Alleen het winkelcentrum is veilig

In het Braziliaanse São Paulo is de samenleving mismaakt. Uit angst voor het alom aanwezige geweld sluiten mensen zichzelf op. Ze wagen zich alleen buiten in beveiligde auto's waarmee ze pendelen tussen beveiligde zones. 'Onwillekeurig komt de gedachte op dat de beste gevangenis een plek is waar de gevangene zich eigener beweging insluit; waar gevangene en cipier één en dezelfde zijn en waar de opgeslotenheid als een zegening, als redding wordt ervaren.'

De laatste keer dat ik São Paulo bezocht, in 1991, werd ik door mijn oom opgehaald van het internationale vliegveld Guarulhos. We reden de nacht in, naar het huis waar mijn familie woonde sinds ze in 1956 uit Nederland immigreerde. De Jardim Presidente Dutra, gelegen aan de Via Dutra, de snelweg tussen São Paulo en Rio de Janeiro, was ooit begonnen als een lommerrijke buitenwijk vol eucalyptusbomen. Een wijk van ruime huizen met grote tuinen waar de bewoners vol verlangen uitkeken naar de komst van het asfalt waarover beslist betere tijden zouden komen aanrollen. Maar het asfalt kwam niet.

We reden over een hobbelige, met kuilen en poelen bezaaide stofweg naar het huis van mijn familie. Mijn oom had me tijdens de rit een update gegeven: de wijk was inmiddels verloederd; er waren veel arme mensen komen wonen in krotten. En het huis was - onlangs nog - op klaarlichte dag overvallen door gewapende mannen met maskers. Nadat de mannen het huis hadden leeggehaald, bleven enkele familieleden de hele middag gekneveld en met een prop in de mond op de grond liggen. 's Avonds pas kon mijn oom die van zijn werk kwam hen ontzetten. Sinds die dag droeg hij een revolver bij zich, een twijfelachtig en gevaarlijk houvast in een wijk waar de zware jongens trigger happy zijn.

Na een tweede overval op het huis, niet lang daarna, besloot mijn familie te verhuizen. Naar veiliger oorden. Maar ditmaal werd geen aangifte gedaan. Waarom zouden ze, bovenop de geleden schade, ook nog een fooi betalen aan corrupte agenten die het misdrijf toch niet zouden oplossen, en het zelf gepleegd konden hebben?

Dit is maar één van de vele verhalen over geweld en beroving in São Paulo. Het geweld heeft er epidemische vormen aangenomen. De mogelijkheid, de dreiging en de nabijheid van geweld bepalen de sfeer in de stad. Er is een constante stroom verontrustende verhalen. Overal word je er weer aan herinnerd, in de media, op straat, in gesprekken. Er is geen ontkomen aan. Het geweld is een markt waarvan geprofiteerd wordt. Een kwestie van brood op de plank. Vooral de media en de particuliere beveiligingsbedrijven doen goede zaken. Maar ook de kerk die gretig angstige burgers inlijft, pikt haar graantjes mee. Geweld is business.

São Paulo, met 18 miljoen inwoners de op twee na grootste stad ter wereld, is het industrieel en economisch hart van Brazilië; een chaotisch woekerende samenklontering van woonwijken, chemische fabrieken, bedrijven, distributiecentra, zwaar vervuilde rivieren, straten en snelwegen. Je begrijpt niet hoe, maar de stad functioneert. Wat naast de verpaupering, de extreme inkomensverschillen en het wijdverbreide gebruik van drugs als coke en crack de veiligheidssituatie in São Paulo zo explosief maakt, is dat rijken en armen vaak pal naast elkaar wonen, iets wat in Argentinië bijvoorbeeld nauwelijks voorkomt. De arme ondergaat de tantaluskwelling van het aanschouwen van de rijkdom van zijn buur; de rijke kijkt aan tegen de miserabele krotten van zijn potentiële belagers. De rijke vreest voor zijn leven en zijn bezit; de arme alleen voor zijn leven.

Het dagelijks leven voltrekt zich in een hitchcockiaanse suspense: van vrijwel iedere situatie gaat een suggestie van gevaar uit. Gevoelens van onveiligheid en achterdocht zijn alomtegenwoordig. In hoeverre de paulistas aan paranoia lijden of werkelijk overal gevaar lopen, blijft natuurlijk de vraag. Maar de verontrusting is voelbaar. Feit is wel dat de meeste mensen al eens zijn overvallen. Veel auto's dragen stickers met 'ik ben al overvallen'. En anders overkwam dit wel iemand uit de nabije omgeving: de bakker, een vriendin, een oom. Het zijn ervaringen uit de eerste hand, niet slechts onpersoonlijke berichten in de krant. Dat is ook wat de spanning van het dagelijks leven zo effectief maakt: it could happen to you, anywhere, anytime, bij een stoplicht, in een file op klaarlichte dag, thuis. Benader je het noodlot als simpele kansberekening dan vraag je je niet af óf je overvallen zult worden, maar wanneer en hoe.

Het komt er op neer dat je aan criminelen en geweld bent overgeleverd. De politie is bang, zelf gewelddadig, onbetrouwbaar en, in vergelijking met de criminelen, lachwekkend slecht bewapend. Wie zich beschermd wil weten, moet daarvoor betalen - veiligheid is een particuliere kwestie. Wie hier niet voor kiest of het niet kan opbrengen, rest weinig anders dan zijn lot in de handen van God te leggen. God en de particuliere beveiliging dienen hetzelfde doel: bescherming. Geen wonder dat Hij om de haverklap wordt aangeroepen bij afscheid en begroeting. Als je iemand vraagt hoe het gaat, is het antwoord vaak: graças a Deus, bem - godzijdank goed. In dat antwoord, dat ook een zucht van verlichting lijkt, klinkt een welgemeende dankbaarheid. Voor het leven dat door God, even gul als ondoorgrondelijk, met weer een dag verlengd is.

Velen wenden zich in angst en vertwijfeling tot één van de talloze kerken die Brazilië rijk is. Naast de katholieke kerk, die de grootste is, bestaat er een wildgroei aan alternatieve kerken. Eén daarvan is de Igreja Universal do Reino de Deus (De universele kerk van het Rijk Gods), een ware volksbeweging die met gemak het Maracana-stadion in Rio de Janeiro, dat plaats heeft voor tweehonderdduizend bezoekers, gevuld krijgt. Bij die kerk kunnen gelovigen ervan verzekerd zijn dat God hun gebeden zal verhoren. Tegen betaling, dat wel. Tien procent van het maandsalaris om mee te beginnen. Wie meer betaalt kan grotere gunsten vragen. Het is desgewenst ook mogelijk alvast een lapje grond in het hiernamaals aan te schaffen. Religie als vorm van particuliere beveiliging.

De ironie is dat de allerarmsten naar verhouding het meeste geld besteden aan dit soort 'levensverzekeringen'. Het tekent de diepte van hun wanhoop. Aan deze mensen wordt zonder enige scrupules geld verdiend. Religie is hier een industrie die om winst draait. Sommige kerken werken met franchise-modellen. Iedere boerenslimmerd die het Woord omarmt en in samenspraak met een kerk in een pand investeert, kan zich priester noemen. En dan stroomt het geld binnen - de schapen willen maar al te graag gered worden.

De spanningen en risico's van het leven van alledag worden door de media nog eens vermenigvuldigd en geïntensiveerd. Een van de best bekeken tv-programma's is Cidade Alerta ('waakzame stad' of 'stad, wees op uw hoede!' of 'stad, ontwaak!'). Het duurt 70 minuten en wordt vijf maal per week op prime-time uitgezonden. Cidade Alerta behandelt alleen voorvallen uit São Paulo. Het programma appelleert aan revanchistische gevoelens van verontwaardigde burgerzin: de eerlijke hardwerkende burger die zich, belaagd door criminelen en corrupte politici (zij dienen ongenadig hard te worden gestraft), staande moet zien te houden in een klimaat van onbarmhartig kapitalisme. Het programma wordt gepresenteerd door een forse, gezette man die zich als een pater familias, dikwijls met geheven vinger, tot de kijker richt. ,,Moet u nou eens horen wat er is gebeurd, het is toch niet te geloven, waar halen ze het gore lef vandaan'', - dat is zo'n beetje de toon van Cidade Alerta. Je vraagt je af hoe de presentator iedere dag weer die verontwaardiging kan opbrengen.

Maar ondanks alle goede intenties en een vooral met de mond beleden solidariteit zet het programma geen zoden aan de dijk - het geweld houdt immers aan. Een oplossing hiervoor zou diepgaande sociaal-economische omwentelingen vereisen, en niet alleen op nationaal niveau. De verklaringen voor het succes van Cidade Alerta zijn veeleer van psychologische aard: het schorremorrie wordt nu eens wél gepakt, wat een breuk inhoudt met het heersende klimaat van nalatigheid, incompetentie en straffeloosheid. En: wie het programma dagelijks bekijkt kan met een gerust hart voor zijn leven vrezen. Anders gezegd: doordat het gevaar bekend is en dichtbij, open en bloot, wordt het als het ware vertrouwd en daardoor minder eng. Het is een bizarre vorm van bezwering. Maar echt helpen doet het natuurlijk niet. Het bewustzijn wordt geïmpregneerd met overtollige noties van geweld, een vruchtbare voedingsbodem voor de paranoia.

Volkskrant-correspondente Ineke Holtwijk schrijft in haar boek Kannibalen in Rio dat het in de grote Braziliaanse steden onmogelijk is een burgerlijk en gezapig leven te leiden. Ze heeft gelijk. Daarvoor is de samenleving gewoonweg niet 'maakbaar' genoeg. Sterker nog, daarvoor is de samenleving te mismaakt. Mensen trekken zich terug in beveiligde wooncomplexen, achter muren en prikkeldraad, met videospelletjes en televisie in angst en beven voor de boze buitenwereld. Maar vroeg of laat is dat complex van voorzorgsmaatregelen niet toereikend. Tenslotte moeten ze toch eens naar de bank of het ziekenhuis. Maar veel paulistas proberen het contact met de buitenwereld tot het noodzakelijke minimum te beperken. Ze gaan alleen over straat in goed beveiligde auto's en reduceren de bewegingsvrijheid tot een pendelen tussen beveiligde zones, enclaves. Tussen die enclaves bevindt zich, vooral in de buitenwijken, een grimmig stadslandschap van sociaal en industrieel verval. Onwillekeurig komt de gedachte op dat de beste gevangenis geen panopticon is, geen computergestuurd netwerk van camera's en automatische deuren, maar een plek waar de gevangene zich eigener beweging insluit; waar gevangene en cipier één en dezelfde zijn en waar de opgeslotenheid als een zegening, als redding wordt ervaren. Zo woont het gros van de rijken.

Belangrijke beveiligde enclaves zijn de winkelcentra, in São Paulo 'shoppings' genoemd. Als je ze nadert, lijken het wel militaire bolwerken. Op de toegangswegen en de parkeerplaatsen houdt het nadrukkelijk aanwezige beveiligingspersoneel de zaak nauwlettend in de gaten. Het gaat hier om geld, veel geld, en dus is er veiligheid. Er is weinig dat ontbreekt in het aanbod van de shopping. De fonteinen en de glanzende glas- en gevelwanden kondigen het al aan: men betreedt hier een tot in de puntjes verzorgd winkelparadijs, een universum van weelde en overvloed. Supermarkten, sjieke winkels, ijssalons, bars en eetgelegenheden, nachtclubs, speelhallen - de shopping biedt een totaalpakket dat voorziet in bijna alle levensbehoeften. Men kan er flaneren, lunchen, dineren en naar de kapper. De traditionele plekken voor sociaal verkeer zoals het plein en de promenade liggen nu ingebed in de economische kaders van de shopping. Ook binnen loopt beveiligingspersoneel. Ditmaal in discrete, stijlvolle pakken en uitgerust met walkie-talkies. De boodschap is duidelijk: hier kan men tot rust komen. En dat gebeurt ook. De sfeer is merkbaar ontspannener dan op straat. Een bezoek aan de shopping is voor velen hét uitstapje van de week.

In een onveilige en bedreigende buitenwereld zoeken mensen een beschutte en goedverzorgde omgeving. In de shopping kan de middenklasse, nou eens even zonder de hete adem van het lompenproletariaat in de nek, de spanningen van het dagelijkse leven van zich af laten glijden. Alleen al door er doorheen te lopen, heeft men deel aan de getoonde weelde. Door aankopen te doen, actief deel te nemen aan die weelde, heeft men invloed in een verder unheimische wereld waarin men zich vaak machteloos voelt, overgeleverd aan de grillen van criminelen en politici.

De combinatie van angst en geld leidt tot veiligheid. Geld is de sleutel tot veiligheid, angst de drijfveer. Zo genereert onveiligheid een koopimpuls, want waar gekocht wordt is geld voor veiligheid. In de shopping wordt de angst voor de omgeving gesublimeerd in een ongebreideld consumentisme. Misschien pervers, maar het werkt. En iedereen, behalve de arme, lijkt zich er in te schikken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden