Alleen maar ruimte, geen huiselijkheid

Het werk van Stanley Kubrick, die vele genres verkende, is deze zomer opnieuw te zien. In Trouw een beknopte zomercursus: de klassieke filmgenres volgens Kubrick. Vandaag: 'The Shining' en de griezelfim.

Schrijver Stephen King was niet blij met Stanley Kubricks verfilming van zijn roman 'The Shining'. Allereerst was hij niet blij met Jack Nicholson in de rol van de geblokkeerde schrijver Jack Torrance. Jack Nicholson was volgens King te veel een maniak al bij voorbaat; niet geloofwaardig als de familieman die langzaam zijn verstand verliest in het verlaten Overlook Hotel in Colorado. King was bovendien niet blij met regisseur Kubrick: te rationeel naar zijn zin en als ongelovige niet in staat om zijn publiek wel in het bovennatuurlijke te laten geloven. Kubrick veranderde een spookverhaal in een gezinsdrama, vond King, en bezetenheid in gekte.

Nu is 'The Shining' voor een horrorfilm inderdaad plechtstatig en afstandelijk, zoals alle Kubrick-films. Verrassend weinig bloeddorstig ook. Nicholsons schmierende 'Heeeere's Johnny!' maakt zoveel jaar na dato ook wat minder indruk nu Nicholsons hele carrière aan die pesterige, maniakale grijns kan worden opgehangen. De visioenen van de identieke meisjestweeling en de met wonden overdekte oude vrouw herinneren inmiddels aan de meer gloedvolle spookverhalen van David Lynch (Twin Peaks), net als trouwens de Douglas Firs rond het afgelegen hotel en de wonderlijke dialogen die de kleine Danny met zijn imaginaire vriendje voert.

Er zijn sinds de film in 1980 werd uitgebracht vele dubbele bodems en diepere betekenissen bepleit: van een aanklacht tegen de genocide op de indianen (het Overlook hotel is gebouwd op een indianenkerkhof) tot aan een hervertelling van de mythe rond de Mynotaurus (Johnny die in het doolhof verdwaalt) maar de kracht van 'The Shining' schuilt nog steeds in het decor: het afgelegen huis, een cliché in horrorfilms, maar hier door Kubrick en zijn rijdende camera zo indrukwekkend tot leven gebracht dat het diep verdrongen kinderangsten direct mobiliseert.

Er is alleen maar ruimte in het enorme Overlook Hotel, geen huiselijkheid die het gezin kan beschutten, het moet er wel uiteenvallen. De scènes waarin de kleine Danny voor de camera uit op zijn skelter door die ellenlange gangen jakkert blijven het engst. Dat onheilspellende geluid van de wielen die dan weer over het tapijt dan weer over het hout glijden.

Niets is enger dan die lege gang waar je 's nachts toch doorheen moet om de badkamer te bereiken. Wat schuilt er achter die deuren? Achter de kierende badkamerdeur? Om de hoek van de gang?

Daar komt nog bij dat de badkamer zelf ook niet veilig is. Wie weet welk beest je daar gaat bespringen. De schaduw van Anthony Perkins duikt er op achter het douchegordijn (Psycho). Of je ziet ineens Glenn Close achter je in de mistige spiegel (Fatal Attraction). Schuil niet in de badkamer! Jack ramt er gewoon met zijn bijl door de deur:

'Heeeere's Johnny!'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden