Allemaal onderuit

Afstotelijk Oranje, kopte een krant na de wedstrijd tegen IJsland. We waren er allemaal aan overgeleverd op die merkwaardige maandagavond, die toch helemaal geen voetbalavond is. Als u nu tegenwerpt dat u helemaal niet gekeken heeft, dan heeft u een historische gebeurtenis gemist, of toch tenminste een traumatische.

In een stadion dat bijna Wagneriaans Laugardallsvöllur heette voltrok zich het drama naar een cryptisch motto dat luidt: controle uit behoudzucht is verstikking. Het motto is toepasbaar op repressieve staatsapparaten, op verkalkte omroepstelsels en op voetbalelftallen. We beperken ons hier tot de laatsten.

We zaten tijdens de live-uitzending thuis nog actief op de bank, de rug los van de leuning en het hart kloppend van verwachting, toen de opstellingen in beeld gebracht werden. Alle, werkelijk alle IJslandse namen eindigden op het suffix -son en het was niet moeilijk te bedenken dat dat 'zoon van' betekende. Het had ons moeten waarschuwen. Hier stond de vertegenwoordiging van een klein maar zeer hecht land, dat familierelaties koestert, die vermoedelijk via korte verwantschapslijnen tot één oergezin terug te voeren zijn.

Wij hadden Van Persie en Huntelaar, die onlangs vijandige handgebaartjes naar elkaar maakten.

Naarmate de wedstrijd vorderde, zakten we verder achteruit tegen onze bank, eerst nog met de onderrug maar tenslotte, tegen het eind, met alleen nog het achterhoofd, terwijl de rug tegen het zitvlak van de bank rustte. De slapte die uit het scherm droop had zich fysiek ook van de kijkers meester gemaakt.

Voor de analyse hebben we onszelf opgelegd om de hele wedstrijd nog eens terug te zien, op zich al een aanzienlijke boetedoening, want eigenlijk volstond de eerste minuut, die vrijwel uitsluitend Nederlands balbezit liet zien tot het moment waarop doelman Cillessen de bal buiten de lijnen werkte omdat hij niet hard genoeg was opgepompt. Hier stond in de herfstkou van IJsland een slap elftal met een zachte bal, dat twee keer vooruitspeelde, vijf keer breed en acht keer achteruit.

Het had controle. Dat wel.

"Ze spelen allemaal met de rug naar de goal", had mijn vrouw uitgeroepen, die halverwege binnenkwam, maar in één blik overzag waar een bondscoach een levenlang op studeert.

De enige spelers die met hun gezicht naar het doel van de tegenstanders speelden waren de vier op de laatste lijn, die eigenlijk geen van allen qua opleiding waren uitgerust met een precieze pass, laat staan een splijtende. Als ze dus niet breed tikten of achteruit, dan tikten ze een paar meter naar voren, naar zo'n in de dekking staande medespeler met zijn rug naar de goal die de bal alleen maar terugtikken kon.

Onder dit tikken kunnen we ook schuiven verstaan; je schuift de bal met de binnenkant van de voet en je medespeler neemt hem vervolgens met de binnenkant aan, controleert hem en schuift hem door. Moet u thuis ook eens proberen. Is heel spannend.

Tussen vulkanen en geisers schoven behoudende, benauwde spelers elkaar gecontroleerd de bal toe en stikten langzaam in hun spel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden