'Alleen in mijn familie ben ik het middelpunt'

Vier jaar geleden had hij de bijl al moeten horen suizen. CD-voorman Hans Janmaat kreeg vernietigende kritieken van zijn eigen achterban. Volgens een Nipo-onderzoek beschouwde twee derde van zijn kiezers hem als een slecht politicus. Zijn talent om altijd het verkeerde te zeggen was zelfs bij zijn getrouwen niet onopgemerkt gebleven.

Johannes Gerardus Hendrikus Janmaat, geboren 3 november 1934, verlaat de Tweede Kamer. Weinigen zullen hem daar missen, zelfs al heeft hij dertien jaar aan het Binnenhof vertoefd. Hij vertrok zoals hij was: allenig, verongelijkt, lichtelijk paranoïde.

Toen journalisten hem woensdagavond wisten op te sporen na het bekend worden van de desastreuze verkiezingsuitslag, zat Janmaat in een vrijwel leeg restaurant met zijn vrouw Wil Schuurman en een paar getrouwen. Geen spoor van een achterban. Toen de CD-leider de cameraploeg eigenhandig wilde verwijderen, poogden twee allochtone kelners de zaak te sussen.

Later gaf hij alsnog een interview. “De media hebben het gedaan”, sprak Janmaat, en tot zijn genoegen liet de journalist hem niet uitspreken. Zie je wel! Close-up was te zien dat de 63-jarige ex-leraar zich vlak voor verkiezingen een kleurspoelinkje had laten aanmeten.

Er hangt iets treurigs om de man. Zijn isolement had hij niet alleen te danken aan het eenzijdige contactverbod dat collega-Kamerleden in acht namen. Niemand groette Janmaat of sprak met hem, zijn speeches moest hij houden voor lege banken. Hij liet zich in de Kamer steeds minder zien. Had een geheim nummer. Wantrouwde alles en iedereen. Verlies bij verkiezingen was 'stembusfraude'. Beslag op ten onrechte geïncasseerde partijsubsidies een 'complot'. Volgens een oud-medewerker organiseerde Janmaat als het nodig was zijn eigen complotten. Hij zou zelf de restaurants waarschuwen waar de CD vergaderde, hopend op commotie.

Ook de vervreemding van zijn eigen achterban was zijn eigen verdienste. Janmaat duldde geen andere leiders naast zich. Ruzies deden de Centrumpartij uiteenvallen. In 1994 royeerde hij in zijn nieuwe club, de Centrumdemocraten, twee machtige opponenten. Een flirt met CP '86 mislukte ook al omdat Janmaat zijn gezag niet wilde delen. Toen een journalist hem recent vroeg naar zijn contacten, noemde hij alleen een familiefeest. “Daar stond ik in het middelpunt.”

Natuurlijk is er Wil Schuurman, zijn vroegere secretaresse en zijn huidige vrouw. Ze verloor een onderbeen bij de aanslag op de CD in Kedichem. Ze lijkt de enige die Janmaat nog vertrouwt. In december reed hij éérst haar rolstoel naar een plek met uitzicht, voor hij zich mengde in een groep boze boeren. “Vechten, vechten”, jutte hij ze op. Even later draaiden die hem weer de rug toe. Janmaat kreeg van de Kamervoorzitter een berisping.

Hij had ook al de aandacht getrokken door zich in een Surinaamse vlag te wikkelen op een bijeenkomst van Bouterse-aanhangers. Niet echt een daad die bij zijn achterban aangeslagen zal zijn.

Dat waren nog de tragisch-komische incidenten. Er was ook de man die haat zaaide. Janmaat stuurde in 1997 het ernstig zieke VVD-Kamerlid Broos van Erp een afscheidsbrief: “Verwacht had mogen worden dat u in deze wel zeer trieste situatie boven zichzelf zou uitstijgen. Deze les heeft u evenwel nog niet geleerd.”

In 1996 bedreigde hij het GroenLinks-Kamerlid Tara Singh Varma. “Als wij haar iets zouden willen aandoen, zou ze minstens een been kwijt zijn”, zei hij, verwijzend naar Kedichem. Over oud-minister Hirsch Ballin, van joodse komaf, deed hij antisemitische uitspraken. “Dat trekken van het ene naar het andere land vanwege persoonlijke problemen is nog tot daaraan toe, maar van hoge functies moeten ze uitgesloten worden.” Janmaat had overigens een joodse grootmoeder.

Minstens zo pijnlijk was in 1994 zijn uitspraak na de dood minister Dales. “Wij zullen er geen traan om laten”, vond Janmaat. Toen hij even later een deuk reed in de (geparkeerde) auto van minister Van Thijn zou je bijna denken dat er opzet in het spel was.

Zijn algemene tirades tegen alles wat buitenlands of links was, mogen bekend worden verondersteld. Hij kwam er regelmatig mee voor de rechter en procedeerde dan tot de Hoge Raad en het liefst weer terug. Het hof in Arnhem legde hem onlangs nog een voorwaardelijke straf op van twee maanden en een boete voor discriminerende uitspraken. Helemaal werkloos wordt Janmaat nooit. Voor deze klussen heeft hij geen Kamerzetel nodig. Maar hij zal het Kamerwerk missen. “Ik geniet ervan. Wie krijgt er de kans om de premier in de rede te vallen? Nou ik.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden