Alleenheerser over eigen leven en dood

De auteur is medisch ethicus.

JAN ROLIES

De culturele betekenis van de euthanasiewet ontgaat ons voorlopig nog. Zal ze de humanisering van de samenleving doen toenemen of integendeel een bedreiging zijn voor de menswaardigheid en de solidariteit onder de mensen? Niemand kan de volledige culturele en sociale draagwijdte van de nieuwe wet doorzien. Dit is een tragisch aspect van de menselijke conditie of van de mens als handelend wezen. Wij kiezen en beslissen en vatten nooit helemaal wat we doende zijn.

Deze wet is geen monsterlijke misstap (zoals de Osservatore Romano meent) of een accident in onze cultuur, maar de resultante van een lange geschiedenis.

Impliciet erkent de wet dat de mens over zijn leven en dood kan beschikken, met andere woorden zijn leven en dood in zelfbeheer kan nemen. De mens is zowel acteur als regisseur in het drama van zijn leven. Het moderne individu beschouwt zichzelf als bezitter van zijn leven en sterven. Wij karakteriseren daarom moderne individuen als 'soevereine subjecten' zoals er vroeger maar een was: de soeverein of de koning.

Weegschaal

Zoals deze laatste heer over leven en dood was, is het geemancipeerde individu nu soeverein bezitter van zijn leven en sterven. Het aspect beheersing in verband met het sterven wordt duidelijk verwoord in het concept 'actieve euthanasie'.

Hulp bij zelfdoding is een ander aspect van dezelfde stervensproblematiek. Het calculerende individu legt zijn leven op de weegschaal van lusten en lasten om zelf uit te maken of zijn leven nog zinvol is of de moeite waard geleefd te worden. Om een gewelddadige, nietesthetische maar bloedige en onsmakelijk spectaculaire zelfdoding te voorkomen (zoals het zich onder de trein gooien of uit een venster springen) zouden mensen recht hebben op hulp voor een mooie en zachte dood.

Descartes noemde de mens als de meester en de bezitter van de natuur, waaronder ook het lichaam van de mens valt te rekenen. Vooral op het eerste aspect, de beheersing, is in de literatuur de nadruk gelegd, minder op het bezitter zijn. Beide aspecten hangen nauw samen. De mens kan en mag de natuur beheersen omdat hij ook de bezitter of eigenaar ervan is.

Verschillende praktijken worden in onze cultuur vanuit deze visie anders geproblematiseerd. Euthanasie is geen geisoleerd probleem. De fundamentele slogan in verband met abortus was niet toevallig 'baas in eigen buik'. Vrouwen ontkenden hiermee aan mannen en medische, religieuze, morele en politieke autoriteiten zeggenschap over hun schoot. Zij beschouwden zichzelf als de exclusieve, in ieder geval als de ultieme beheerster en bezitster van haar schoot.

In naam van hetzelfde principe eisen mensen het recht op om sommige organen te mogen verkopen. Waarom zou iemand een van zijn nieren niet mogen verkopen? Wat zou daar tegen zijn, als hij de bezitter is van zijn lichaam?

Transseksuelen

Transseksuele operaties behoren ook tot mogelijkheden van de man/ vrouw die niet tevreden is met zijn geinder. Mensen kunnen hun lichaam aanpassen aan hun diepste seksuele identiteit. Indien de vrouw over haar lichaam als een bezit beschikt, is zij ook vrij om haar lichaam als instrument te commercialiseren in seksuele dienstverlening. In de plastische chirurgie passen mensen hun lichaam aan dominante esthetische codes aan of aan het door hen gewenste lichaamsbeeld.

Al deze fenomenen staan niet op zichzelf, los naast elkaar, maar wijzen op een fundamenteel structurele wijziging in onze cultuur van de verhouding van de mens ten opzichte van zijn lichaam. De natuur, waaronder het lichaam, is niet langer en op de eerste plaats het 'andere', dat eerbied afdwingt en waarvan allen deel uitmaken, maar een bezit dat men naar zijn hand kan zetten, veranderen, exploiteren, beheersen. Het lichaam-object vervangt het lichaam-subject.

Deze culturele mutatie heeft ook gevolgen voor gelovige mensen. Hoe kan de verhouding van mens en God met betrekking tot leven en natuur gedacht worden? Voor de een staat de erkenning van God als Schepper en Vader niet in contradictie met het opeisen van een beschikkingsmacht over zijn lichaam, voor de ander daarentegen is het leven, en daarom ook het lichaam, een gave Gods waarover een mens niet vrij kan beschikken. Schroom en huiver beletten deze gelovigen hun stervensproces in eigen hand te nemen.

Opstand

Voor nog anderen is het lichaam in zelfbeheer nemen een daad van opstand tegen God. Zo schrijft Fay Weldon in Leven en liefdes van een duivelin (1985): “Ik vertrouw niet op het lot, en geloof niet in God. Ik zal worden wat ik wil, niet wat Hij heeft voorbeschikt. Ik zal een nieuw beeld van mezelf kneden uit de aarde van eigen makelij. Ik zal mijn Schepper tarten en mezelf herscheppen.”

In een eerste tijd verzet de mens zich nog tegen Gods heerschappij om zich vervolgens zonder God als enige eigenaar te affirmeren. God is geen concurrent meer omdat hij in het niets verzwonden is. De mens is autoreferentieel en autonoom geworden: voor zichzelf oorsprong, maat en norm.

Prototypisch in dit verband was de vraag van koning Filips II van Spanje aan de theologen van Salamanca of hij de bedding van een rivier mocht veranderen. In die dagen was dit letterlijk en figuurlijk een grensverleggende en taboe doorbrekende daad, zoals ook het openen van lijken dit geweest was. Voor weinigen is dit in onze dagen nog een punt. De vraag stelt zich nu of de mens in het genetische patrimonium mag ingrijpen. Prof. dr. C. I. Dessaur gaf aan haar afscheidscollege de titel De achtste scheppingsdag (1988) mee. Wim Kayzer noemde zijn serie TV-debatten over genetica Beter dan God.

Uit deze titels blijkt dat de westerse mens de toeeigening en de beheersing van de natuur niet naief kan voltrekken, maar problematiseert in relatie met de bijbelse scheppingsverhalen. Is de mens de ultieme bezitter van de voorgegeven natuur waarover hij dan ook vrij kan beschikken? Beschikt de mens over zijn lichaam zoals over een gekocht industrieel produkt? Hoe anders is het denken van Indianen: “Moeder Aarde behoort niet aan ons; wij behoren aan Moeder Aarde.”

De hier aangegeven culturele mutatie heeft ook sociologische componenten. In een maatschappij die geregeerd wordt door anonieme machten (de banken, de overheid, de politiek, de kerken, de industrie, de zuilen, de vakbonden . . .) is het lichaam het resterende eiland waarop het individu zich kan terugtrekken en waarover hij daarom reguleringen weigert of slechts met tegenzin accepteert. Bovendien is het sociaal-organische lichaam uiteengevallen. De Gemeinschaft is weggevallen ten voordele van een Gesellschaft, of een groep samengesteld uit individuen die hun eigenbelangen verdedigen en deze in samenwerking met anderen op contractuele basis proberen te realiseren.

Aftakeling

Dit is de huidige stand van zaken. Andere factoren hebben in de euthanasiediscussie een rol gespeeld zoals de vrees voor aftakeling, pijn, vereenzaming en verlies van autonomie, maar mijns inziens is de nieuwe verhouding tot leven en lichaam als bezit de basisfactor. De mens emancipeert zich daardoor uit een metafysisch-hierarchisch wereldbeeld om als enkeling te zwerven in de ruimte en de tijd.

In de leegte van deze onttoverde wereld, zonder 'hemels baldakijn' (Peter Berger) is er voor de mens slechts een vast punt: zijn lichaam als cocoon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden