Alleen voor de mijnwerkers in Siberië heeft Moskou wat roebels over

PROPOPJEVSK - Het theater van Prokopjevsk herinnert aan betere tijden. Met zijn gevel als een Griekse tempel, gebouwd door de communistische jeugd in het jaar 1956, torent het massief uit boven een pleintje. 'Het kwadraat van een cirkel' heet de komende voorstelling. Dat zou ook de titel kunnen zijn van het drama dat de stad in zijn greep heeft.

Op het pleintje voor het klassieke betongeval verdringen een paar honderd mensen zich om drie houtvuurtjes. Ze hebben besloten nog een half uur de kou en sneeuw te trotseren. Als vice-premier Potanin uit het verre Moskou dan nog niet langsgekomen is, dan heeft die stinkerd een sluipweg genomen om de ellende van de mensen niet te hoeven zien.

Inderdaad, de gluiperd is 'm gesmeerd. De mensen mopperen. Ze hadden de vice-premier en zijn escorte willen tegenhouden om hem eens goed de waarheid te vertellen. Dat het geen pas geeft om de mijnwerkers een half jaar lang niet uit te betalen, dat de mensen geld moeten lenen om brood te kopen, dat stad Prokopjevsk met zijn vijftien steenkoolmijnen stervende is.

De mensenmassa die zich breed had gemaakt om het verkeer te blokkeren, druppelt uiteen. De kartonnen vellen met boze teksten worden opgerold en de houtvuurtjes gedoofd met scheppen sneeuw. Sissend en walmend dooft het protest.

Op het eerste gezicht lijkt Prokopjevsk, als je van de grote weg komt, op een aardig Siberisch dorp: houten huisjes, wit en pastelblauw geschilderd, met een groententuin die schuilgaat onder een dikke laag sneeuw.

Prokopjevsk lijkt een verademing na de drie uur vergende tocht uit de stad Kemerovo, de hoofdstad van Ruslands belangrijkste steenkoolgebied, de Koezbass. Het saaie landschap met zijn slome glooiingen ligt in een waas van stuivende sneeuw. Alleen rijen populieren steken zwart omhoog uit de witte sneeuw in de grijze mist.

Zeg je na zo'n saaie tocht iets vriendelijks over de huisjes van Prokopjevsk, dan krijg je een verbaasd antwoord: mooi, die armoedehuizen? Een Siberische arbeider woont liever in een flat. Daar heb je tenminste centrale verwarming die van overheidswege wordt gestookt.

Flats heeft de stad Prokopjevsk ook, anders zou het zijn kwart miljoen inwoners niet kunnen bergen. Verveloos, slordig gemetseld en met barsten in de gevels staan de woonblokken in de buurt van de mijnen.

De mijnen zijn de enige reden dat vele duizenden mensen sinds eind vorige eeuw hierheen gekomen zijn. Sommigen kwamen voor het geld, anderen kwamen voor straf. Al in de tsarentijd gebruikte de Russische macht zijn gevangenen om Siberië te bewerken.

De communisten hebben de dwangarbeid geperfectioneerd, zodat een razendsnelle industrialisatie mogelijk werd. Nu, in het ''vrije'' Rusland zijn de mijnwerkers van Prokopjevsk opnieuw gevangenen, maar nu van het geld, of beter: van het gebrek aan geld.

“We hebben nu al gevallen van mensen die op straat flauw vallen van de honger”, vertelt Ljoedmila Larionova aangedaan. “De dronkenschap wordt ook erger. De mensen drinken uit wanhoop.”

Ljoedmila werkt bij de medische hulpdienst in Prokopjevsk en ze heeft zich aangesloten bij de menselijke blokkade op het theaterpleintje. Sinds juni heeft ze geen salaris meer gehad. Of eigenlijk sinds maart, maar door een hongerstaking van drie weken te houden hebben Ljoedmila en haar collega's deze zomer toch nog een paar maanden achterstallig salaris weten af te dwingen.

Net als de meeste inwoners heeft Ljoedmila een groententuin. “Maar vis groeit niet in een moestuin, en ook geen brood, melk, eieren en boter. Alleen met aardappelen, kool, ingemaakte tomaten en augurken komen we de winter niet door.”

Anders dan de mijnwerkers mag de medische hulpdienst niet staken. “Een hongerstaking is ons enige actiemiddel”, zegt Ljoedmila. Ze ziet er al erg mager uit. “We moeten dus ons eigen leven nog meer in gevaar brengen om ons eerlijk verdiende geld te krijgen.”

De oorzaak van het geldtekort is simpel. De verouderde mijnen draaien met groot verlies, want de staat geeft amper subsidie meer. Dus de mijndirecties betalen geen salaris meer uit, dus de stad heeft geen belastinginkomsten meer, en dus betaalt de stad geen salaris meer uit. Niet aan de medische hulpdienst, niet aan de onderwijzers, en niet aan alle andere budzjetniki, de mensen die van het stadsbudget moeten leven.

“Het is zo beledigend dat we in deze situatie moeten leven”, zegt Ljoedmila. Het ergste is dat we er zelf absoluut niets aan kunnen doen. Je kunt hier in de mijn werken of voor de stad. Ander werk is hier niet. De rest van Rusland zit ook niet op ons te wachten, als we al een treinkaartje naar een andere streek zouden kunnen kopen.”

Uit Moskou valt geen heil te verwachten. Eerste vice-premier Vladimir Potanin was door de mijnstakingen van afgelopen weken gedwongen om zich hier te vertonen. Maar liever dan te praten met de mensen van Prokopjevsk sprak hij met een mijndirecteur en met ondernemers in de districtshoofdstad Kemerovo. Die begrepen tenminste iets van zijn macro-economische boodschap dat de regering in Moskou heel succesvol is met de inflatiebestrijding zodat er een basis wordt gelegd voor toekomstige investeringen.

Als Potanin over economie praat, komt er waarempel emotie in zijn stem. Hij is met zijn 35 jaar en zijn 150 miljoen dollar een economisch wonderkind. President Boris Jeltsin hoopt met hem als vice-premier de Russische economie op te peppen. Maar dat is lange-termijnwerk.

Voor de mensen in het Koezbass kolenbekken klinkt de boodschapper uit Moskou kil en hard. “Al uw stakingsacties, natuurlijk, u heeft het recht daartoe, maar ze leveren alleen maar zenuwen op.” Voor de mijnwerkers hebben ze in Moskou nog wat geld gevonden, want kolen zijn nodig voor de economie, maar voor de budzjetniki is er niets. Voor hun salaris moet de streek zelf opdraaien.

Bij de medische hulpdienst van Prokopjevsk draait Tatjana Goepalova nu dubbele diensten. Gewoonlijk werken ze daar 24 uur achtereen en hebben dan twee dagen vrij. Tatjana is nu 48 uur in touw. Ze hoopt daarvoor dubbel salaris te krijgen. Maar wanneer? “Ik weet het niet, ik weet het niet”, zegt ze toonloos terwijl ze staart door de beslagen ruiten van het bestelbusje van de hulpdienst.

Ze heeft twee kinderen van wie er een cursus volgt waarvoor betaald moet worden. En er moet brood op tafel komen. “Ik leen nu geld uit het begrafenispotje van mijn moeder. Dat zal ik terugbetalen, ja, dat zal ik terugbetalen. Ik denk dat het wel lukt. Ooit.” Ze probeert zichzelf moed in te praten, met diezelfde toonloze stem. “Het moet toch eens beter worden. Ik hoop dat het beter wordt.”

Ze begint te huilen. Geluidloos. Dikke tranen biggelen over haar wangen. Ze veegt ze geërgerd weg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden