Alleenloper gebruikt de plaatjes bij de biscuit

Als in Nederland geen echte wildernis meer bestaat, wie zorgden dan voor de natuur die er vandaag is? In een zomerfeuilleton beschrijft Trouw de grote beschermers.

In een poging de groene Siamese tweeling Eli Heimans en Jac. P. Thijsse succesvol te scheiden, is het misschien goed stil te staan bij het persoonlijke werk dat van Thijsse een bekende Nederlander heeft gemaakt. Dat is niet zijn inspanning bij de oprichting van het latere Natuurmonumenten, ook niet zijn voortrekkersrol bij wat nu de Vogelbescherming heet, maar zijn bijdrage aan een 'ordinaire' reclamecampagne. Thijsse's naam zal voor eeuwig verbonden blijven aan de verzamelboeken van koekjesfabriek Verkade. Die leiden zelfs tot een compleet nieuw zelfstandig naamwoord: de 'thijsseficatie' van Nederland.

De firma Verkade is al eerder met buitenlandse plaatjesboeken in de weer, een rage die komt overwaaien uit Duitsland, maar wil in 1905 iets eigens: een speciaal album over Nederlandse dieren of planten dat ook een opvoedkundige waarde heeft. En Thijsse moet dat schrijven. Deze heeft inmiddels naam gemaakt met de natuurboekjes die hij eerder samen met Eli Heimans schreef (zie vorige aflevering) en zijn natuurcolumn in het Algemeen Handelsblad. Thijsse twijfelt wel even, maar ziet ook dat hij met die plaatjesboeken een enorme kans krijgt om het Nederlands publiek kennis te laten maken met natuur. Hij stelt als eerste het boek 'Lente' samen, en de lezers moeten hun eigen illustraties bij elkaar eten die verkrijgbaar zijn bij de biscuitjes.

Thijsse verdient fors met de boeken, per deel ontvangt hij omgerekend twee maandsalarissen. Maar nog belangrijker; met de volgende boekjes wordt zijn naam gevestigd, en die bekendheid geeft hem een sterkere positie in zijn feitelijke natuurbeschermingswerk. Na 'Lente' volgt 'Zomer', 'Herfst' en 'Winter', en na de Eerste Wereldoorlog volgen nog de reisverhalen als 'Langs de Zuiderzee', 'De Vecht' en 'De IJssel', totdat Verkade in 1918 de stekker er weer uittrekt. Het bedrijf vindt dat Thijsse's boekjes wat sleets zijn geworden, 'met een nogal oppervlakkig aandoende opgewektheid'.

Hij klaagt later dat deze publicaties door natuurbeschermend en vooral wetenschappelijk Nederland zijn onderschat. Bij het verkrijgen van een eredoctoraat in 1922 kan hij het niet laten op te merken: "Geen mensch rept met een woord over de Verkade-albums, terwijl ik zelf geloof, dat ik daar nog het meeste heb bereikt". Thijsse had daarin geen ongelijk, al zijn zijn activiteiten begin vorige eeuw zo verstrengeld dat achteraf gezien moeilijk is vast te stellen welke nu precies hebben geleid tot de nationale opleving van de belangstelling van natuur. Alles had met alles te maken.

Thijsse heet nog gewoon Kootje als hij in zijn jeugd op het kazernecomplex van Maastricht rondkruipt. Zijn vader is sergeant. Op driejarige leeftijd verhuist hij naar garnizoensplaats Grave, en is er ruimte voor een moestuin voor zijn vader, een bloementuin voor moeder en er is zelfs een stuk met kindertuintjes. Langs de oevers van de Maas leert hij zijn eerste vogels kennen. Als hij opgroeit, maakt hij in z'n eentje lange wandelingen door de natuur - hij noemt zichzelf 'alleenloper' - en laat zich, verhuisd naar Woerden, inspireren door het idool Kees den Tippelaar die eind negentiende eeuw vanuit die plaats al voettochten naar Parijs en Wenen maakt. Dat wil Ko ook wel, al komt hij vanuit Woerden niet verder dan Baarn. Als zijn vader werkloos wordt, vertrekt het gezin in 1877 naar Amsterdam, zodat Thijsse junior daar de kweekschool voor onderwijzers kan bezoeken.

Net als Heimans na zijn aankomst in Amsterdam, zoekt ook Thijsse 'de buitenste buitenrandjes' van de stad op en ontdekt de natuurlijke rijkdom. Hij krijgt het vak Geschiedenis der Natuur van C. Kerbert, de latere directeur van Artis, die naast een van Thijsse's beste vrienden ook de spil zal worden in zijn netwerk van natuurbeschermers.

Is Heimans meer een man van het volk, Thijsse wil al jong hogerop komen en vertrekt precies met die reden, om een 'positie te verwerven', in 1890 naar Texel waar hij hoofd van de school in Den Burg kan worden, en uiteindelijk ook zal trouwen. Op dat nog ongerepte eiland legt hij de basis voor zijn schrijverschap. Enthousiast over het werk van Van Eeden sr. (zie aflevering 1) en Kerbert, maakt hij met zijn leerlingen tochten over het eiland, en maakt notities. Hij arriveert op Texel als botanicus, maar zal het eiland al na tweeënhalf jaar weer verlaten als vogelaar. De noodzaak van vogelbescherming doet hij juist hier op.

Ko, die zich inmiddels wat deftiger Jac. P. is gaan noemen, levert terug in Amsterdam een eerste bijdrage aan Science Gossip, 'een obscuur Engelsch tijdschriftje', over de vogelwaarnemingen op Texel, maar ontmoet een jaar later op een vergadering van onderwijzers Eli Heimans, met wie hij vanaf dat moment samen zal optrekken en vooral heel veel zal schrijven. Meters.

Heimans is vorige week op deze plek beschreven als een stille maar harde werker, die minder opvalt maar wel de kar trekt. Hij is in veel gevallen de initiator. Jac. P. Thijsse is extroverter, kan vlot vertellen en boeiend schrijven. Hoewel Thijsse's strijd voor behoud van natuur en in het bijzonder voor het openhouden van het Naardermeer een politiek gevecht is, is er bij hem sprake van een a-politieke grondhouding. Die beschrijving althans kan een verklaring zijn voor zijn zacht gezegd wonderlijke gedrag tijdens de Tweede Wereldoorlog, een bezetting die Thijsse als 'onze nieuwe regeringsvorm' beschrijft.

Hij lijkt in die jaren de natuurbescherming belangrijker te vinden dan een kritische houding, stellen Thijsse-kenners. En zo gaat hij naar de receptie van de nieuwe NSB-burgemeester van Bloemendaal, zijn toenmalige woonplaats. En hij schudt hartelijk de hand van de NSB-rector van het Kennemer Lyceum, waar hij jaren had lesgegeven onder een rector die door de Duitsers juist was vervangen. Thijsse heeft geen moeite bevriend te zijn met hoogleraar Th. Stomps die na de bevrijding uit zijn ambt is gezet, en Thijsse is zo'n beetje de eerste die zich aanmeldt bij de omstreden Kultuurkamer die op 22 november 1941 is opgericht. Een half jaar daarvoor vraagt hij al informatie over deze procedure.

Het is allemaal naïviteit geweest, zeggen zijn biografen over deze periode. De Duitsers houden van natuur, en iemand met liefde voor natuur kan geen slecht mens zijn, is Thijsses houding. Hoewel hij weet heeft van de gevangenschap van Heimans zoon Jacob in Westerbork, en hij daarover oprecht bezorgd is.

Thijsse zal op 7 januari 1945 op zijn evacuatie-adres in Overveen overlijden, en heeft al daarvoor zijn villa in Bloemendaal moeten verlaten. Die heeft hij sinds 1901, als hij afscheid neemt als hoofd van de Amsterdamse armenschool om zich met zijn gezin in de welvarende duingemeente te vestigen. Zijn verhuizing leidt weliswaar tot verwijdering tussen Heimans en Thijsse, maar door dit 'wonen op stand', en met de financiële welstand en bekendheid door de Verkade-albums, lukt het Thijsse aansluiting te vinden bij zijn rijke contacten in de besturen van Natuurmonumenten en Vogelbescherming. En zo zijn beide vleugels gedekt: de volksverheffing verloopt via de plaatjes van Verkade, en invloed oefent hij uit in de hoogste regionen. Daar zal Thijsse bij de oprichting van Natuurmonumenten een financieel expert ontmoeten met veel relaties, met wie hij een nieuw tweemanschap vormt. Samen bouwen ze aan een stevig fundament van de nieuwe vereniging.

Volgende week in De Nederlandsche natuur in tien Persoonen: Piet van Tienhoven

Verder lezen over Jac. P Thijsse

'Jac. P. Thijsse, een biografie', door Sietzo Dijkhuizen, uitg. De Arbeiderspers, 2005.

'Wanhoop nooit aan vooruitgang', (brieven van Jac. P. Thijsse) door Marga Coesèl, uitg Boom, 2012.

'De Natuur als bondgenoot', door Marga Coesèl en Joop Schaminée e.a., uitgeverij KNNV, 2007.

'En dan: wat is natuur nog in dit land?', door Henny van Windt, uitg Boom, 1995.

Jac. P. Thijsse in het landschap

Thijsse's Hof in Bloemendaal is aangelegd in 1925 op voormalige aardappelakkertjes in het Bloemendaalse Bos, ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Jac. P. Thijsse. Vanaf het begin stelde Thijsse zich ten doel om de wilde planten uit Kennemerland te presenteren in natuurlijke begroeiingen die zich grotendeels spontaan ontwikkelen.

Door Thijsse werd de Hof als 'instructief plantsoen' betiteld, maar tegenwoordig heet dat 'heemtuin'. In de Hof worden nog steeds voor een breed publiek planten-en diersoorten uit Zuid-Kennemerland gedemonstreerd in natuurlijke begroeiingen, zoals duinbos, struweel, duingrasland en duinvalleivegetaties. Naast de meer dan vierhonderd soorten hogere planten en circa 24 soorten broedvogels zijn er vele andere planten- en dieren te zien, onder andere blad-, lever- en korstmossen, paddestoelen, de wijngaardslak (komt in dit gebied van nature voor), vlinders, libellen, wilde bijen en waterdiertjes. Meer info over bezoek op www.thijsseshof.nl

Met het boek 'Texel in het voetspoor van Jac. P. Thijsse' van Toon Fey is het mogelijk in een aantal etappes over het eiland te trekken. De auteur vergeleek de huidige situatie met die van honderd jaar geleden. Het boek volgt dan ook vrijwel letterlijk het 'voetspoor van Thijsse' en geeft duidelijk de talrijke veranderingen aan die Texel in de loop der laatste decennia onderging. Het bevat vijf hoofdstukken: 'Langs het strand', 'In de luwte van de duinen', 'Dwars over het eiland', 'Langs de dijk' en 'Een wijs beleid'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden