Allerlei planten bloeien

lang door tot diep in de winter. Vooral in de stad doet zich dat verschijnsel voor, omdat het daar altijd een paar graden warmer is dan daarbuiten. Een typische stadsplant is het uit Peru afkomstige knopkruid, dat in de tweede helft van de negentiende eeuw ontsnapte uit de Royal Gardens in Kew en de Jardin des Plantes in Parijs. Van daaruit verspreidde het zich snel over heel Europa. In steden kan het plantje wel drie generaties tellen in een jaar!

Voor het eerst verscheen knopkruid in 1863 als akkeronkruid in ons land, op zandig aardappelland bij Harderwijk. Op de akker sterft het bij doorzettende nachtvorst af. Tegenwoordig groeit het onder straatbomen en in tuinen en plantsoenen in de steden. Of ook wel in het beetje grond tussen trottoir en muur, zelfs in de binnenstad. Ik zag het daar vaak in koekoeken van souterrains.

In Europa worden twee soorten knopkruid onderscheiden. Het ene uit Zuid-Amerika heeft bijna kale, het andere uit Zuid- en Midden-Amerika sterk behaarde stengels. Verder lijken ze als twee druppels water op elkaar. Het harige knopkruid schijnt wat meer behoefte aan warmte te hebben dan het kale knopkruid en is daarom algemener in het zuiden van ons land dan in het noorden. Het komt pas sinds 1920 binnen onze grenzen voor.

Als we de geringe soortverschillen buiten beschouwing laten, is knopkruid gemakkelijk van andere composieten te onderscheiden door de vijf schijnbare kroonblaadjes (eigenlijk onvruchtbare lintbloemen), die wijd uit elkaar staan om een bol hartje van gele buisbloempjes.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden