Alleen eerste golf Oekraïeners in New York koestert hun kerk nog

LITTLE UKRAINE, NEW YORK - Oekraïeners zijn de luiste werkers op aarde, beweert Lydia Hajducyok, zelf Oekraïense, woonachtig in een suburb van New York. Zij is deze zondagmorgen in de stad voor de dienst in de Oekraïens-katholieke kerk in hartje Manhattan.

Tegenover haar vriendinnen doet zij haar beklag over de home-attendant, haar illegale Oekraïense hulp in huis. “Die sovjetmentaliteit is goed bij hen aangeslagen. Ze werken een uurtje en daarna drinken ze een glaasje vodka. Verder gaan hun verantwoordelijkheden niet.”

New York kent een hechte Oekraïense gemeenschap. De Oekraïeners zijn gevestigd op Manhattan in de East Village, in de volksmond Little Ukraine, een buurt waar tevens veel kunstenaars en hippies wonen. Aan 2de en 3de Avenue tussen de 6de en de 12de Straat krioelt het van de Oekraïense winkeltjes, barretjes en restaurants, waar artistieke types zich de bigos en kasha even goed laten smaken als de Oekraïeners dat doen.

Heimwee

Het centrum van de Oekraïense gemeenschap vormt de Saint George Ukrainian-Catholic Church op hoek 7de Straat en Taras Shevchenko-place, vernoemd naar de grote Oekraïense dichter. Elke zondag stroomt de kerk vol met oude Oekraïense mannetjes die zich hier overgeven aan hun heimwee naar het vaderland-moederlandin het Oekraïens. Vrouwen knielen vroom tussen de banken om te bidden voor het heil van hun volk. De laatste jaren trekken veel Oekraïeners de wijk uit naar de suburbs. Hun plaats wordt opgevuld door een stroom nieuwe immigranten uit de Oekraine. Maar tussen de oude en de nieuwe garde gaapt een diepe kloof.

“Mijn huisschilder uit de Oekraïne staakt”,valt een vriendin Lydia bij, “hij krijgt 500 dollar per week. Dat vindt hij niet genoeg. Hij is nog geen maand in Amerika en voelt zich nu al te goed voor dergelijk werk.”

“Al die jaren van sovjetoverheersing zijn de Oekraïeners niet in de koude kleren gaan zitten”, zegt priester Leo Goldade van de St. George's. “Neem het geloof. De Oekraïeners in New York zijn diepgelovig. Decennialang woonden ze afgesneden van het vaderland. Alles deden ze eraan om in ieder geval de eigen identiteit, tradities en cultuur te bewaren. De Oekraïense kerk is daarbij het middel bij uitstek. De nieuwe immigranten zijn met het staatsatheïsme van de communisten grootgebracht. Zij zijn, anders dan de oude immigranten, vrijwillig naar het westen gekomen en missen die hang naar de eigen cultuur. De laatste tijd is er onder de nieuwe lichting immigranten wel weer sprake van een belangstelling voor de kerk. Maar spreek je over Vader, Zoon en Heilige Geest, denken zij meteen aan bos- en klopgeesten.”

Unie van Brest

De kerk heeft een belangrijke rol gespeeld bij de nationale bewustwording van de Oekraïeners. In 1595 sloten Orthodoxe Oekraïeners en afgezanten van de paus de Unie van Brest, waardoor de Geünieerde of Grieks-katholieke kerk tot stand kwam. De Grieks-katholieken erkenden de paus, maar handhaafden de eigen orthodoxe liturgie. Zo ontwikkelde de kerk een eigen Oekraïens karakter. De Grieks-katholieke kerk heeft in West-Oekraïne, waar de nationale gevoelens het sterkst zijn, altijd veel aanhangers geteld en diende als symbool voor de onafhankelijkheidsstrijd.

St. George's is dan ook de spil waaromheen het Oekraïense leven op Manhattan draait. Begin deze eeuw vestigden de eerste Oekraïeners - uit economische nood uit het verarmde West-Oekraïne gekomen - zich in de East Village. De Lower Eastside werd in die tijd voornamelijk door Duitse lutheranen bewoond. Toen in 1907 een schip vol lutheranen op weg naar hun vakantie op de Hudson verging, verloor de lutherse kerk op de 7de Straat bijna al haar leden. De Oekraïeners namen de kerk over, doopten haar om tot de St. George Church en zo ontstond rondom de kerk Little Ukraine.

In 1978 ging de oude kerk tegen de vlakte en kwam er een nieuwe, die meer aan de eisen van de gegroeide gemeenschap voldeed. De bouw kostte 5,5 miljoen dollar en werd betaald uit eigen zak. Vader Leo: “De nieuwe kerk was niet alleen een religieus, maar tevens een etnisch statement. Vóór de ramp met de kerncentrale bij Tsjernobyl had niemand in de wereld van een Oekraïne gehoord. Voorheen was alles de Sovjet-Unie. Daarom noemden we de nieuwe kerk Oekraïens-katholiek in plaats van Grieks-katholiek. De kerk is helemaal in Oekraïense stijl. De koepel is niet blauw, zoals gebruikelijk in byzantijnse kerken, maar goud. De kerk is een afbeelding van het universum. In de koepel zijn dan ook verschillende heiligen afgebeeld, die neerkijken op het leven beneden op aarde.”

Boven het altaar van de kerk is de Heilige Maagd met een doek in haar handen afgebeeld. In zijn preek licht vader Leo de afbeelding nader toe. “In 1675 is de Heilige Maagd aan de inwoners van het Oekraïense dorpje Poetsjava verschenen, toen de Turken en Tataren het steppeland teisterden. Toen de Tataren Poetsjava dreigden in te nemen, verscholen de inwoners zich in het klooster van het dorp. Er kwam een storm opzetten en boven het klooster hing een donkere wolk. Toen verscheen de Maagd met een sluier in haar handen boven de koepel van het klooster. De pijlen en stenen van de Tataren ving zij met die doek op en wierp zij terug naar de belegeraars, die, niet wetende wat gaande was, op de vlucht sloegen.”

De preek gaat er bij de Oekraïense kerkgangers in als bitterzoete koek. De geschiedenis van het Oekraïense volk is er een van voortdurend lijden. Na het Tataarse juk volgden eeuwen van Poolse, Habsburgse en Russische overheersing. Deze eeuw is er zowel door sovjets als nazi's op een verschrikkelijke manier huisgehouden in de Oekraïne. De woelingen van de geschiedenis en de gedeelde rampspoed hadden op de gemeenschap in ballingschap een extra bindende werking.

Ribbentrop

Lydia Hajducyok, geboren te Lviv in West-Oekraïne in 1938, herinnert zich het moment dat zij met haar familie op de vlucht sloeg voor de oprukkende sovjettroepen in 1944. “Toen in 1939 het Molotov-Ribbentrop-pact tussen de nazi's en sovjets werd gesloten, bezette Stalin West-Oekraïne. De bevolking werd geterroriseerd en de intelligentsia achter tralies gezet. Toen de Duitsers in 1941 de Oekraïne binnenvielen werden ze met open armen ontvangen als bevrijders.”

Te laat ontdekten de Oekraïeners dat de Duitsers even grote slachters waren als de communisten. Veel Oekraïeners hadden toen al hun handen vuilgemaakt; toen de Duitsers in 1944 op de vlucht sloegen, trokken velen mee naar Duitsland en Oostenrijk, uit angst door de sovjets als collaborateurs te worden gestraft.

Lydia: “Ik heb in München op de lagere school gezeten. Het was voor ons onmogelijk terug te keren. In 1948 nam het Amerikaanse Congres de Displaced Persons Act aan, waardoor voor de Oekraïeners de grenzen opengingen. Velen vestigden zich in die jaren in East Village. In 1952 telde de parochie 6 000 families, die geduldig het moment afwachtten waarop de sovjets zouden vallen en zij naar een onafhankelijk Oekraïne konden terugkeren.”

Lydia weet precies wat voor zware opgaaf het is om als kind van Oekraïense ballingen in Amerika op te groeien. “Door de week gingen we naar de Ukrainian High School op de 6de Straat. Op zaterdag moesten we naar de padvindersclub, die onder Oekraïeners altijd zeer populair is geweest. En op de dag des Heren was de traditionele Oekraïense zondagsschool verplichte kost.”

Lydia werkt in het Oekraïens museum, dat een grote collectie aan Oekraïense paaseieren, kledingdracht en weefdoeken heeft. Zij zegt zich tegenover haar ouders verplicht te voelen om een steentje bij te dragen aan het behoud van haar cultuur. Lydia: “Onze ouders hebben alles in het werk gesteld om te voorkomen dat wij onze afkomst verloochenen.”

Van de nieuwe immigranten die de laatste jaren naar New York komen, valt dat niet te zeggen, menen de oude immigranten. Zij worden door de laatsten met de nek aangekeken. Lydia: “De oude immigranten moesten weg; zij hebben hard gewerkt om een bestaan op te bouwen in de nieuwe samenleving en hebben tevens nationale organisaties en steunfondsen ten behoeve van het vaderland opgericht. De nieuwe immigranten kennen geen vaderlandsliefde. Zij gaan maar sporadisch naar de kerk en sluiten zich niet aan bij onze Oekraïense organisaties.”

De oude immigranten noemen deze derde golf van Oekraïeners laatdunkend de kolbasa- ofwel worstjes-emigratie, jongeren die dromen van het rijke westen. Zij komen doorgaans op een toeristenvisum en blijven er vervolgens illegaal. Zij begrijpen niet waarom de ouden zo begaan zijn met het straatarme vaderland, dat hun zelf zo weinig te bieden heeft.

Laagbetaald

De nieuwe immigranten veronderstellen dat ze in een mum van tijd geld kunnen verdienen, maar ze komen bedrogen uit. Als zij al werk vinden dan zijn het laagbetaalde baantjes als ober in bar Brewsky en restaurant Kiev, of als hulp in het huishouden. Als ze in de problemen raken kloppen ze bij de oude immigranten aan in de verwachting dat die hen uit de brand helpen. Maar die zijn daar niet altijd toe bereid. In hun ogen zijn de nieuwe immigranten deserteurs. De oude ballingen weten zich met pijn in het hart te oud om terug te keren. Lydia zelf gaat tegenwoordig elke zomer op vakantie in haar vaderland, maar ze wil niet remigreren. Daarvoor is ze te veel met de Amerikaanse samenleving verbonden. “Maar die nieuwe Oekraïense immigranten horen hier niet. Die zouden eigenlijk in Oekraïne het land moeten opbouwen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden