Alleen Franse Janvier kon luchtsteun fiatteren

Er zijn te veel gebeurtenissen die een effectief kordaat gewapend optreden in Bosnië in de weg stonden. Maar zeker is dat zowel de Franse bevelhebber Janvier, als de moslimcommandanten, als de Dutchbatters fouten hebben gemaakt bij het verdedigen van de enclave.

Mient-Jan Faber en Dion van den Berg van het Interkerkelijk Vredesberaad spreken van krachtig optreden van president Chirac (Podium 27 januari). Toen Srebrenica werd aangevallen heeft Chirac inderdaad een snelle interventiemacht aangeboden, maar dat was wel in een fase dat Potocari overspoeld werd met vluchtelingen.

Logisch dat men op het internationale politieke podium (niet alleen Nederland) weinig enthousiasme toonde.

In de enclaves bevonden zich overigens geen Franse militairen en dan praat je als regeringsleider een stuk makkelijker over kordaat optreden.

Ik verbaas me er al een jaar of zes over dat velen denken zich een mening te kunnen vormen over het uitblijven van luchtsteun. Misschien komt dat door het gebrek aan allesomvattende informatie, door de vele opinies die allerlei experts hebben neergezet in de media en door het ondoorzichtige verhaal in het rapport van de VN.

Voor 'Close Air Support', oftewel luchtsteun, gelden bepaalde procedures en die volgen hoofdzakelijk de hiërarchieke lijn. Ook binnen Unprofor. Ik beperk me tot de periode van 6 tot 11 juli, de dag dat Srebrenica viel. Volgens Faber en van den Berg ging het aanvragen van luchtsteun via een chain of command. Karremans in Srebrenica diende zijn verzoek voor te leggen aan een VN-commandant in Tuzla, die bij akkoord het verzoek voorlegde aan een VN-commandant in Sarajevo, die zich op zijn beurt voor een eindbesluit wendde tot Zagreb. Volgens Faber en Van den Berg werden de verzoeken, behalve de laatste, steeds tegengehouden door Nederlandse commandanten: door mijzelf en generaal Nicolai.

Soms moet een kortere route in de procesgang worden aangewezen. In het luchtsteunverhaal van Dutchbat betekende dat het omzeilen van Tuzla en het direct indienen van een aanvraag bij Sarajevo. Die weg hebben de meest verzoeken ook gevolgd. Van een tegenhouden in Tuzla is nooit sprake geweest. Iedere verstandige commandant die op 60 kilometer van de brandhaard zit zal het niet in zijn hoofd halen om een verzoek om luchtsteun op te houden als de situatie om een snelle inzet vraagt. Ik ben een verstandige commandant.

Het is niet juist dat Zagreb alleen een verzoek op 9 juli heeft ontvangen. Dutchbat heeft op 9 juli nooit een aanvraag ingediend, sterker nog: op 9 juli achtte Karremans, gelet op de situatie in de enclave, het ongewenst luchtsteun te realiseren. Wat de schrijvers vermoedelijk bedoelen is een aanvraag waarvan de formulering in Sarajevo op 8 juli is gestart naar aanleiding van de dood van Van Renssen in de enclave. Die aanvraag is uiteindelijk op 9 juli door generaal Gobillard getekend en naar Zagreb gestuurd. Verder is het niet juist dat Zagreb slechts één aanvraag heeft ontvangen (die van 9 juli), omdat men ook op 10 juli het 19.00 uur-verzoek van majoor Franken heeft ontvangen en op 11 juli uiteindelijk het 10.00 uur-verzoek ontving van luitenant-kolonel Karremans. Alleen die laatste aanvraag heeft tot de inzet van luchtstrijdkrachten geleid.

Het is niet waar dat men Frankrijk niets kan verwijten, omdat de generaals Janvier en Gobillard gebonden waren aan nationale richtlijnen. Janvier, de opperbevelhebber, was de enige die binnen de VN-vredesmacht luchtsteunaanvragen kon fiatteren. Hij en niemand anders. Kortom: als er geen luchtsteun kwam, kon dat twee oorzaken hebben: óf hij fiatteerde de aanvraag niet of hij heeft geen aanvraag ontvangen. Janvier fiatteerde het verzoek van 10 juli 19.00 uur niet en die van 11 juli 10.00 uur wel.

Als we het over de volledige waarheid hebben, dan moeten we ook de rol van de moslimsoldaten eens wat nauwkeuriger bekijken. Dit leger van Bosnië-Herzegovina leger heeft mij vele malen gezegd dat ze Unprofor in de enclave niet nodig had, ze konden het allemaal zelf wel. Los van het te rooskleurige beeld dat zij van de gevechtskwaliteit van die bijeengeraapte mannen hadden, moet men zich afvragen waarom moslimcommandant Naser Oric in april met bijna al zijn hogere kaderleden naar Tuzla vertrok, waarom Sarajevo hem in mei geen toestemming gaf terug te gaan, waarom op 6 juli de lijfwacht van Oric aan de kuierlatten trok en waarom ten slotte 5600 'militairen' op 10 juli en in de nacht van 10 op 11 juli naar Tuzla trokken.

Bovendien, gelet op de laatdunkende manier waarop men in 1995 binnen het leger van Bosnië-Herzegovina sprak over de gevechtswaarde van de Dutchbatters, waarom heeft dat leger niet net als in april 1994 een eenheid naar Srebrenica laten gaan om de mannen in de enclave bij te staan en het Bosnisch-Servische leger tegen te houden? De mannen die directe belangen hadden bij het buiten de enclave houden van de Bosnische Serven en de Serven van Milosevic, kozen een andere oplossing. We weten wat het gevolg is geweest van die keuze.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden