Allemaal stakkerig wijs geworden

Nederland is rijk aan vriendenkring-romans, waarbij Nescio en Voskuil de toon zetten. De vrienden zijn anti-burgerlijke idealisten, totdat ze vastlopen in een suffe baan of huwelijk. Hoe komt het eigenlijk, dat dit genre opnieuw zo populair is?

'Aan vriendschap / moet je niets meer doen / zoals je ook niet komt / aan het schilderij dat af is", schrijft Remco Campert in het gedicht 'Vriendschap', licht en nonchalant. Alsof vriendschap een vanzelfsprekend goedje is dat niet veel moeite kost. In zeker opzicht lijkt hij het gelijk aan zijn kant te hebben. Vriendschap leer je al in je jeugd en het blijft je idealiter je leven lang bij, het is als het ware een erfstuk.

Dat zie je terug in de letteren. Anders dan de meeste andere volwassen literaire onderwerpen, zoals liefde, erotiek, scheiding, dood en verval wortelt het thema vriendschap in de jeugdliteratuur. Wie heeft er in zijn jonge jaren geen boeken over diepe vriendschappen gelezen, of het nu de verhalen over de Katjangs of de Artapappa's van J.B. Schuyl waren, of de boeken van Enid Blyton over De Vijf, vijf Engelse kinderen, meisjes en jongens, samen almaar avonturen belevend.

Zelf groeide ik op met boeken als 'Jaap Holm en z'n vrinden' van W.G. van de Hulst, vriendschap overgoten met een christelijk sausje, een boek dat mijn vader nog gelezen had: "'Staan blijven, jongens. Staan blijven. Blijf nou staan. We hebben toch niks gedaan. Blijf nou staan, flauwerd', riep Kees Kollaard. 't Was een stevige jongen, met vrolijke ogen en een lachende mond, die zijn makkers moed probeerde in te spreken..." Ook de populairste jeugdboeken van tegenwoordig, de verhalen rond Harry Potter, moeten het van zo'n hechte vriendenkring hebben.

De volwassen oerverhalen over vriendenkringen hebben heel wat donkerder ondertonen. Odysseus raakt op zijn odyssee zelfs al zijn vrienden kwijt, en in de vriendenkring van Jezus en zijn apostelen blijkt een mol te zitten die tijdens het Laatste Avondmaal wegsluipt om zijn grote vriend aan te geven. Het Latijnse woord voor Laatste Avondmaal, cenakel, komt zelfs te staan voor 'literaire vriendenkring'. Het omslag van een satirische sleutelroman over de vriendenkring rond Harry Mulisch, 'De herenclub' van Max Pam uit 1997, beeldt middelpunt Mulisch treffend af als Christus tijdens het Laatste Avondmaal.

De Nederlandse literatuur heeft bijzondere verhalen over vriendenkringen voortgebracht. Het beroemdst zijn natuurlijk die van Nescio, met de spreekwoordelijk geworden openingszin van 'Titaantjes': "Jongens waren we - maar aardige jongens." Het zijn de jaren vlak voor de Eerste Wereldoorlog. Vijf geestverwante jonge armoedzaaiers trekken met elkaar op, vol vage dromen en ambities: Bavink, Hoyer, Kees Ploeger, Bekker en verteller Koekebakker: "Wat we eigenlijk doen zouden is ons nooit duidelijk geweest. Iets zouden we doen."

Daar staan Nescio's verhalen vol mee, onduidelijke acties, wegdromen. "En dan gingen we de zon op zien komen aan de Zuiderzee, behalve Kees, die naar huis ging. Hoyer klaagde over de kou, maar Bavink en Bekker wisten nergens van. Die zaten op de steenen onder aan den zeedijk met de oogen half dicht en keken tusschen de oogharen door naar de dansende gouden pijltjes die de zon in 't water maakte."

Ook in latere boeken over vriendenkringen, cercles, cenakels, kunstenaarsbents zijn de vrienden veelal bezield van collectieve dromen, wereldverbetering, inspiratie, ze zijn antiburgerlijk, anti-academisch, antimaterialistisch, maar wat komt er ten slotte van terecht? "We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we", weet de terugblikkende Koekebakker, in zijn latere leven een geslaagd journalist zoals de schrijver Nescio in het dagelijks leven de succesvolle zakenman Grönloh werd.

In zekere zin kun je 'De avonden' van Gerard Reve uit 1947 ook als een vriendenroman lezen. We leren behalve hoofdpersoon Frits van Egters een kleine maar hechte vriendenschaar van adolescenten kennen, aan de vooravond van de grote verantwoordelijkheden. Maar dé grote naoorlogse vriendenroman is toch 'Bij nader inzien' uit 1963 van J.J. Voskuil.

'Bij nader inzien' speelt zich af in Amsterdamse studentenkringen rond 1950. Het is een gedetailleerde weergave van het naoorlogse studentenleventje, op studentenkamers gevoerde discussies over politiek en maatschappij maar ook over liefde en vriendschap. Het denken van de hoofdpersonen wordt bepaald door de geest van het vooroorlogse tijdschrift Forum, Ter Braak en Du Perron, schrijvers die in termen van 'vriend en vijand' dachten. Geregeld valt in de gesprekken het door Du Perron gemunte begrip honnêteté: je moet fatsoenlijk, oprecht zijn.

Ondanks deze eerbare principes speelt hiërarchie een voorname rol in het studentenkringetje. Zo dwingt de welbespraakte Paul, die het meest met Forum dweept, zijn vrienden zo ongeveer het met hem eens te zijn, terwijl verteller Maarten, een veel contemplatiever karakter, zich in stilte tegen Pauls rationalisaties keert.

Om hen heen beweegt zich nog een tiental vrienden, allemaal met hun eigen zwijgzame of luid verkondigde ideeën. Grondvraag was of je deugde of niet; deugde je niet dan werd de vriendschap opgezegd, zoals hier Hans overkomt die kennelijk niet aan Pauls hoge eisen voldoet: "'Het zal wel weer dat geleuter over verstarring en compromissen zijn', zei Hans. Hij snoof minachtend door zijn neus. 'Als je je voor die diepzinnige gesprekken die ze daarover tegenwoordig houden niet interesseert, ben je natuurlijk verstard. Nou, dan maar verstard. Dat zal wel weer een geestelijke defectie van mij zijn. Een van de vele.' Hij boog zich opzij naar zijn tas en haalde een schrift naar boven. Hij lachte kort. 'Ze zoeken het maar uit, hoor. Als ze maar niet denken dat ik me er nog iets van aantrek. Ik heb er mijn buik vol van.' Hij begon in zijn schrift te bladeren."

In romans als 'De avonden' en 'Bij nader inzien' spelen machtsverhoudingen en jaloezie een niet geringe rol. Je zou die ongelijkheid zelfs de motor van de vriendenroman kunnen noemen: was iedereen gelijkwaardig en het voortdurend met elkaar eens dan zou het genre allicht niet eens bestaan.

Maar dat betekent ook dat zulke romans een wissel op de vriendenkring in de werkelijkheid trekken, het zijn vaak sleutelromans. Wie zo'n boek schrijft terwijl de kring nog intact is loopt het risico van z'n vrienden vijanden te maken. Je kunt het dus maar beter schrijven als je vrienden uit zicht zijn geraakt. Veel vriendenromans blikken niet voor niets van een afstandje terug. Dat geldt ook voor 'Bij nader inzien', de titel zegt het al.

Het meer dan 1200 pagina's tellende studentenepos eindigt ermee dat Maarten Paul met een vreemde vrouw ziet vrijen terwijl zijn eigen vrouw hoogzwanger thuis zit. De schrijver maakt er geen woorden aan vuil maar je voelt wat hij wil zeggen: bij nader inzien stellen al die mooie ideeën over vriendschap en eerbaarheid niet veel voor. Tijd om eigen wegen in te slaan.

In 'Het kwartet' (1960), een met Voskuils werk verwante roman over een viertal studievrienden dat samen musiceert, beschrijft Henk Romijn Meijer in een nawoord hoe het hem en zijn vrienden in het echte leven verging: "Ze hebben hun instrumenten gepakt en zijn afgereisd, als het ware. Of misschien ben ik afgereisd. We hadden elkaar niets meer te zeggen."

'Bij nader inzien' werd bij verschijnen in 1963 opmerkelijk negatief ontvangen, vooral vanwege het autobiografische karakter. Diverse personen, zoals hoogleraar J.J. Oversteegen (Paul) en neerlandicus Enno Endt (Flap) waren er herkenbaar in afgebeeld.

Ook kwam het boek eigenlijk op een verkeerd moment. De Nederlandse literatuur was net aan het warmlopen voor heel andere geluiden, zoals die van Jan Cremer, Jan Wolkers en Gerard Reve, schrijvers die juist met de jaren vijftig afrekenden. Pas met de tweede druk, meer dan twintig jaar later in 1985, toen je 'Bij nader inzien' met de nodige relativering en ironie kon lezen als een historische roman over een vroegere cercle, kwam het grote succes. In 1991 werd er zelfs een zesdelige tv-serie naar gemaakt, juist in een tijd dat de vriendenroman op sterven na dood leek.

Want in de decennia volgend op de roerige jaren zestig met hun hippies, provo's en andere wereldverbeteraars, verschijnen er vrijwel geen vriendenromans. Misschien heeft dat te maken met 'The culture of narcissism', zoals het maatgevende boek van Christopher Lasch heet dat in 1979 verschijnt en waarin de verdampte illusies en verwachtingen van een hele generatie hemelbestormers in beeld wordt gebracht. Het denken wordt egocentrischer en individualistischer, vriendenkringen zijn er heus nog wel, maar ze worden de lezer niet meer ten voorbeeld gesteld. In zekere zin lijken ze ook strijdig met de grote ontzuiling die in die jaren plaatsvindt.

Met enige moeite zou je de vanaf begin jaren tachtig verschijnende romancyclus 'De tandeloze tijd' van A.F.Th. van der Heijden nog wel als een soort vriendenromans kunnen beschouwen, maar dan toch van vrienden die als los zand aan elkaar hangen.

Als aan het begin van de 21ste eeuw het genre weer opleeft, is het perspectief drastisch veranderd. Niet langer gaan de verhalen over titaantjes die actief of lijdzaam de burgerlijke maatschappij om zich heen verwerpen. Het thema wordt nu de teleurstelling dat er van de oude dromen niks is terechtgekomen. Niet idealistische twintigers, maar gedesillusioneerde vijftigers komen aan het woord.

Waar komt die belangstelling vandaan? Het is de ervaring van de schrijvers zelf. Kennelijk is de narcistische maat vol. Jaren van toenemend naargeestig populisme en van de mislukking van de tolerante, zorgzame, kleurrijke maatschappij stemmen de voormalige langharigen, Kabouters, atoompacifisten en Vietnamdemonstranten tot bezinning. Wat is er eigenlijk van de oude kameraadschappelijkheid terechtgekomen? Waar zijn de vrienden van vroeger?

In 'Vriendendienst' van Aleid Truijens lijden oude idealen schipbreuk. De vrienden, opgegroeid in de jaren zeventig, zijn tegen de burgerlijkheid, tegen de middelmaat maar waar zijn ze eigenlijk vóór? Inmiddels zijn ze gewoon getrouwd, hebben een flutbaan. "Dat was niet de afspraak. Wij, dacht Joris, wij, de slome, collectief stonede 4-gymnasiumklas van 1972, zouden nooit, echt niet, het woord pensioen in de mond nemen."

Het lijkt alsof het aloude besef van Nescio hoogtij viert: dat er niet te strijden valt tegen de zekerheid dat leven en maatschappij je ondanks je mooie dromen toch wel te pakken krijgen.

Dat is zeker ook het geval in de zojuist verschenen roman 'Hotel Sofia' van Arthur Umbgrove. De middelbare Harold ligt in Italië op sterven, dochter Sofia nodigt drie oude vrienden uit zijn studietijd in Groningen uit om afscheid te nemen. Ze hebben samen heel wat meegemaakt, vooral ook misselijke studentenstreken, maar wat stelde het eigenlijk allemaal voor? "Ik weet niet zeker of we vrienden waren; dat is een kwestie van definitie. We brachten onze tijd met elkaar door; we gebruikten elkaar om de grenzen van onze zelfstandigheid te verkennen."

Cynisch beschrijft vriend Wilbert wat er van hem geworden is: "'Mijn leven is een successtory', zei hij, een aaneenschakeling van hoogtepunten, eigenlijk. Ik zal er maar een paar opnoemen, anders wordt het te frustrerend voor jullie. Ga er maar even voor zitten: ik werk vijftien uur per week aan de faculteit Psychologie; ik heb een zoon die ik eens per maand zie en ik laat me af en toe afzuigen door een Afrikaanse sloerie die op zoek is naar een Nederlands paspoort.'" De titaantjes zijn hier nog altijd 'stakkerig wijs'.

Maar uit 'Blindgangers' van Joke Hermsen, ook onlangs verschenen, stijgt voor het eerst sinds lange tijd weer een ander geluid op. Ook hier het zoveelste tableau de la troupe van de middelbaar geworden generatie die in de jaren zeventig en tachtig nog droomde van een andere wereld. Ook hier is er weinig van de idealen terechtgekomen en zijn de oude utopisten allang blindgangers geworden, maar in een epiloog geeft Hermsen een opmerkelijke draai aan de geschiedenis.

Vanuit een soort onstoffelijke tussenwereld worden de lezers toegesproken, niet om ze hun mislukte idealen nog eens in te peperen, maar met de hoop op een ander soort wereld waarin nieuwe dromen en idealen weer een rol spelen: "De wanden om je heen verruimen. Als mens hang je toch een beetje eenzaam in een luchtbel en dan moet je af en toe blazen om wat meer bewegingsvrijheid te krijgen. Als je de hele tijd maar vasthoudt aan wat je hebt of wat het geval is, kun je niet blazen, snap je. Dan houd je angstig je adem in en durf je je amper te verroeren. Je moet ook weer niet te hard blazen, want dan spat die bel uit elkaar en kom je hier terecht."

Een haast schaamteloze oproep om de vrijheidsdrang en verlichting uit de jaren zestig weer uit de mottenballen te halen, toen alles nog vol perspectief scheen en het materiële het met gemak aflegde tegen het immateriële. De boodschap van 'Blindgangers' heeft daardoor ook wel iets van oude wijn in nieuwe zakken.

Maar misschien is dat ook precies wat al die teleurgestelde, melancholisch of cynisch geworden vriendenkringen het best kunnen gebruiken, niet de berustende ontmaskering van utopieën maar een nieuw uitzicht op het onzegbare waar iedere generatie in z'n jeugdjaren naar streeft en waar Nescio het al over had: "Groot was God dien middag en goedertieren. Door onze oogen kwam Zijn wereld naar binnen en leefde in onze hoofden. En onze gedachten gingen woordeloos uit over de wereld, ver over den gezichtseinder gingen zij. En zoo vloeiden de wereld en wij beurtelings in elkaar over."

Rob Schouten is criticus en columnist voor deze krant.

FOTO VPRO

Twaalf romans over vriendenkringen

Nescio: Titaantjes (1915)

J.J. Voskuil: Bij nader inzien (1947)

Joost Zwagerman: Gimmick! (1989)

Connie Palmen: Lucifer (2007)

Doeschka Meijsing: De weg naar Caviano (1996)

Aleid Truijens: Vriendendienst (2007)

Sipko Melissen: Spiegelpanden (2007)

Louise Fresco: De utopisten (2008)

Herman Koch: Zomerhuis met zwembad (2011)

Stephan Enter: Grip (2011)

Arthur Umbgrove: Hotel Sofia (2012)

Joke Hermsen: Blindgangers (2012)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden