'Alleen een avondje biljarten of bingo zit er hier niet in'

REPORTAGE | Dementerende ouderen leven steeds vaker in kleine woongroepen in hun eigen wijk. Ook Thebe in Tilburg biedt deze woonvorm aan: 'Mantelzorgers zijn hier meer dan welkom.'

Nee hoor, Bert Hooijen vindt het geen probleem om te helpen in de woongroep van zijn vrouw. "Ik help met tafeldekken en afruimen", vertelt Hooijen. Ook voor het schoonmaken van de wc op de kamer van zijn vrouw draait de 82-jarige zijn hand niet om. "Dat moet toch een keer gebeuren. En ik doe het thuis ook."

Hooijen zit met zijn vrouw Jo en haar zes huisgenoten aan een grote eettafel. Jo is hier net ingetrokken, als een van de eerste bewoners. De zorgwoning in Tilburg-Zuid is op loopafstand van Berts huis. Hij komt iedere dag langs. Om Jo te zien, maar ook om te helpen.

De Brabantse zorginstelling Thebe heeft het gebouw met vier woningen deze week geopend. Van buiten wijst niets erop dat hier een zorgcentrum zit. Dit najaar komen er nog vier van deze groepswoningen in Oud-Noord. "Je kunt je voorstellen dat je uiteindelijk voor Tilburg tien of vijftien van dit soort projecten hebt, van verschillende zorgaanbieders", zegt Chris van Laarhoven, manager zorg bij Thebe. "Zo kunnen ouderen in hun eigen wijk terecht. Enerzijds bieden we mensen een veilige, geborgen omgeving waar ze ook andere mensen kunnen ontmoeten, anderzijds kunnen ze zich terugtrekken in hun eigen coconnetje. Bewoners kunnen zich hier redelijk goed oriënteren, omdat het compact is", vertelt Van Laarhoven.

Familie en vrienden
Meer en meer zorginstellingen kiezen ervoor om dementerende ouderen te verplaatsen van grote zorgcentra naar kleine woongroepen in de wijken. Daar wonen ze met z'n zevenen of achten in één appartement, met ieder een eigen slaapkamer en een gedeelde huiskamer. Er is altijd één verzorgende aanwezig, om ze te helpen opstaan, in te grijpen bij noodgevallen en om bijvoorbeeld voor de bewoners te koken 's avonds. Op 'piekmomenten', zoals 's ochtends bij het opstaan, zijn er meer medewerkers per appartement. Artsen, diëtisten en pastoraal werkers zijn hier af en toe, en worden gedeeld met de andere locaties. In het gebouw in Tilburg-Zuid houdt 's nachts een medewerker de wacht voor alle vier de zorgwoningen. Hij kan extra hulp oproepen als dat nodig is.

Op kleinere locaties kun je je personeel minder efficiënt inzetten dan in een groot verpleegtehuis, erkent Van Laarhoven. Daarom vraagt Thebe ook van familie en vrienden van bewoners om de handen uit de mouwen te steken. Dat is geen plicht, benadrukt Van Laarhoven. Zorginstelling Vierstroom, in Gouda en omgeving, legde familieleden wel een 'morele verplichting' op om te helpen. Daarover ontstond vorig jaar veel ophef. Van Laarhoven formuleert het zo: "Mantelzorgers zijn hier meer dan welkom." Zorgadviseurs bekijken of bewoners geschikt zijn voor groepswonen. Actieve mantelzorgers zijn daarbij een pré. "Maar als iemand geen familie heeft, kunnen we een vrijwilliger zoeken als buddy."

Volgens Van Laarhoven is het voor bewoners ook fijn dat een oude vriend een potje met hen komt kaarten, of een zoon of dochter samen met hen de privébadkamer schoonmaakt. Het personeel zorgt er natuurlijk voor dat alles aan de hygiëne-eisen voldoet, benadrukt hij. Daarnaast zoekt Thebe twee vrijwilligers per woning, die twee dagdelen per week bijspringen.

Ook bewoners zelf doen volop mee. In het appartement op de eerste verdieping wonen twee dames die nog graag meehelpen met koken. "Ik wil ze niet bij de kookplaat hebben, dat is te gevaarlijk", vertelt verzorgende Antoinette van Gurchom. "Maar ze kunnen wel aan tafel groenten snijden of aardappels schillen." Voor het personeel, afkomstig van een groot zorgcentrum, is het wel even wennen. "Hier koken we, maken we schoon en wassen de kleren van bewoners. Die huishoudelijke taken hadden we eerder niet", zegt verzorgende Laeidys Cordoba. Ze kijkt naar de drie bewoonsters van haar appartement, die in de zithoek voor de tv zitten. "Maar het is hier wel heerlijk rustig."

Op de begane grond doet Maartje Verschueren een slab om bij haar moeder Lea (69), die vanmorgen is gearriveerd. "Nu ze niet meer thuis kan wonen, is dit de beste optie. Dit voelt meer als een gezin dan zo'n onpersoonlijk verpleeghuis", vertelt ze. Lea lepelt aan tafel haar soep, tegenover haar kersverse huisgenoten.

Maartje: "Ik werk hier vlakbij, dus ik denk dat ik regelmatig even binnenwip na het werk. Mijn vader zal elke dag wel komen. Ik denk dat het voor hem zelfs heel fijn is om hier ook iets in het huishouden te doen. Dan is het meer alsof ze nog bij elkaar zijn. Het is best heftig dat ze nu niet meer samen wonen."

Ook partner Twan van Dijck (62) is kind aan huis. "Normaal kom ik zo rond half twee, en dan vertrek ik 's avonds om een uur of negen", vertelt hij. Zijn vrouw Jeanne (65) glimlacht en stelt zich voor, maar sluit daarna al snel haar ogen. "Ik zorg voor koffie, zet muziek op, en straks moeten we maar eens proberen wat te zingen of een spelleke te doen", zegt Twan. Hij is blij dat hij kan helpen, maar aan de andere kant vindt hij het 'schandalig' dat het nodig is. "De mensen in de zorg lopen op hun tenen. En dan wordt er steeds maar verder bezuinigd."

Een bingo of biljarttoernooi zit er in dit kleine complex niet in. Maar het is juist de bedoeling dat ouderen de wijk ingaan, legt Van Laarhoven uit. "Er is hier een mooi wijkcentrum waar allerlei activiteiten zijn. Daar kunnen ze onder begeleiding naartoe. Bewoners kunnen hier in de buurt gaan wandelen. En wie weet kunnen we wel een keer een uitje organiseren, als we genoeg vrijwilligers hebben."

Bewoonster van woongroep Thebe, Lea Verschueren, met haar dochter Maartje.

Ook eigen woongroep voor gezonde senioren
Ouderen die in groepen wonen, worden ouder. Dat stelt Simon Zwart, secretaris van de Landelijke Vereniging Gemeenschappelijk wonen van Ouderen. Bij zijn vereniging zijn tweehonderd woongroepen aangesloten. Die zijn door ouderen zelf opgericht. Vaak zijn de bewoners ook nog gezond. Dat zorginstellingen nu ook groepswoningen maken begrijpt hij wel. Er is vraag naar, stelt Zwart. Maar zijn vereniging was eerder. "Wij bestaan al dertig jaar. Niets nieuws dus."

Behoefte aan stabiliteit en vertrouwd personeel
De ontwikkeling naar kleinschalige zorg begon al in de jaren negentig, toen onder andere het Amsterdamse Leo Polakhuis een locatie opende. Ook Zorgpalet in Soest liep voorop. Hoeveel locaties voor kleinschalig wonen er nu zijn, is niet bekend. Volgens het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg zijn vooral de afgelopen tien jaar veel bouwprojecten gestart. "Het duurt een tijdje voor een complex gerealiseerd is, dus de laatste tijd gaan er veel locaties open", zegt Penny Senior van het kenniscentrum. Het verpleeghuis oude stijl, met lange gangen en meerpersoonskamers, gaat volgens haar tot het verleden behoren. "Ze bestaan nog wel, maar worden vaak verbouwd tot modernere woonvormen zoals groepswonen", zegt Senior. Ze schat dat ongeveer een kwart van de verpleeghuisplaatsen inmiddels 'kleinschalig' is. Vooral dementerende ouderen hebben baat bij deze woonvorm. "Zij hebben behoefte aan een stabiliteit, een beschermde omgeving en vertrouwd personeel", zegt Senior. "In grotere instellingen is het onrustig, meer mensen lopen in en uit." Het aantal locaties groeit, maar er zijn nog veel meer kleinschalige groepswoningen nodig, verwacht Senior.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden