder dan het christendom, maar de antieke waardering voor de dode zielen verschilde zeer van de christelijke. Etruskische graven, en Egyptische Fajoem-portretten van gestorvenen getuigen van verdriet en liefde, Grieken en Romeinen koesteren voor overledenen eerder een heilige huiver. Doden dwaalden rond in een zinledige onderwereld, en wrokten tegen de levenden.

Het was zaak ze te vriend te houden met gaven en spreuken. Als in Homerus' 'Odyssee' Odysseus de raad van de dode ziener Teresias zoekt geeft de schim van Achilles te kennen dat hij liever de levende slaaf van een landloze boer zou zijn, dan heerser van de onderwereld. Voor immer dorsten de doden naar bloed, en offers waren een manier om iets van ze gedaan te krijgen. Hoe groot de vrees voor hen was blijkt uit de beschrijving van de feeding frenzy onder de schimmen, als Odysseus het bloed plengt. Hoewel er enig verschil was in de lotgevallen van helden en misdadigers in de onderwereld - men denke aan Tantalus' kwelling - was de hades voor niemand een pretje, zomin als het spookachtige gehenna van de Joden.

Die troosteloosheid stond in schril contrast met de mooie vooruitzichten van de christelijke gestorvenen, ook de zondaars: 'Heer Jezus Christus, koning der glorie, verlos de zielen van alle gelovigen van de pijnen der hel, en van de diepe afgrond, verlos hen uit de muil van de leeuw'. En dan, 'Geef aan de zielen van uw dienaren en dienaressen, de plaats der verkwikking, de zaligheid van de rust en de klaarheid van het licht.' Zo staat in de liturgie voor deze dag. 'Dood, waar is uw overwinning?', pocht daar Paulus zelfs.

Met een bosje fresia's - kinderen hebben een burgerlijke smaak waar het bloemen betreft - loop ik naar zijn graf. De storm heeft alle loof uit de plataan boven zijn hoofd gewaaid, maar tussen takken en bladeren ontdek ik veren en dons. De sperwer heeft weer toegeslagen. Het doet mij goed dat zich rond het graf nog zulke opwindende tonelen afspelen, want ik ben bang dat hij zich stierlijk verveelt.

Als je dertien bent (en blijft) moet de 'zaligheid van de rust en de klaarheid van het licht' of zelfs het machtig ruisen van de bomen op de begraafplaats, je toch al gauw de keel uithangen. Ik zet de malle bordjes met 'nergens aankomen' weer aan de rand, anders blaast de bemoeizucht van de onderhoudsdienst alle blad weer van zijn graf, want dat staat zo slordig. De planten zijn uitgebloeid, alleen een blauw bloemetje van de grote maagdenpalm bewijst de onverschrokkenheid van deze gast uit de Ardennen.

Uit de tuin van het huis waar hij zoveel vakanties heeft doorgebracht. Stenen, schelpen, kastanjes, lisdodden, planten, een motorfietsje op zijn achttiende verjaardag, die fresia's nu weer: grafgiften, offertjes en liefdesblijken. Wij weten van geen opgeven, aan ons zal het niet liggen. Als het een soort verstoppertje spelen is, de dood, dan blijven we gewoon doorzoeken. De kunst is good sport te blijven. Ik zal me graag laten verrassen, geen moeilijke vragen stellen, en ook met broodmagere armpjes genoegen nemen. Híj heeft me tenslotte ingewijd in het griezelgenre, en me verzekerd dat die films best meevielen, Halloween en Alien en zo.

'Where art thou, my beloved Son, Where art thou, worse to me than dead ? I look for ghosts, but none will force Their way to me: 'tis falsely said That there was ever intercourse Between the living and the dead, For, surely, then I should have sight Of him I wait for day and night, With love and longings infinite'.

William Wordsworth leed in de vorige eeuw (1807) onder dezelfde teleurstelling als ik. Maar voor ik wegga schrijf ik - want je weet maar nooit - in het zand: Dag Daan.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden