Alleen in Dalfsen heerst een topsportcultuur in het handbal

Beeld YouTube

Waar Monique Tijsterman in het buitenland ook komt, overal hoort ze lovende woorden over het Nederlandse handbal. De mensen kennen alle internationals, ze weten bij welke clubs ze spelen en ook het verhaal van de handbalacademie, de basis voor het succes van de nationale vrouwenploeg, is bekend. 

Hoe wrang is de tegenstelling met de situatie in eigen land. De eredivisie is al jaren het zorgenkindje van het Nederlands Handbalverbond. Het niveau blijft achter, clubs zijn niet in staat een volwaardig programma aan te bieden, met als gevolg dat veel speelsters, vaak op hele jonge leeftijd, naar het buitenland vertrekken.

De enige club in Nederland met wat je een topsportcultuur kunt noemen is Dalfsen. En wordt veertien uur per week getraind en ook aan andere voorwaarden om tophandbal te spelen is voldaan. Dat was de reden dat Tijsterman ja zei toen de club haar deze zomer vroeg om coach te worden. "Als je naar de eredivisie kijkt is Dalfsen de enige ploeg met dit programma.  Voor minder wilde ik niet op de vloer staan."

De situatie in Nederland baart Tijsterman zorgen en de 23-voudig international moet toegeven dat zij ook de oplossing niet heeft. Ze vindt het belangrijk dat er een licentiesysteem is en dat alle clubs een gekwalificeerde coach hebben. Ook is ze benieuwd naar de plannen die het NHV binnenkort presenteert. Maar ze betwijfelt of er een gouden konijn uit de hoge hoed komt.

Gebrekkige financiën

"Ik denk niet dat de bond iets kan doen aan de financiële situatie bij de clubs", zegt Tijsterman (48) zaterdagavond in de kantine van sportcentrum De Trefkoele, twee uur voor de EHF Cup-wedstrijd van Dalfsen tegen het Tsjechische Banik Most (zie kader). "Want daar praat je wel over. Ze moeten een trainer betalen, ze moeten de hal betalen en dat is lastig."

Misschien moet de bond een aantal regionale steunpunten creëren waar speelsters meer kunnen trainen, oppert Tijsterman, die na haar carrière als actief handbalster altijd als coach actief is geweest. "Op de een of andere manier krijgen de clubs het niet voor elkaar meer trainingsuren aan te bieden. Dat is jammer, want meiden gaan naar het buitenland en dat komt het niveau van de eredivisie niet ten goede."

Ook dit jaar zocht een aantal eredivisie-speelsters hun heil over de grens, vooral in Duitsland. Zonde, in de ogen van Tijsterman, omdat de eredivisie nog veel aan hen had kunnen hebben. Ook begrijpt ze de keuzes niet altijd, want volgens haar is het niveau in de tweede Bundesliga gelijk aan dat van clubs als Dalfsen, Quintus en VOC. "Maar ze zien het als een uitdaging en zijn sneller in beeld bij topclubs."

Geen Champions League

Na zes landstitels op rij liet Dalfsen zich afgelopen seizoen in de play-offs verrassen door VOC. De Amsterdamse club zag af van deelname aan de Champions League, omdat het startgeld van 15.000 euro een te hoge financiële drempel vormde. De Europese Handbalfederatie EHF honoreerde het verzoek van Dalfsen niet om de plek van VOC in te nemen.

Tijsterman: "Dat was jammer. Dalfsen heeft deelname aan de Champions League in de begroting opgenomen, omdat de club vindt dat de speelsters in Europa moeten spelen. Dat ons verzoek werd afgewezen heeft te maken met bijvoorbeeld de ranglijst en de capaciteit van de hal. Maar dat wij een klein handballand zijn heeft in de beslissing ook zeker meegespeeld."

In Dalfsen staat Tijsterman voor het eerst weer op de trainingsvloer, nadat ze vorig jaar september werd getroffen door een lichte hartinfarct. Wat gebeurt er met me, vroeg ze zich af nadat het lichaam haar in de steek liet en ze heftig reageerde op de medicatie. "Afkloppen, het gaat goed", zegt Tijsterman. "Ik geniet er nu meer van. Ik kon mij voorheen over veel dingen druk maken. Nu ook nog wel, maar toch anders."

Lastige opgave

Dalfsen staat voor een lastige opgave om volgende week in Tsjechië de zaterdag opgelopen achterstand tegen Banik Most weg te werken. In de eerste wedstrijd uit de tweede ronde van de EHF Cup verloor de Overijsselse club zaterdagavond met 28-32 van de koploper uit de Tsjechische competitie. Met vijf treffers was Larissa Nusser topscorer van Dalfsen. "In de eerste helft speelden we compact en hadden ze moeite met onze offensieve dekking", zei de 17-jarige Limburgse die sinds 2015 bij Dalfsen speelt, "maar na rust lieten we ons te veel terugzakken." Nusser komt uit een echte handbalfamilie. Vader Harold is 150-voudig international en traint momenteel de mannen van Sittardia. Opa Jo was een vermaard scheidsrechter en zus Chiara speelt in de eredivisie bij Handbal Venlo, de club van Larissa voordat ze naar Dalfsen vertrok. "Toen ik dertien was wilde ik naar de academie, maar was ik te jong. Nu heb ik het erg naar mijn zin bij Dalfsen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden