Review

Allemaal ten prooi

Wat ziet een dichter als hij geraakt wordt door een beeld? Een eerste regel? Een woord? Een ander beeld? Een serie gedichten en gesprekken over beelden in de openbare ruimte. Vandaag: Gwy Mandelinck over het beeld Halo-vow van Johan Tahon.

,,De allereerste confrontatie met het voltooide beeld staat me nog altijd scherp voor de geest. Eerst had ik het zien groeien, onder de handen van kunstenaar Johan Tahon. Hij maakte het hier, in Watou, tijdens de poëziezomer die ik elk jaar organiseer. Op locatie, in een oude brouwerij waar het licht en de duisternis een heel vervreemdend effect creëerden. Op een avond was de sculptuur klaar.

Toen ik voor het eerst voor het gipsbeeld stond, had ik de indruk dat ik geconfronteerd werd met een massief blok dreigend wit. Een witte massa. Ik was geïntimideerd. Het was muisstil in die spookachtige ruimte en plotseling kreeg ik de indruk dat ik iemand hoorde kauwen, ik hoorde scherp gebeente kraken. Ik hoorde een taal van tanden en versplintering. Het was echt beangstigend.

Ik voelde dat ik tegenover een schrikgodin stond. Een demon, die in staat was een streep te trekken door een leven. Mijn leven. Ik heb de twaalf weken daarna echt moeten vechten met die demon. Voelde elke dag weer verschrikking als ik het beeld zag. Na afloop van de tentoonstelling verdween het naar een privécollectie. Gelukkig. Ik heb het nooit meer gezien, zou het nu ook nog steeds niet willen.

Ik was de tel een beetje kwijt, wist niet meer hoe ik het gevecht aan moest gaan. Die onrust die het werk van Johan Tahon eigen is, drong zich bij me naar binnen. Drie jaar na de tentoonstelling was de herinnering nog zo sterk, dat het voor de hand lag om juist over deze sculptuur te dichten. De angstbeelden speelden nog door mijn hoofd. Die waren daar gaan wonen.

Dat gevoel van levensbedreiging, dat is dichterbij dan ooit. We leven in een tijd van onrust, vooral na 11 september. Maar het onheil is ook hier, in de grond. Vanuit mijn huis zie ik de Franse grens. In dit gebied liggen tienduizenden mensen in de grond, soldaten uit de Eerste Wereldoorlog. Mijn grootvader ligt hier begraven.

Maar het onheil is ook in de lucht. Ik woon twintig kilometer van de grootste kerncentrale van Frankrijk. Als de wind uit het noordwesten komt, voel ik de vernietiging naderen. De angst daarvoor probeer ik onder de duim te houden door te schrijven. Die angst, die is naar mijn mening universeel. Uiteindelijk zijn we allemaal een toekomstige prooi.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden