Alleen jagers interesseren zich voor de Japanse beer

,,Het is een sprookje dat Japanners in harmonie met de natuur leven.'' Milieuactivist Kazuhiko Maita lacht bitter. ,,Ja, in het Westen denkt iedereen alleen maar aan die mooie bonsaiboompjes of aan de prachtige tuinen in Kyoto. Maar niemand hier interesseert het een bal of onze natuur naar de bliksem gaat.''

Het lot van de beren gaat hem het meest aan het hart. ,,We zijn hard op weg onze zwarte en bruine beren uit te roeien.'' Dertig jaar lang bestudeert hij de slinkende berenpopulaties in Japan en vecht hij voor de laatste paar honderd Aziatische zwarte beren in de westelijke provincies. Met matig succes.

Op het zuidelijke eiland Kyushu zijn niet lang geleden de laatste zwarte beren neergelegd. ,,Daar zijn ze nu dus uitgeroeid.'' Op Shikoku, het op drie na grootste eiland in de archipel, leven nog circa twintig beren - veel te weinig om te kunnen overleven, zegt de berenkenner. Binnen een paar jaar zullen op Shikoku de laatste beren doodgaan of worden afgemaakt. Dan resten er alleen nog zwarte beren op het hoofdeiland Honshu. Het is een kwestie van tijd voordat ze ook daar zijn verdelgd.

Met de bruine beer op het noordelijke Hokkaido is het niet veel beter gesteld. Ook die is daar met uitsterven bedreigd. Beren zijn niet beschermd in Japan. Integendeel. Meer dan 240 000 Japanners hebben een jachtvergunning. Voor de meesten van de jagers is het een droom een beer neer te leggen. Dat is nog erg lucratief ook. Maita: ,,Een beer levert de jager tussen de 400 000 en 500 000 yen op.'' Dat is zo'n tienduizend gulden.

Vooral de galblaas is geld waard. Berengal wordt als medicijn gebruikt tegen maagziekten: één gram gal kost in traditionele apotheken tussen de dertig en tweehonderd gulden. ,,En dit alles gebeurt volstrekt legaal. De beer is handelswaar.''

Niet alleen de sportjagers vormen een bedreiging voor de beer. Jagers worden ook op ruime schaal ingezet als 'ongediertebestrijders'. ,,Beren die in de buurt van boederijen en akkers komen, worden in de regel geschoten'', zegt Kazuhiko Maita. Hij woont zelf in de bergachtige prefectuur Hiroshima. Met het provinciebestuur kwam hij bij wijze van experiment overeen beren te vangen die te dicht bij de landbouwgebieden komen. Hij merkt ze, en zet ze in de nabije bergen uit. Als diezelfde beren weer terugkomen, vangt hij ze nogmaals en zet hij ze een tweede keer uit in de bergen. Als ze dan weer terugkomen, worden ze alsnog als ongedierte doodgeschoten.

,,Dat vangen en naar de bergen brengen is niet genoeg om de beer te redden, maar het is tenminste iets'', verzucht de Japanse Sisyphus. ,,De boeren hebben weinig begrip voor mijn werk. Liever zien ze de beren neergeknald. Maar ze werken gelukkig wel mee, al is het knarsetandend'', vertelt hij.

,,Op mijn dak zitten dikwijls beren. Als ik dat vertel, denken de meesten dat ik gek ben. Gevaarlijk! Hier heerst totaal onbegrip.'' De media zijn volgens Maita schuld aan de slechte naam van de beren. ,,Breed uitgemeten worden voorvallen waarbij ze mensen zouden aanvallen. Niemand schrijft dat het woongebied van de beer vreselijk wordt aangetast. Het is een rage om in de natuur te kamperen en barbecuen. Op de eetbare rommel die de mens maakt, komen beren af. Als ze een beer zien, schrikken ze geweldig.'' Dan moeten de jagende ongediertebestrijders in het geweer komen, en legt de beer het loodje.

Ook in Tokio bij de Japanse afdeling van het Wereldnatuurfonds maken ze zich ernstig ongerust. Woordvoerder Hidenori Kusakari wijst op de lakse houding van regering en centrale ambtenarij. Met berenbescherming oogst je in Japan geen stemmen. ,,De overheid onttrekt zich aan haar taak. Ze acht zich niet verantwoordelijk. De beer is hier vogelvrij'', zegt Kusakari.

,,Voor de Tweede Wereldoorlog leefden de Japanners in harmonie met de beren. Boeren verjoegen beren van hun land met bellen en met gezang. Maar na de oorlog hebben wij opeens waardevolle tradities overboord gezet. Tijdens de wederopbouw werd de natuur voor het eerst ondergeschikt gemaakt aan de vernielzuchtige mens.''

Natuurbehoud staat sindsdien in de schaduw van economie en technologische ontwikkeling. En dat kost de beer de kop, legt de WNF-man uit. Het keizerrijk zal pas ontdekken wat het heeft aangericht als het te laat is. ,,Pas als de beer hier is uitgestorven, komen mijn landgenoten in actie'', voorspelt Kusakari.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden