Alleen radicale openheid werkt

De witte Nederlander moet ook bicultureel worden, aldus Marnel Breure. Dat geeft een grensoverschrijdende blik.

Zwarte en gekleurde Nederlanders worden zich steeds meer bewust van hun positie en identiteit, met als gevolg dat zij hun rechtmatige plek in de samenleving opeisen.

Witte superioriteit is achterhaald, zwarte assertiviteit heeft de toekomst. Zo zou het tenminste moeten zijn. Maar in werkelijkheid lijkt het merendeel van wit Nederland grote moeite te hebben om het potentieel van de nieuwe, zwarte Nederlander te (h)erkennen, laat staan te omarmen. Dat heeft alles te maken met het gegeven dat de laatste een ander perspectief met zich meebrengt - denk aan de schermutselingen rond Zwarte Piet. Dat is blijkbaar eng.

In een stuk dat deze zomer in de Volkskrant verscheen, breekt Kiza Magendane, publicist van Congolese origine, een lans voor de biculturele Nederlander. Inclusief burgerschap kan alleen gerealiseerd worden wanneer biculturaliteit niet langer als gevaar maar als aanwinst wordt gezien, aldus Magendane.

Hij gaat nog een stap verder door te betogen dat biculturaliteit een privilege is: als Congolese Nederlander heeft Magendane een grensoverschrijdende blik ontwikkeld, waar de rest van de samenleving haar voordeel mee zou kunnen doen. Prikkelende gedachte, maar hoe krijg je monocultureel Nederland zo ver dat het daarin meegaat?

Elementaire keuze

Een paar maanden geleden vergezelde ik een groep Nederlanders van Surinaamse en Kaapverdische afkomst op een rootsreis door West-Afrika. Het Nederlandse slavernijverleden - en het racisme dat daar oorzaak en gevolg van is - ontpopte zich onderweg tot een terugkerend thema.

Tijdens een bezoek aan een voormalig slavenhuis in zuidelijk Togo kwam ik, als enige witte Nederlander in het gezelschap, voor een elementaire keuze te staan. Aan het eind van de rondleiding, die in bedrukt stilzwijgen verlopen was, boog de Togolese gids zich naar de houten vloer om een luik te openen dat uitkwam in de kruipruimte waar de Afrikaanse slaven hutje bij mutje werden samengepakt. Wie bij benadering wilde ervaren hoe het voelde om daar te zitten, kon door het luik naar beneden klimmen.

De uitnodiging overviel me, waardoor ik als verlamd door eigen 'witheid' naar de opening in de vloer bleef staren. Als ik boven zou blijven, in de woonzaal van de blanke handelaars, zou ik me distantiëren van de anderen. Maar als ik de slavenkelder in zou gaan, zou ik de schijn wekken me een ervaring toe te eigenen die de mijne niet is. Ik verhoud me immers op een andere manier tot het slavernijverleden dan mijn gekleurde landgenoten: dat verleden kleeft niet aan mijn huid en zit niet in mijn genen.

Nadat iedereen door het luik verdwenen was, liet ik me - niet in staat om helder na te denken - in de kruipruimte zakken om me over te geven aan wat wel 'het sacrament van de nabijheid' wordt genoemd.

Die nacht kon ik de slaap niet vatten. Hoe kan de meerwaarde van de nieuwe, zwarte Nederlander tot haar recht komen in een cultureel klimaat dat zich kenmerkt door een krampachtig vasthouden aan de bekende witte perspectieven en privileges?

Onbekende geschiedenissen

Er is maar één oplossing: de inclusieve samenleving kan alleen vorm krijgen als de autochtone Nederlander zich openstelt voor verandering door zelf ook bicultureel te worden. Witte Nederlanders hebben er belang bij om in figuurlijke zin af te dalen in de depots van het slavernijverleden. Niet om zich te wentelen in schuld en schaamte, maar om zich te verbinden met onbekende geschiedenissen en nieuwe verhalen. Angst en distantie helpen het emancipatieproces van zwarte Nederlanders niet verder. Radicale openheid voor het 'andere' wel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden